ECLI:NL:RBAMS:2026:2422

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
12007671 \ CV EXPL 25-17081
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 558 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot herstel en onderhoud van tuin door huurder toegewezen

Ymere verhuurt sinds 2011 een woning met tuin aan de huurder, die volgens de huurovereenkomst verplicht is de tuin goed te onderhouden. Na meldingen van omwonenden over de slechte staat van de tuin heeft Ymere de huurder herhaaldelijk gesommeerd de tuin op te ruimen, zonder resultaat.

Ymere vordert dat de huurder binnen een week de tuin in goede staat brengt en machtigt Ymere om dit zelf te doen indien de huurder in gebreke blijft, met vergoeding van de kosten. De huurder voert aan dat zij al veel heeft opgeruimd en meer tijd nodig heeft tot het voorjaar om de staat van de planten te beoordelen.

De kantonrechter oordeelt dat de tuin niet voldoet aan de onderhoudsverplichting, ondanks enige opruiming. De vordering wordt toegewezen met een termijn van een maand, met uitzondering van het verwijderen van voertuigen die daadwerkelijk in gebruik zijn. De machtiging aan Ymere om de tuin zelf te herstellen wordt voor twee jaar toegekend. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van opruiming en proceskosten.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot herstel van de tuin binnen een maand en verhuurder krijgt machtiging om tuin op kosten huurder te herstellen bij nalatigheid.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12007671 \ CV EXPL 25-17081
Vonnis van 5 maart 2026
in de zaak van
STICHTING YMERE,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: Van der Hoeden | Mulder,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 december 2025, met producties;
- het proces-verbaal van mondeling antwoord;
- het tussenvonnis van 2 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Voor Ymere was de heer [naam] aanwezig namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunt toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daarvan zittingsaantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn gevoegd. Ymere heeft foto’s in het geding gebracht, die door de kantonrechter met partijen zijn besproken. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Ymere verhuurt met ingang van 17 november 2011 aan [gedaagde] de woning met bijbehorende tuin gelegen op het adres [adres] . Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden Woningen (versie juni 2011) van toepassing verklaard. In deze huurvoorwaarden is onder meer bepaald dat de huurder gehouden is een bij de woning behorende tuin goed te onderhouden en deze uitsluitend als tuin te gebruiken, waarover Ymere aan de huurder aanwijzingen kan geven.
2.2.
De tuin van [gedaagde] bestaat uit een voortuin, een achtertuin en een looppad naast de woning. De voortuin en het looppad zijn zichtbaar vanaf de straat, de achtertuin is zichtbaar voor de buren.
2.3.
Vanaf enig moment heeft Ymere van omwonenden meldingen gekregen over de staat van de tuin van [gedaagde] . Naar aanleiding daarvan heeft zij [gedaagde] gesommeerd om haar tuin vóór 7 maart 2023 op te ruimen. [gedaagde] heeft daar volgens Ymere niet aan voldaan.
2.4.
Ymere heeft vervolgens in de periode tot en met 2025 herhaaldelijk brieven aan [gedaagde] toegestuurd. Daarin stond dat [gedaagde] niet voldeed aan haar verplichting om haar tuin goed te onderhouden. Ymere heeft aan [gedaagde] meerdere deadlines gegeven om de tuin in een goed onderhouden staat te brengen, dat wil zeggen een tuin bestaande uit levende planten en vrij van opslagspullen. Dat heeft zij, naast deze brieven, ook tijdens meerdere gesprekken en huisbezoeken aan [gedaagde] laten weten. [gedaagde] heeft regelmatig afspraken met Ymere gemaakt en daarbij toegezegd dat zij de tuin in goed onderhouden staat zou brengen.
2.5.
Bij brief van 5 augustus 2025 heeft de gemachtigde van Ymere aan [gedaagde] bericht dat de staat van de tuin onveranderd is gebleven en dat Ymere een gerechtelijke procedure zal starten om, op kosten van [gedaagde] , de tuin op te ruimen wanneer zij dat niet binnen twee weken daarna zelf zal doen.

3.Het geschil

3.1.
Ymere vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
1. veroordeling van [gedaagde] om binnen één week na betekening van het vonnis de tuinen in goede staat te brengen door:
o het verwijderen van:
 alle spullen in plastic zakken, dozen en vuilniszakken,
 losliggende spullen,
 de composthoop,
 alle voertuigen uit de tuin en van het looppad,
 al het (grof)vuil,
 alle losstaande planten in potten,
 verdord gras, plantenresten en (overig) onkruid
o het snoeien van planten, bomen en struiken
o het verrichten van alle werkzaamheden welke nodig zijn om de tuinen in overeenstemming te brengen met de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen,
waardoor de tuinen de uitstraling hebben van verzorgde siertuinen en tezamen met de overige aanhorigheden een onderhouden indruk maken,
met machtiging van Ymere om, indien [gedaagde] met de bevolen werkzaamheden in gebreke blijft, deze zelf te doen bewerkstellingen, waarbij [gedaagde] zal worden veroordeeld om voor de duur van de werkzaamheden aan Ymere toegang tot de tuinen te verschaffen, de werkzaamheden te gedogen en voor zover nodig de woning en de tuinen (deels) te ontruimen, zo nodig met behulp van de sterke arm;
2. bepaling dat Ymere tot twee jaar na het vonnis telkens opnieuw van voornoemde machtiging gebruik kan maken, voor zover [gedaagde] – na daartoe bij deurwaardersexploot te zijn gesommeerd – in gebreke blijft met de bevolen werkzaamheden met betrekking tot de tuin van het gehuurde;
3. voor het geval [gedaagde] niet aan de veroordeling onder 1. heeft voldaan, veroordeling van [gedaagde] tot voldoening van € 3.111,44 voor de uitvoering van de onder 1. bedoelde machtiging;
4. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat ze inmiddels al veel heeft opgeruimd, maar dat ze door persoonlijke omstandigheden nog niet ertoe is gekomen om de hele tuin aan te pakken. Daarnaast wijst ze erop dat pas in het voorjaar, medio mei, kan worden beoordeeld of de planten in haar tuin daadwerkelijk niet meer levensvatbaar zijn. Dit omdat planten in de winter sowieso verdord zijn en pas in die periode kan worden gezien of de planten weer tot bloei komen. [gedaagde] wil graag dat zij alsnog tot die periode de tijd krijgt om zelf, met hulp van een vriendin en van Cordaan, haar tuin op orde te krijgen. Daarbij stelt zij zich op het standpunt dat het haar vrijstaat om planten in plantenbakken in haar tuin te plaatsen, ongeacht de hoeveelheid daarvan.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Op de ochtend van de mondelinge behandeling zijn in opdracht van Ymere foto’s gemaakt van de tuin. Deze foto’s heeft Ymere meegebracht naar zitting en zijn door de kantonrechter met partijen besproken. De kantonrechter oordeelt dat de tuin duidelijk niet voldoet aan wat in de algemene huurvoorwaarden is bepaald over de staat van de tuin. Dat wordt als volgt toegelicht.
4.2.
De foto’s laten zien dat de voortuin dusdanig vol staat dat de toegang daartoe onmogelijk is geworden. De voortuin is grotendeels gevuld met een groot aantal plantenbakken. Veel planten in die bakken zijn geheel of grotendeels verdord. Enkele plantenbakken zijn leeg. Een aantal planten zijn groen, maar zien er verwilderd uit. Om de voortuin staat een rieten heg die inmiddels grotendeels is vergaan en uit elkaar valt. Op het looppad naar de deur staat een groot aantal bloempotten, waarvan sommige leeg zijn en sommige gevuld met planten die er verdord uitzien. Daarnaast zijn er meerdere tassen, een (of meerdere) vuilniszak(ken) en dozen zichtbaar op het pad. Ook staan er langs het pad, op de grens met de voortuin, twee grote tonnen. De achtertuin staat volledig vol met spullen en wordt gebruikt als opslagplaats. Dit alles bij elkaar maakt dat de tuin buitengewoon rommelig en slecht onderhouden oogt.
4.3.
De mening van [gedaagde] dat pas in mei kan worden vastgesteld of de planten daadwerkelijk dood zijn, deelt de kantonrechter met het oog op de overgelegde foto’s niet. Wel kan aan [gedaagde] worden toegegeven dat zij sinds augustus 2025 al een en ander heeft opgeruimd. Maar gelet op de actuele foto’s is ook nu nog steeds geen sprake van een goed onderhouden tuin. Van [gedaagde] mag worden verwacht dat zij zorgt voor een verzorgde tuin met een nette uitstraling.
4.4.
Dit alles maakt dat de kantonrechter de vordering van Ymere tot veroordeling van [gedaagde] , zoals hiervoor weergegeven in 3.1 onder 1, zal toewijzen, met uitzondering van de vordering tot verwijdering van alle voertuigen. Ter zitting is namelijk gebleken dat inmiddels alleen nog de scooter op het looppad staat en dat die door [gedaagde] daadwerkelijk wordt gebruikt. Daarnaast wordt de vordering tot het verwijderen van alle losstaande planten in potten gespecificeerd, in die zin dat de vordering slechts wordt toegewezen voor zover het gaat om verdorde losstaande planten in potten. Verder wordt de termijn waarbinnen [gedaagde] haar tuin in goede staat moet brengen verlengd, omdat zij heeft verzocht om meer tijd en Ymere heeft aangegeven dat zij geen bezwaar heeft om deze termijn te verlengen tot een maand. [gedaagde] moet de in de beslissing genoemde werkzaamheden dan ook binnen een maand na betekening van het vonnis uitvoeren. Doet zij dat niet, dan mag Ymere die werkzaamheden zelf (laten) uitvoeren. De daartoe gevorderde machtiging wordt toegewezen.
4.5.
Omdat Ymere al sinds maart 2023 (en dus drie jaar lang) herhaaldelijk aan [gedaagde] heeft verzocht om haar tuin aan te pakken en [gedaagde] meermalen heeft toegezegd dat zij haar tuin in orde zou maken (maar daar niet in is geslaagd) is voldoende onderbouwd dat Ymere voor de langere duur belang heeft bij een machtiging om de tuin zelf te laten opruimen, in het geval dat [gedaagde] niet aan haar onderhoudsverplichting voldoet. [gedaagde] heeft ter zitting weliswaar verklaard dat haar tuin twee jaar geleden ook in goede staat verkeerde en heeft daartoe een foto van haar achtertuin in die periode laten zien, maar gelet op de lange periode dat deze kwestie speelt is deze enkele, onduidelijke foto onvoldoende om de machtiging af te wijzen. Dat betekent dat ook de machtiging voor de duur van twee jaar wordt toegewezen, zoals hierna in de beslissing is vermeld.
4.6.
De kosten van de eventueel uit te voeren werkzaamheden door Ymere komen voor rekening van [gedaagde] . Ymere heeft daarbij twee prijsopties gegeven: een offerte voor het opruimen van de tuin zonder opslag van goederen en een hogere offerte voor het opruimen van de tuin, waarbij de verwijderde goederen gedurende drie maanden voor [gedaagde] zullen worden opgeslagen. [gedaagde] heeft de hoogte van die kosten niet betwist en heeft ter zitting verklaard dat zij absoluut niet wil dat haar spullen direct door Ymere worden weggegooid. Gelet daarop zal de kantonrechter uitgaan van de hogere factuur en [gedaagde] veroordelen tot betaling van € 3.111,44 voor de kosten die met het opruimen van de tuin zijn gemoeid en de opslag van goederen, in het geval dat [gedaagde] haar tuin niet binnen een maand na betekening van dit vonnis op orde heeft en Ymere daarna zelf de tuin in goede staat zal (laten) brengen.
4.7.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.307,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na betekening van dit vonnis de tuinen in goede staat te brengen door het verwijderen van alle spullen in plastic zakken, dozen en vuilniszakken, losliggende spullen, de composthoop, al het (grof)vuil, alle losstaande verdorde planten in potten, verdord gras, plantenresten en (overig) onkruid, door het snoeien van planten, bomen en struiken en door het verrichten van alle werkzaamheden welke nodig zijn om de tuinen in overeenstemming te brengen met de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen, waardoor de tuinen een verzorgde uitstraling hebben en tezamen met de overige aanhorigheden een onderhouden indruk maken,
5.2.
machtigt Ymere om, indien [gedaagde] met de bevolen werkzaamheden onder 5.1 in gebreke blijft, deze zelf te doen bewerkstellingen, waarbij [gedaagde] zal worden veroordeeld om voor de duur van de werkzaamheden aan Ymere toegang tot de tuinen te verschaffen, de werkzaamheden te gedogen en voor zover nodig de woning en de daarvan onderdeel uitmakende tuinen (deels) te ontruimen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in artikel 558 Rv Pro bepaalde,
5.3.
bepaalt dat de machtiging onder 5.2 geldt voor de duur van twee jaar na de datum van dit vonnis, voor zover [gedaagde] – na daartoe bij deurwaardersexploot te zijn gesommeerd – in gebreke blijft met de onder 5.1 bevolen werkzaamheden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] , in het geval zij niet aan de veroordeling onder 5.1 heeft voldaan en Ymere overgaat tot het bewerkstelligen van de bevolen werkzaamheden onder 5.1, om aan Ymere € 3.111,44 te betalen,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.307,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, bijgestaan door mr. S. Homringhausen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.