NV Zeedijk verhuurde sinds 1996 een bedrijfsruimte aan de huurder, die tevens een eenmanszaak dreef. Partijen sloten in juni 2023 een beëindigingsovereenkomst waarbij de huurovereenkomst per 1 april 2023 eindigde en de huurder een betalingsregeling voor een huurachterstand van ruim €75.000,- moest nakomen.
De huurder betaalde niet volledig volgens deze regeling, waardoor NV Zeedijk een procedure startte om betaling van de resterende hoofdsom, handelsrente, boetes, incassokosten en btw af te dwingen. De huurder betwistte de hoogte van de achterstand en de cumulatie van rente en boetes, maar kon zijn stellingen onvoldoende onderbouwen.
Daarnaast vorderde de huurder in een vrijwaringprocedure dat zijn ex-echtgenote aansprakelijk werd gesteld voor de helft van de schuld, omdat zij tijdens het huwelijk in gemeenschap van goederen waren. De rechtbank oordeelde dat deze vordering voortvloeit uit een lopende bodemprocedure over de verdeling van de gemeenschap en wees de vrijwaring af wegens gebrek aan belang en misbruik van procesrecht.
De rechtbank veroordeelde de huurder tot betaling van de volledige gevorderde hoofdsom, handelsrente vanaf 22 januari 2025, boetes, incassokosten en btw, alsmede proceskosten. De vordering in vrijwaring werd afgewezen en de huurder werd ook daarin veroordeeld in de proceskosten.