ECLI:NL:RBAMS:2026:2426
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.S. van Limburg Stirum
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens vaststellingsovereenkomst
Verzoekster maakte bezwaar tegen een beschikking over het definitieve compensatiebedrag van de kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. Omdat niet tijdig op het bezwaar werd beslist, diende zij een beroep niet tijdig beslissen in. Dit beroep trok zij uiteindelijk in na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met verweerder.
De rechtbank vroeg partijen om een standpunt over de vraag of met de vaststellingsovereenkomst sprake was van tegemoetkomen en of er afspraken waren over proceskosten. Verzoekster gaf aan dat hierover niets was afgesproken, terwijl verweerder aangaf dat de rechtbank een proceskostenveroordeling kon uitspreken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder inderdaad is tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De vergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een factor 0,5 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Verzoekster krijgt een vergoeding van €467,- en het betaalde griffierecht van €50,- moet ook door verweerder worden vergoed.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €50 aan verzoekster.