Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2428

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
C/13/774157 / HA ZA 25-1391, C/13/779165 / HA ZA 25-1737, C/13/781703 / HA ZA 26-38 en C/13/782048 HA ZA 26-61
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeschikking in ethyleenkartelzaken over confidentiality rings, incidenten en procesvoering

In vier samengevoegde civiele zaken vorderen eiseressen, waaronder TotalEnergies, OMV, LyondellBasell en Borealis, schadevergoedingen van gedaagden die betrokken zijn bij een verboden ethyleenkartel. De vorderingen volgen op een Europese Commissie beschikking die boetes oplegde aan enkele gedaagden, terwijl Westlake volledige immuniteit geniet.

De rechtbank heeft tijdens een regiezitting op 26 januari 2026 besproken hoe vertrouwelijkheidsregimes (confidentiality rings) worden ingericht, waarbij per zaak een afzonderlijke ring en dataroom wordt ingesteld. Partijen spraken af dat zij in onderling overleg de voorwaarden en toegangsrechten zullen bepalen, met de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken bij geschillen.

Gedaagden hebben diverse incidenten aangekondigd, waaronder vrijwaringsincidenten en 195-incidenten, en enkele gedaagden overwegen bevoegdheidsincidenten. TotalEnergies kondigde aan haar eis te willen vermeerderen na ontvangst van een expertiserapport over polyethyleenproducten, met de mogelijkheid voor gedaagden om daarop te reageren met aanvullende incidenten.

De rechtbank heeft een gedetailleerde planning vastgesteld voor het indienen van conclusies in de incidenten en de hoofdzaak, waarbij de mondelinge behandeling van alle incidenten tegelijk in het vierde kwartaal van 2026 wordt voorzien. Verdere procesvoering wordt afhankelijk gesteld van de uitkomsten van de incidenten. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

De rolbeschikking is uitgesproken door rechter C.M.E. de Koning op 25 februari 2026 en bevat tevens verwijzingen naar eerdere relevante uitspraken van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank stelt de procesvoering vast met inrichting van confidentiality rings, planning van incidenten en mondelinge behandeling, en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummers: C/13/774157 / HA ZA 25-1391, C/13/779165 / HA ZA 25-1737, C/13/781703 / HA ZA 26-38 en C/13/782048 HA ZA 26-61
Rolbeschikking in op de rol gevoegde zaken van 25 februari 2026
in de zaak met zaaknummer C/13/774157 / HA ZA 25-1391 (hierna: zaak 1) van
de rechtspersonen naar buitenlands recht
1.
TOTALENERGIES PETROCHEMICALS FRANCE,
gevestigd te Courbevoie (Frankrijk),
2.
TOTALENERGIES PETROCHEMICALS & REFINING SA,
gevestigd te Brussel (België),
eiseressen,
advocaat: mr. S. Beeston,
in de zaak met zaaknummer C/13/779165 / HA ZA 25-1737 (hierna: zaak 2) van
de rechtspersonen naar buitenlands recht
1.
OMV AKTIENGESELLSCHAFT,
gevestigd te Wenen (Oostenrijk),
2.
OMV DOWNSTREAM GMBH,
gevestigd te Wenen (Oostenrijk),
3.
OMV DEUTSCHLAND GMBH,
gevestigd te Burghausen (Duitsland),
4.
OMV DEUTSCHLAND MARKETING & TRADING GMBH & CO. KG,
gevestigd te Burghausen (Duitsland),
5.
OMV DEUTSCHLAND OPERATIONS GMBH & CO. KG,
gevestigd te Burghausen (Duitsland),
eiseressen,
advocaat: mr. M.H.J. van Maanen,
in de zaak met zaaknummer C/13/781703 / HA ZA 26-38 (hierna: zaak 3) van
de naamloze vennootschap
1.
LYONDELLBASELL INDUSTRIES N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2.
LYONDELLBASELL INDUSTRIES HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
de rechtspersonen naar buitenlands recht
3.
BASELL POLYOLEFINE GMBH,
gevestigd te Wesseling (Duitsland),
4.
BASELL POLYOLEFINES FRANCE SAS,
gevestigd te Berre-L'Etang (Frankrijk),
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
5.
BASELL SALES & MARKETING COMPANY B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
de rechtspersonen nar buitenlands recht
6.
BASELL POLYOLEFINS UK LIMITED,
gevestigd te Urmston (Verenigd Koninkrijk),
7.
BASELL POLIOLEFINAS IBÉRICA SL,
gevestigd te Barcelona (Spanje),
8.
BASELL POLIOLEFINE ITALIA S.R.L.,
gevestigd te Milaan (Italië),
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
9.
LYONDELL CHEMIE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
10.
BASELL BENELUX B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseressen,
advocaat: mr. E.J. Zippro,
en in de zaak met zaaknummer C/13/782048 HA ZA 26-61 (hierna: zaak 4) van:
de vennootschap naar buitenlands recht
BOREALIS GMBH,
gevestigd te Wenen, Oostenrijk,
eiseres,
advocaat: mr. M.H.J. van Maanen
allen tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.
CELANESE EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde 1,
advocaat: mr. J.K. de Pree te Amsterdam,
de vennootschappen naar buitenlands recht
2.
CELANESE CORPORATION,
gevestigd te Irving (Verenigde Staten van Amerika),
3.
CELANESE SERVICES GERMANY GMBH,
gevestigd te Sulzbach (Duitsland),
gedaagden 2 en 3,
advocaat: mr. M.G. Bredenoord-Spoek te Amsterdam,
de vennootschappen naar buitenlands recht
4.
CLARIANT AG,
gevestigd te Muttenz (Zwitserland),
5.
CLARIANT INTERNATIONAL AG,
gevestigd te Muttenz (Zwitserland),
gedaagden 4 en 5,
advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
de vennootschappen naar buitenlands recht
6.
ORBIA ADVANCE CORPORATION, S.A.B. DE C.V.,
gevestigd te Mexico-Stad (Mexico),
7.
VESTOLIT GMBH,
gevestigd te Marl (Duitsland),
gedaagden 6 en 7,
advocaat: mr. H.M. Cornelissen te Amsterdam,
de vennootschappen naar buitenlands recht
8.
WESTLAKE CORPORATION,
gevestigd te Houston (Verenigde Staten van Amerika),
9.
WESTLAKE GERMANY GMBH & CO. KG,
gevestigd te Ismaning (Duitsland),
10.
WESTLAKE VINNOLIT GMBH & CO. KG,
gevestigd te Ismaning (Duitsland),
11.
WESTLAKE VINNOLIT HOLDINGS GMBH,
gevestigd te Ismaning (Duitsland),
gedaagden 8 tot en met 11,
advocaat: mr. W. Heemskerk te Den Haag,
Eiseressen worden hierna (gezamenlijk) TotalEnergies (zaak 1), OMV (zaak 2), LyondellBasell (zaak 3) en Borealis (zaak 4) genoemd.
Gedaagden 1 tot en met 3 worden hierna gezamenlijk Celanese genoemd. Gedaagden 4 en 5 in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk Clariant genoemd. Gedaagden 6 en 7 worden hierna gezamenlijk Vestolit genoemd. Gedaagden 8 tot en met 11 worden hierna gezamenlijk Westlake genoemd.

1.De zaken en de procesvoering tot nu toe in het kort

1.1.
In zaken 1 en 3 vorderen TotalEnergies en LyondellBasell dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen van respectievelijk (ruim) € 624 miljoen en € 1,634 miljard. In zaken 2 en 4 vorderen OMV en Borealis op dit moment verklaringen voor recht en veroordelingen van gedaagden tot betaling van schadevergoedingen. Eiseressen hebben vorderingen ingesteld in vervolg op een beschikking van de Europese Commissie van 14 juli 2020 waarbij geldboetes zijn opgelegd aan Celanese, Clariant en Vestolit wegens verboden kartelvorming. Aan Westlake is volledige immuniteit ten aanzien van dat kartel verleend.
1.2.
TotalEnergies heeft in haar dagvaarding voorgesteld om in zaak 1 een
confidentiality ringin te stellen. OMV, LyondellBasell en Borealis hebben in hun dagvaardingen incidentele vorderingen ingesteld met het doel om in zaken 2, 3 en 4
confidentiality ringsin te stellen.
1.3.
Op 26 januari 2026 heeft in alle zaken een regiezitting plaatsgevonden. Tijdens die regiezitting zijn onder meer de volgende drie onderwerpen aan de orde gekomen: 1) het vormen van
confidentiality rings, 2) het opwerpen van mogelijke incidenten en 3) de verdere procesvoering. In deze rolbeschikking zal de rechtbank beslissingen nemen omtrent deze drie onderwerpen.

2.De procedures

in zaak 1
2.1.
Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit:
- de dagvaardingen van 12 februari 2025,
- de akte overlegging producties van TotalEnergies, met producties 1 tot en met 10,
- de brief van 19 augustus 2025 van Westlake namens alle gedaagden houdende een verzoek tot het bepalen van een regiezitting,
- de brief van 27 augustus 2025 van TotalEnergies,
- de rolbeslissing van 10 september 2025 waarbij het verzoek van gedaagden tot het houden van een regiezitting is toegewezen,
- de brief van 10 september 2025 van TotalEnergies met ontbrekende betekeningsstukken,
- de brief van 17 september 2025 van TotalEnergies met ontbrekende betekeningsstukken,
- de uitlatingen van alle gedaagden op de rol van 24 september 2025,
- de uitlating van TotalEnergies op de rol van 1 oktober 2025,
- de uitlating van Westlake namens alle partijen op de rol van 15 oktober 2025.
in zaak 2
2.2.
Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit:
- de dagvaardingen van 19 mei 2025,
- de akte overlegging producties van OMV, met producties 1 en 2.
in zaak 3
2.3.
Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit:
-de dagvaardingen van 11 juli 2025,
- de akte overlegging producties een wijziging van eis van LyondellBasell, met producties 1 tot en met 12.
in zaak 4
2.4.
Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit:
- de dagvaardingen van 11 juli 2025,
- de akte overlegging producties van OMV, met producties 1 tot en met 3.
in alle zaken
2.5.
Bij rolbeslissing van 8 oktober 2025 is in alle zaken een regiezitting bepaald. Daartoe zijn de zaken op de rol informeel gevoegd. Voornoemde regiezitting heeft op 26 januari 2026 plaatsgevonden. Alle partijen zijn vrijwillig op die zitting verschenen.
2.6.
Van de regiezitting van 26 januari 2026 is een proces-verbaal opgemaakt. Aan dat proces-verbaal is op verzoek van partijen een door een professionele en onafhankelijke notulist opgesteld woordelijk verslag van de regiezitting gehecht. De in het proces-verbaal genoemde stukken behoren tot de dossiers.
2.7.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de regiezitting van 26 januari 2026 die zich in de dossiers bevinden.
2.8.
Daarna is bepaald dat vandaag een rolbeschikking wordt uitgesproken.

3.De beoordeling

in alle zaken
Confidentiality rings
3.1.
TotalEnergies heeft in haar dagvaarding voorgesteld in zaak 1 een
confidentiality ringin te stellen op dezelfde voet als in een parallelle procedure tussen SCE en gedaagden (zaaknummer C/13/739736 / HA ZA 23-859). OMV, LyondellBasell en Borealis hebben in hun dagvaardingen (voorwaardelijke) incidentele vorderingen ingesteld ter instelling van
confidentiality ringsin respectievelijk zaken 2, 3 en 4. Ter onderbouwing van hun incidentele vorderingen hebben OMV, LyondellBasell en Borealis ook gewezen op de
confidentiality ringzoals die is ingesteld in voornoemde parallelle procedure.
3.2.
TotalEnergies, OMV, LyondellBasell en Borealis hebben toegelicht dat de achtergrond van hun voorstel althans incidenten is dat aan hun (eventuele) schadevergoedingsvorderingen gegevens ten grondslag liggen die (mogelijk) bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten en dat die in deze procedures aan een vertrouwelijkheidsregime moeten worden onderworpen, ook tegenover elkaar.
3.3.
Gedaagden hebben zich tijdens de regiezitting uitgelaten over het voorstel van TotalEnergies en de incidenten van OMV, LyondellBasell en Borealis.
3.4.
Tijdens de regiezitting zijn partijen overeengekomen dat per zaak een afzonderlijke
confidentiality ringwordt ingesteld en dat in dat verband door eiseressen in iedere zaak een afzonderlijke dataroom wordt ingericht en vervolgens opengesteld aan gedaagden. Tot die datarooms zullen alleen de tot de
confidentiality ringsbehorende personen – naar het voorbeeld van de zaak toegang krijgen.
3.5.
Verder hebben partijen tijdens de regiezitting verklaard dat zij er vertrouwen in hebben dat zij in onderling overleg – naar het voorbeeld van de
confidentiality ringdie in een parallelle procedure tussen SCE en gedaagden is ingesteld [1] – tot overeenstemming kunnen komen over de tot de
confidentiality ringstoe te laten personen, de daarin op te nemen stukken, alsook over de overige voorwaarden voor de
confidentiality rings.
3.6.
Indien partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen de (voorwaarden voor de) door hen te vormen
confidentiality rings,kunnen zij zich in het kader van de door eiseressen daartoe gedane voorstellen althans opgeworpen incidenten tot de rechtbank wenden.
3.7.
De rechtbank heeft tijdens de regiezitting reeds beslist dat de hiervoor in 3.4 bedoelde datarooms op
15 april 2026moeten zijn opengesteld aan gedaagden. Gedaagden zullen op diezelfde datum een akte nemen waarin zij meedelen i) dat de datarooms aan de namens gedaagden voorgestelde personen zijn opengesteld, met opsomming van die personen en ii) welke documenten zich daarin bevinden. Het bepalen van de vertrouwelijkheidsvoorwaarden wordt vooralsnog aan partijen overgelaten.
3.8.
De rechtbank acht het vooralsnog niet nodig om inzage te krijgen in de door eiseressen in te richten en open te stellen datarooms of in dat verband – zoals in de parallelle procedure tussen SCE en gedaagden is gebeurd – een digitale descente te gelasten. De rechtbank zal eventueel op een later moment in overleg met partijen een moment kiezen om inzage in voornoemde datarooms te krijgen.
Incidenten
3.9.
Tijdens de regiezitting heeft de rechtbank aan gedaagden gevraagd of zij voornemens zijn incidenten op te werpen.
3.10.
Alle gedaagden hebben vrijwaringsincidenten en incidenten op grond van artikel 195 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: 195-incidenten) aangekondigd.
3.11.
Celanese en Clariant hebben in hun spreekaantekeningen mogelijke tussenkomstincidenten aangekondigd.
3.12.
Westlake heeft verklaard dat zij zich op dit moment beraadt over de vraag of zij een bevoegdheidsincident zal opwerpen. Celanese, Clariant en Vestolit hebben geen bevoegdheidsincidenten aangekondigd.
3.13.
TotalEnergies heeft tijdens de regiezitting medegedeeld dat zij voornemens is haar eis in de hoofdzaak (zaak 1) te vermeerderen, nadat zij een expertiserapport heeft ontvangen over polyethyleenproducten (hierna: het polyethyleenrapport) van professor M.P. Schinkel (verbonden aan de Universiteit van Amsterdam). TotalEnergies heeft toegezegd dat zij het polyethyleenrapport uiterlijk twee maanden voor een in de incidenten te plannen mondelinge behandeling zal overleggen. TotalEnergies heeft verder verklaard dat gedaagden – indien zij die behoefte hebben naar aanleiding van het polyethyleenrapport – wat haar betreft de gelegenheid kunnen krijgen om in dat verband afzonderlijke 195-incidenten op te werpen. De rechtbank neemt dat over.
3.14.
Eiseressen hebben tijdens de regiezitting nog gesteld dat wat hen betreft kan worden voort-geprocedeerd in de hoofdzaken, terwijl de incidenten worden behandeld.
3.15.
De rechtbank volgt eiseressen daarin niet. Gedaagden hebben namelijk voldoende toegelicht dat het formuleren van hun conclusies van antwoord in de hoofdzaken afhankelijk kan zijn van de uitkomsten in de – door hen op te werpen – 195-incidenten.
3.16.
De rechtbank overweegt verder als volgt.
3.17.
Gedaagden worden in de gelegenheid gesteld om op de rol van
10 juni 2026al hun incidenten bij incidentele conclusies in te dienen. Hiervan zijn uitgezonderd de hierna in 3.19 te noemen 195-incidenten in zaak 1.
3.18.
Eiseressen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om op de rol van
5 augustus 2026hun conclusies van antwoord in de incidenten in te dienen.
3.19.
Indien die behoefte bestaat, zullen gedaagden de gelegenheid krijgen om in zaak 1 – naar aanleiding van het door TotalEnergies nog over te leggen polyethyleenrapport – afzonderlijke 195-incidenten op te werpen. De rechtbank bepaalt dat in geval dit rapport steunt op andere gegevens dan die al in de dataroom zijn opgenomen, TotalEnergies deze stukken per omgaande in haar dataroom dient op te nemen. De roldata voor het indienen van incidentele conclusies en de conclusie van antwoord in incident in dat verband, kunnen op dit moment nog niet worden bepaald, omdat onbekend is wanneer TotalEnergies het polyethyleenrapport zal overleggen. TotalEnergies heeft tijdens de regiezitting toegezegd dat zij het polyethyleenrapport zal overleggen uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de in de incidenten te plannen mondelinge behandeling (zie hierna 3.23). Gelet daarop stelt de rechtbank in het vooruitzicht dat gedaagden – indien gewenst – de gelegenheid zullen krijgen om vier weken na de overlegging van het polyethyleenrapport door TotalEnergies een aanvullend verzoek tot inzage (aanvullend 195-incident) in te dienen, waarna TotalEnergies de gelegenheid krijgt om daarop binnen twee weken bij conclusie van antwoord in incident te reageren. Als dat incident wordt opgebracht, wordt het gelijktijdig met de andere 195-incidenten behandeld.
3.20.
Gedaagden zullen in de eventueel door hen op te werpen incidenten zoveel mogelijk gemeenschappelijke standpunten formuleren. De in te dienen incidentele conclusies zullen maximaal 25 pagina’s mogen beslaan. In de incidentele conclusies zullen gedaagden aangeven tot waar de gemeenschappelijke standpunten zijn opgenomen en vanaf waar het partij-specifieke standpunten betreft.
3.21.
De in te dienen conclusies van antwoord in de incidenten zullen ook maximaal 25 pagina’s mogen beslaan. Indien eiseressen in hun conclusies van antwoord in de incidenten ook gemeenschappelijke standpunten innemen, zullen zij daarin ook aangeven tot waar die gemeenschappelijke standpunten zijn opgenomen en vanaf waar het partij-specifieke standpunten betreft.
3.22.
Partijen mogen in hun incidentele conclusies en conclusies van antwoord in incident de voor de incidenten relevante (Europese en nationale) jurisprudentie als bij de rechtbank bekend veronderstellen, zodat die jurisprudentie niet uitvoerig hoeft te worden uitgelegd.
De verdere procesvoering
Mondelinge behandeling in de incidenten en ter verdere regievoering
3.23.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling in de incidenten ten overstaan van een meervoudige kamer bepalen. Daarbij zullen alle incidenten tegelijk worden behandeld.
3.24.
Tijdens de regiezitting hebben enkele gedaagden erop gewezen dat naast de onderhavige procedures ook parallelle procedures lopen, waarin zich naar verwachting in
het komende jaar ontwikkelingen zullen voordoen die mogelijk van invloed zijn op de onderhavige procedures. Zij hebben voldoende toegelicht dat tegen die achtergrond een nieuwe regiezitting aangewezen is. Voornoemde mondelinge behandeling in de incidenten zal voor zover dan mogelijk worden gebruikt voor verdere regievoering door de rechtbank in de hoofdzaken. Daarbij zal ook de volgtijdelijkheid van de te nemen inhoudelijke conclusies van antwoord in de hoofdzaken (verder) aan de orde komen (zie hierna 3.26 en verder).
3.25.
De rechtbank is voornemens de hiervoor bedoelde mondelinge behandeling in het vierde kwartaal van 2026 te plannen. Zodra het opportuun is zal opgave van verhinderdata door partijen in de maanden oktober tot en met december 2026 worden verzocht.
De conclusies van antwoord in de hoofdzaken
3.26.
Indien in één of meer 195-incident(en) een (gedeeltelijk) toewijzend vonnis wordt gewezen, stelt de rechtbank vooralsnog de volgende procesvoering in de hoofdzaken in het vooruitzicht. Eiseressen zullen in de gelegenheid worden gesteld binnen twee maanden na voornoemd vonnis alle daarin genoemde stukken aan gedaagden te verstrekken. Vervolgens worden gedaagden in de gelegenheid gesteld om binnen drie maanden daarna hun conclusies van antwoord in zaak 1 te nemen. Daarna worden in de zaken 2, 3 en 4 achtereenvolgens de conclusies van antwoord genomen met tussenpozen van steeds twee maanden.
3.27.
Voor wat betreft de inhoud van voornoemde conclusies van antwoord in de hoofdzaken zal het volgende gelden. In de conclusies van antwoord zullen de volgende onderwerpen aan de orde mogen komen: i) de feitelijke en economische achtergrond van de markt en de inbreuk, ii) de schadetheorie en plausibiliteit daarvan – zowel met betrekking tot ethyleen als polyethyleen – en iii) de econometrische methodologie van de schadeberekeningen. Het is mogelijk dat het debat – tijdens een na de conclusies van antwoord in de hoofdzaak volgende mondelinge behandeling – wordt gesplist in enerzijds de feitelijke en economische achtergrond van de markt en de inbreuk en de schadetheorie en anderzijds de plausibiliteit en de econometrische methodologie van de schadeberekeningen.
3.28.
Na (één of meer tussen)vonnis(sen) in de hoofdzaken over voornoemde onderwerpen, zullen gedaagden – zo nodig – in de gelegenheid worden gesteld om in een nadere conclusies van antwoord in te gaan op de scope van de vorderingen en de Volume of Commerce (VoC) en het quantum. De verdere procesvoering hieromtrent zal te zijner tijd worden gespecificeerd.
3.29.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De rechtbank
in alle zaken
4.1.
verwijst alle zaken naar de rol van
15 april 2026voor een door eiseressen te nemen akte over de door hen aan gedaagden opengestelde datarooms en de daarin opgenomen stukken,
4.2.
verwijst alle zaken naar de rol van
10 juni 2026voor het indienen van incidentele conclusies door gedaagden (zie hiervoor 3.17),
4.3.
verwijst alle zaken naar de rol van
5 augustus 2026voor het indienen van conclusies van antwoord in de incidenten door eiseressen (zie hiervoor 3.18),
4.4.
verwijst alle zaken naar een nader te bepalen datum voor opgave verhinderdata door partijen in de maanden oktober tot en met december 2026,
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.M.E. de Koning, rechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Vgl. Rechtbank Amsterdam 14 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5251 en Rechtbank Amsterdam 22 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:419.