In deze civiele procedure tussen Wolfson Capital Limited en Google betreft het geschil de vaststelling van de juiste vergelijkingssituatie ('counterfactual') voor schadebegroting na een door de Europese Commissie vastgesteld misbruik van machtspositie door Google.
Google verzocht om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen een tussenvonnis van 5 november 2025, omdat de beslissing over de soll-positie cruciaal is en het kwantificeren van schade veel tijd en kosten met zich meebrengt. Wolfson verzette zich tegen dit verzoek vanwege de verwachte vertraging van de procedure.
De rechtbank overweegt dat tussentijds hoger beroep slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan om fragmentatie en vertraging te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de mogelijke verandering in oordeel over de soll-positie inherent is aan een procedure in twee instanties en geen zwaarwegend belang vormt om tussentijds hoger beroep toe te staan.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en verleent uitstel voor het nemen van een akte, waarbij partijen een planning overeenkwamen voor verdere processtappen, waaronder het opstellen van een agree-disagree-rapport en een mogelijke mondelinge behandeling na het zomerreces.
De beslissing is op 14 januari 2026 mondeling uitgesproken door de rechtbank Amsterdam, afdeling privaat recht.