ECLI:NL:RBAMS:2026:2438
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren vanaf 5 maart 2026. Hij stelt dat hij vrijwel volledig afhankelijk is van zijn motor voor verplaatsingen binnen en buiten Amsterdam, omdat het openbaar vervoer voor hem geen goed alternatief is. Ook heeft hij een geplande reis naar Zuid-Italië waar openbaar vervoer vrijwel ontbreekt.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker verzocht om een nadere onderbouwing van het spoedeisend belang, waarop verzoeker en het CBR hebben gereageerd. Na beoordeling concludeert de voorzieningenrechter dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van onverwijlde spoed.
De gevolgen van het besluit zijn niet van dien aard dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.