ECLI:NL:RBAMS:2026:2524

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
13/400442-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m lid 2 SrArt. 6:6:14 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging ISD-maatregel wegens hoog recidiverisico en verslavingsproblematiek

De rechtbank Amsterdam heeft op 7 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak betreffende het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel die op 10 april 2025 aan de veroordeelde is opgelegd voor de duur van twee jaren. De ISD-maatregel is bedoeld ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive.

Uit het voortgangsverslag van december 2025 en de toelichting van de deskundige blijkt dat de veroordeelde zijn verslavingsproblematiek, met name alcoholgebruik, en psychische problematiek nog niet onder controle heeft. Ondanks deelname aan diverse trajecten binnen de inrichting, zoals groepsbijeenkomsten en therapieën, blijft het risico op recidive hoog. De veroordeelde heeft bovendien geen rechtmatig verblijf in Nederland en zal bij beëindiging van de maatregel worden uitgezet.

De verdediging voerde aan dat het recidiverisico niet objectief vastgesteld kan worden en dat het risico voor de Nederlandse maatschappij beperkt is vanwege het ontbreken van verblijfsrecht. De rechtbank oordeelt echter dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is omdat de doelen van beveiliging en recidivepreventie nog niet zijn bereikt. Daarom wordt het verzoek tot beëindiging afgewezen en de maatregel voortgezet.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/400442-24
Datum uitspraak: 7 januari 2026
Deze rechtbank heeft op 10 april 2025 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatig daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I. 1] ;
hierna: veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 10 april 2025;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de veroordeelde en zijn raadsman mr. A.M.V. Bandhoe om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 26 oktober 2025;
  • een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 22 december 2025, opgemaakt door senior casemanager [naam] , werkzaam bij de [P.I. 2] , locatie [locatie] , ten behoeve van een toetsing van de ISD-maatregel.
De rechtbank heeft op 7 januari 2026 de officier van justitie mr. M.L. Firet, veroordeelde, zijn raadsman, mr. A.M.V. Bandhoe alsmede de deskundige [naam] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

2.1
Verloop van het ISD-traject en het advies van de deskundige
Uit het bovengenoemde voortgangsverslag blijkt onder meer het volgende.
De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is aangevangen op 25 april 2025.
Uit de laatste informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst blijkt dat op 3 september 2024 is vastgesteld dat veroordeelde geen rechtmatig verblijf in Nederland meer heeft. Veroordeelde is dan ook verplicht om Nederland te verlaten.
Vanwege zijn vreemdelingenrechtelijke status en het feit dat veroordeelde geen aanspraak kan maken op sociale voorzieningen in Nederland, heeft hij in het kader van de ISD-maatregel geen recht op een extramurale fase en een re-integratietraject in Nederland. De begeleiding is daardoor enkel ambulant binnen de muren van de inrichting.
In het kader van de ISD-maatregel zijn verschillende trajecten opgestart.
Vanwege zijn verslavingsproblematiek is veroordeelde aangemeld bij [stichting 1] die hem daarbij begeleidt. Veroordeelde heeft in dat kader deelgenomen aan verschillende gesprekken met de maatschappelijk werker, aan een groepstraining en aan ‘runningtherapie’. Veroordeelde heeft aangegeven veel zucht te hebben naar alcohol en te willen blijven drinken. Hij lijkt over weinig zelfinzicht te beschikken.
Verder neemt veroordeelde deel aan de groepsbijeenkomst van de Pools sprekende Anonieme Alcoholisten die om de week in de P.I. wordt georganiseerd.
Daarnaast is veroordeelde in behandeling geweest bij de verpleegkundig specialist GGZ vanwege zijn depressies en angstproblematiek. Op eigen verzoek heeft hij op dit moment geen gesprekken meer met de behandelaar.
Ook is veroordeelde aangemeld voor het volgen van Engelse lessen. Na enkele van deze lessen te hebben gevolgd, is hij daarmee gestopt.
Ten slotte bezoekt veroordeelde het maandelijkse spreekuur van [stichting 2] op de P.I.
Veroordeelde lijkt zijn verslavings- en psychische problematiek nog niet geheel onder controle te hebben, gelet op de uitslag van middelencontroles, in zijn cel aangetroffen spullen om alcohol te maken en de bij hem waargenomen gedragingen. Ook verklaart hij dat hij alcohol wil blijven gebruiken. Voortzetting van de verslavingshulpverlening ter voorkoming van terugval in oude gewoontes en recidive wordt aanbevolen. Verder zou hij nog gebruik kunnen maken van de hulp van organisatie Zinso, waarbij gewerkt kan worden aan een toekomstperspectiefplan.
Op grond van het bovenstaande adviseert de P.I. dan ook tot voortzetting van de maatregel.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
2.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
2.3
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat uit het voortgangsverslag niet objectief kan worden vastgesteld dat veroordeelde alcohol heeft gebruikt en dat derhalve niet kan worden geconcludeerd dat het recidiverisico onverminderd hoog is. Voor zover het recidiverisico als hoog moet worden aangemerkt stelt de raadsman voorts de vraag of dit risico relevant is voor de Nederlandse maatschappij. Veroordeelde heeft geen verblijfsrecht meer in Nederland en hij wil hier ook niet blijven. Primair wordt dan ook verzocht om de ISD-maatregel te beëindigen. Bij beëindiging van de ISD-maatregel zal veroordeelde binnen twee weken het land worden uitgezet. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de maatregel over twee weken kan worden beëindigd, zodat de autoriteiten voldoende gelegenheid hebben om de uitzetting van veroordeelde na invrijheidstelling te effectueren.
2.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.
Op grond van het hierboven genoemde voortgangsverslag en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank vast dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is ten behoeve van de beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive. Uit het voortgangsverslag en hetgeen de deskundige daarover op zitting heeft toegelicht, blijkt dat er ernstige vermoedens bestaan dat veroordeelde ook binnen de P.I. nog alcohol nuttigt en zijn verslaving dus niet te boven is. Ook blijkt daaruit dat zijn psychische problematiek nog niet onder controle is. Zolang dit niet het geval is, blijft het risico op recidive onverminderd hoog. Door middel van de reeds opgestarte trajecten en de hulpverlening die nog niet is benut, kan veroordeelde aan deze problematiek blijven werken binnen de ISD-maatregel. Het doel van de ISD-maatregel is dan ook nog niet bereikt. Dat betekent dat de doelen van de tenuitvoerlegging van de maatregel bij voortduring nog steeds worden gediend.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af;
  • bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door
mr. B.C. Langendoen, voorzitter,
mr. M.C.H. Broesterhuizen en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 januari 2026.