ECLI:NL:RBAMS:2026:2577

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
1330504425
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen in poging tot doodslag zaak

Op 10 maart 2026 heeft de rechtbank Amsterdam een tussenvonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling op 11 november 2025.

Tijdens de zitting van 24 februari 2026 heeft de raadsman van verdachte een voorwaardelijk verzoek ingediend om twee getuigen te horen die belastende verklaringen hebben afgelegd. De officier van justitie verzette zich tegen dit verzoek.

De rechtbank oordeelde dat het onderzoek niet volledig was en heeft het verzoek van de verdediging toegewezen. De getuigen worden door de rechter-commissaris gehoord, waarbij de officier van justitie wordt verzocht hun adressen te verifiëren. Het onderzoek wordt geschorst totdat deze getuigen zijn gehoord, waarna de zaak wordt voortgezet.

Uitkomst: Het voorwaardelijk verzoek tot het horen van twee belastende getuigen is toegewezen en het onderzoek ter terechtzitting geschorst.

Uitspraak

tussenvonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Team Strafrecht
Parketnummer: 13/305044-25
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [Geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
verblijfsadres: [adres] .

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 februari 2026, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr M.T.A. De Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. Jeeninga, naar voren hebben gebracht.

2.Beschuldiging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 11 november 2025 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:
1. poging tot doodslag van [slachtoffer] door deze met een schaar in de hals te steken. Subsidiair is dit ten laste gelegd als een poging tot zware mishandeling.
2. poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] door deze met een schaar meermaals in het hoofd en/of hand en/of been te steken. Subsidiair is dit ten laste gelegd als mishandeling.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Heropening van het onderzoek ter terechtzitting

3.1.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Deze getuigen hebben een belastende verklaring afgelegd. Indien de rechtbank tijdens beraadslaging tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 primair ten laste gelegde komt, dan wel oordeelt dat het beroep op noodweer dient te worden verworpen, verzoekt de raadsman tot heropening van het onderzoek ter terechtzitting, teneinde de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] te laten horen door de rechter-commissaris.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting verzet tegen het verzoek van de raadsman tot het horen van getuigen.
3.3.
Beoordeling van de rechtbank
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank zal het voorwaardelijke verzoek van de raadsman tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] toewijzen, omdat aan de voorwaarde van het verzoek is voldaan en voornoemde getuigen belastend hebben verklaard.
Gelet op het feit dat de getuigen mogelijk niet meer op het opgegeven adres verblijven, wordt de officier van justitie verzocht om de adressen te verifiëren alvorens de rechter- commissaris de getuigen oproept. In het geval de getuigen niet te traceren zijn, dan gaat de rechtbank ervan uit dat de getuigen niet binnen aanvaardbare termijn gehoord kunnen worden.

4.Beslissing

De rechtbank:

heropenthet onderzoek ter terechtzitting;

wijst het verzoek om onderstaande getuigen te horen toe. De stukken worden daarom in handen gesteld van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, om de volgende personen als getuigen te horen:
- [getuige 1] , geboren op [geboortedatum 1] ;
- [getuige 2] , geboren op [geboortedatum 2] .
De officier van justitie wordt verzocht de adressen van voornoemde getuigen te laten verifiëren en deze door te geven aan de rechter-commissaris;
 schorst het onderzoek voor
onbepaalde tijd;
 beveelt de oproeping van
verdachtetegen een nader te bepalen terechtzitting en tijdstip met kennisgeving daarvan aan de
raadsmanvan verdachte;
 beveelt dat de
benadeelde partij [slachtoffer]en
mr. A.J.W.F. Segerende dag en het tijdstip van de volgende zitting schriftelijk worden meegedeeld;
 bepaalt dat voor de behandeling van de zaak op de volgende zitting ten minste
60 minutendienen te worden gereserveerd.
Dit tussenvonnis is gewezen door
mr. M. Vaandrager, voorzitter,
mrs. J.M. Van Hall en N.A.M. Buurman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2026.
[...]