Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2612

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
11819328
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 CAO BeroepsgoederenvervoerArt. 3 Wet AVV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling werkgever tot naleving CAO en betaling schadevergoeding aan FNV

FNV vordert dat de werkgever, een transportbedrijf, de bepalingen van de algemeen verbindend verklaarde CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen naleeft over de periodes 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2025. Tevens vordert FNV dat de werkgever de loonaanspraken van werknemers berekent en uitbetaalt, en een schadevergoeding betaalt wegens reputatieschade en extra inzet van VNB.

De werkgever heeft ondanks meerdere verzoeken van Stichting VNB, belast met controle op naleving, nagelaten de cao correct na te leven en de gevraagde gegevens te verstrekken. De werkgever beriep zich op deelname aan een PayChecked-onderzoek, maar dit werd door de rechtbank niet als voldoende beschouwd.

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever gehouden is de cao na te leven en veroordeelt haar tot afgifte van correcte urenstaten, berekeningen en salarisspecificaties, alsmede tot betaling van de loonaanspraken aan werknemers die hier aanspraak op maken. Daarnaast wordt een schadevergoeding van € 8.262,50 aan FNV toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd.

De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad en er is een dwangsom opgelegd voor het geval de werkgever niet binnen de gestelde termijnen voldoet. De werkgever is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waardoor haar verweer niet is toegelicht of weersproken.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot naleving van de CAO, betaling van loonaanspraken aan werknemers en schadevergoeding aan FNV.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11819328 \ CV EXPL 25-10290
Vonnis van 13 maart 2026
in de zaak van
de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: FNV,
gemachtigde: mr M.C.P. van Beers (Stichting VNB),
tegen

1.de vennootschap onder firma[gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
beiden vennoten van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden ,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 oktober 2025,
- de e-mailberichten van gedaagden van 10 en 11 februari 2026,
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2026, waarbij door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de door FNV ter zitting overgelegde spreekaantekeningen.
Op de mondelinge behandeling is de gemachtigde van FNV verschenen, samen met [naam] , juriste bij stichting VNB. [gedaagden] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
FNV is een vereniging van werknemers die als doel heeft de belangen van haar leden en andere werkenden te behartigen. FNV sluit in dat kader collectieve arbeidsovereenkomsten af en ziet toe op de naleving daarvan. FNV heeft de controle op naleving van de cao opgedragen aan de Stichting VNB (hierna: VNB).
2.2.
[gedaagde 1] is een transportbedrijf dat werkzaamheden verricht die meebrengen dat zij valt onder de werkingssfeer van de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao). Zij is niet aangesloten bij de werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland.
2.3.
De cao 2024/2025 is algemeen verbindend verklaard voor de periode van 24 april 2024 tot en met 31 december 2025. De cao 2023 is algemeen verbindend verklaard voor de periode van 13 januari 2023 tot en met 31 december 2023. De cao 2021/2022 is algemeen verbindend verklaard voor de periode 29 september 2021 tot en met 31 december 2022.
2.4.
Artikel 78 lid 1 onder Pro a van de cao luidt als volgt:
“De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie, binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de CAO correct is nageleefd. Het betreft de artikelen 6 sub 2b, 8,10, 16, 19, 20, 21, 25, 26a, 29 leden 3 en 4, 40, 67a, 68, 69, 69 A t/m 69D en 75 van de CAO”
2.5.
VNB heeft vanaf 7 november 2022 [gedaagden] vele keren verzocht om aan te tonen dat zij als werkgever haar cao verplichtingen correct en volledig heeft nageleefd. Ondanks meerdere sommaties heeft [gedaagden] niet volledig voldaan aan de verzoeken van VNB.

3.Het geschil

3.1.
FNV vordert – samengevat – dat [gedaagden] wordt veroordeeld tot naleving van een aantal cao bepalingen met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2021, en wel gedurende de perioden dat de cao algemeen verbindend is verklaard, en tot afgifte van deugdelijke berekeningen van het tegoed aan loon, overuren, uren op zaterdag, zondag en feestdagen, verblijfkostenvergoeding, vakantiebijslag en reiskosten woon/werkverkeer die door correcte naleving van de cao ontstaan voor alle werknemers in die periode, met overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de cao volgt, op straffe van een dwangsom, alsmede uitbetaling aan de betreffende medewerkers van de loonaanspraken, toeslagen en/of vergoedingen die als gevolg van het voorgaande zijn ontstaan, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en rente, eveneens op straffe van een dwangsom.
Daarnaast vordert FNV veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 8.262,50 als vergoeding van schade van FNV, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
[gedaagden] betoogt in haar correspondentie voorafgaande aan de zitting dat zij geen toegevoegde waarde ziet in de cao controle omdat zij door haar opdrachtgevers Albert Heijn en Post NL al is verzocht mee te werken aan een PayChecked-onderzoek.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zoveel nodig nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak heeft op 12 februari 2026 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [gedaagden] is niemand verschenen. FNV heeft haar standpunt ter zitting nader toegelicht en is ingegaan op het per e-mail ingediende summiere verweer van [gedaagden] Doordat geen vertegenwoordiger van [gedaagden] op de zitting is verschenen heeft zij geen gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen, geen nadere informatie verschaft, haar eigen standpunten niet verder toegelicht en de nadere toelichting van FNV niet weersproken. De kantonrechter verbindt hieraan het gevolg dat het standpunt van FNV ten aanzien van haar vorderingen en de onderbouwing daarvan juist wordt geacht.
4.2.
De onderbouwing van de vordering van FNV staat duidelijk in de correspondentie die vanaf 7 november 2022 is gevoerd en in de dagvaarding. Het ligt vervolgens op de weg van [gedaagden] om aan te tonen dat zij de CAO correct naleeft. Dit vloeit voort uit artikel 78 van Pro de CAO.
4.3.
Aan die verplichting heeft [gedaagden] niet voldaan. Haar verweer dat zij al meewerkt aan een onderzoek van Paychecked is niet steekhoudend. Dat onderzoek, en de resultaten daarvan, staan los van de verplichtingen die op [gedaagden] rusten op grond van de cao. VNB heeft voldoende onderbouwd dat overtredingen van de cao zijn geconstateerd die [gedaagden] , ondanks concrete verzoeken, tot op heden weigert te herstellen.
4.4.
Dit leidt ertoe dat de vordering van FNV tot naleving van de CAO wordt toegewezen zoals gevorderd, net als de vordering tot afgifte van deugdelijke berekeningen van de loonaanspraken die door correcte toepassing van de CAO ontstaan en overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de CAO volgt. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen, maar gemaximeerd tot € 100.000,00.
4.5.
FNV vordert ook uitbetaling aan de betreffende werknemers van de loonaanspraken die als gevolg van de veroordeling tot naleving van de CAO ontstaan.
Uitgangspunt is dat een werknemersorganisatie die partij is bij een cao, als contractspartij uit eigen hoofde nakoming kan vorderen van in die cao opgenomen verplichtingen van een werkgever. Voor het kunnen instellen van zo’n vordering door een werknemersorganisatie is niet vereist dat er werknemers zijn die zich hebben verzet of die bezwaar hebben gemaakt tegen de handelwijze van hun werkgever. Als contractspartij heeft de werknemers-organisatie immers een eigen belang bij, en recht op, nakoming. Wel geldt dat een eventuele toewijzing van de nakomingsvordering alleen betrekking kan hebben op de nakoming van een verplichting van een werkgever jegens werknemers die daarop aanspraak kunnen en willen maken. Die voorwaarde moet tot uitdrukking gebracht worden in het dictum van de uitspraak, indien daarin een werkgever wordt veroordeeld tot het verrichten van een prestatie jegens zijn werknemers. Deze vordering van FNV zal daarom worden toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.
4.6.
De gevorderde wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 20% omdat dit de kantonrechter met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt.
4.7.
De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
4.8.
Hoewel een dwangsom in beginsel niet kan worden opgelegd bij een veroordeling tot betaling van een geldsom, kan de gevorderde dwangsom in dit geval wel worden opgelegd omdat het gaat om een betaling aan een derde. FNV kan immers niet overgaan tot gewone executie van het vonnis door executoriaal beslag. FNV heeft er daarom belang bij dat zij op een andere wijze, namelijk door oplegging van een dwangsom, betaling kan afdwingen. Ook met betrekking tot de uitbetaling van de loontegoeden zal de gevorderde dwangsom worden gemaximeerd tot € 100.000,00. Bovendien zal deze pas verschuldigd worden – kort gezegd – vier weken nadat de betreffende werknemers kenbaar hebben gemaakt dat zij aanspraak kunnen en willen maken op de loontegoeden.
4.9.
FNV vordert een schadevergoeding van € 8.262,50 op grond van artikel 78 lid 1 sub c van Pro de CAO en artikel 3 van Pro de Wet AVV. Doordat de CAO niet wordt nageleefd lijdt FNV reputatieschade, is sprake van verlies aan werfkracht en hebben medewerkers van VNB tijd aan de kwestie moeten besteden, aldus FNV. Daarbij heeft FNV toegelicht en onderbouwd hoe zij het gevorderde schadebedrag heeft berekend. [gedaagden] heeft geen enkel verweer gevoerd tegen de gevorderde schadevergoeding. Het gevorderde bedrag zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente.
4.10.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FNV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
293,73
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.628,73

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat [gedaagden] in de perioden 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2022, 13 januari 2023 tot en met 31 december 2023 en 24 april 2024 tot en met 31 december 2025 gehouden is de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen na te leven,
5.2.
veroordeelt [gedaagden] tot naleving van de cao over de perioden 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2022, 13 januari 2023 tot en met 31 december 2023 en 24 april 2024 tot en met 31 december 2025 ten aan zien van de artikelen 26a, 27, 33, 40, 69 en 39a van de cao, hetgeen inhoudt:
- afgifte van waarheidsgetrouwe urenverantwoordingsstaten inclusief correcties en gps gegevens (artikel 26a cao),
- afgifte van deugdelijke berekeningen van het tegoed aan loon, overuren, uren gewerkt op zaterdag, zondag en tijdens feestdagen (artikel 26a, 27, 33 cao),
- nabetaling van de netto verblijfskostenvergoeding (artikel 40 cao Pro),
- nabetaling van vakantiebijslag voor vijf werknemers (artikel 69 cao Pro),
- afgifte van deugdelijke berekeningen van de reiskosten woon/werkverkeer (artikel 39a cao),
- met overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen,
alles op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagden] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,-, te rekenen vanaf twee weken na betekening van dit vonnis,
5.3.
veroordeelt [gedaagden] tot uitbetaling aan de betreffende werknemers van de loonaanspraken, toeslagen en/of vergoedingen die ten gevolge van de veroordeling onder 5.2 ontstaan en voor zover de betreffende werknemers hierop aanspraak kunnen en willen maken, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag met een maximum van € 100.000,- dat [gedaagden] daarmee in gebreke blijft, indien [gedaagden] niet binnen twee weken nadat de betreffende werknemers schriftelijk of per e-mail aan zowel FNV als [gedaagden] kenbaar hebben gemaakt dat zij aanspraak kunnen en willen maken op de loontegoeden die als gevolg van de veroordeling onder 5.2 zijn ontstaan, aan deze veroordeling voldoet.
5.4.
veroordeelt [gedaagden] om aan FNV € 8.262,50 te betalen aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 juli 2025, tot aan de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 1.628,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.