Op 25 november 2025 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal door middel van insluiping bij een hotel in Amsterdam, waarbij flessen whisky en snoepgoed zijn weggenomen. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend tijdens de terechtzitting van 20 februari 2026. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de goederen wederrechtelijk heeft toe-eigend.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar zonder aftrek van voorarrest, terwijl de verdediging primair een gevangenisstraf bepleitte en subsidiair een voorwaardelijke ISD-maatregel of een kortere duur van de maatregel. De rechtbank nam het strafblad van verdachte en het reclasseringsadvies van het Leger des Heils Amsterdam mee in haar overwegingen. Uit het advies blijkt dat verdachte een hoog recidiverisico heeft, mede door problematisch middelengebruik en het ontbreken van rechtmatig verblijf en sociale voorzieningen.
De rechtbank concludeerde dat verdachte voldoet aan zowel de harde als zachte criteria voor de ISD-maatregel. Er is geen reëel alternatief om het recidiverisico te beperken, en de veiligheid van personen en goederen vereist oplegging van de maatregel. De rechtbank legde daarom de ISD-maatregel op voor de maximale duur van twee jaar, zonder aftrek van voorarrest, om recidive te beëindigen en de maatschappij te beschermen.