ECLI:NL:RBAMS:2026:2652

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
15 maart 2026
Zaaknummer
C/13/775940 / FA RK 25-7196
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:244 BWArt. 1:253q BWArt. 1:253r BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing ouderlijk gezag moeder wegens onbekend verblijf en weigering medewerking

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de vader om het gezag van de moeder over hun minderjarige kind te schorsen. De moeder verblijft in het buitenland op een voor de vader onbekende locatie en weigert medewerking aan gezagsbesluiten, ondanks regelmatig contact via Facebook. De vader woont in Nederland en oefent sinds mei 2025 de feitelijke zorg voor het kind uit.

De rechtbank stelde vast dat de moeder geen uitvoering geeft aan haar gezag en dat het gezamenlijk uitoefenen van gezag onmogelijk is door haar onbekende verblijfplaats en gebrek aan communicatie. Op grond van artikel 1:253q en 1:253r BW is het gezag van een ouder geschorst indien deze tijdelijk niet in staat is het gezag uit te oefenen of onbekend is.

De rechtbank verklaarde voor recht dat het gezag van de moeder is geschorst en dat de vader het gezag alleen uitoefent. Deze wijziging wordt ambtshalve aangetekend in het gezagsregister. De subsidiaire verzoeken van de vader werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de toewijzing van het primaire verzoek.

Uitkomst: Het gezag van de moeder is geschorst en de vader oefent het gezag over de minderjarige alleen uit.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/775940 / FA RK 25-7196
Beschikking van 13 maart 2026
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. H.L.M. Lichteveld te Amsterdam,
tegen
[de moeder] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in binnen- en buitenland,
hierna te noemen de moeder.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de vader met bijlagen, ingekomen op 23 september 2025;
  • het F9-formulier met bijlagen van de vader, ingekomen op 25 februari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026.
Verschenen is de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Arabisch, [tolk] .
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen via de Staatscourant en het laatst bekende e-mailadres, niet verschenen. De vader heeft op de mondelinge behandeling verteld dat hij de moeder ook via facebook op de hoogte heeft gesteld van de mondelinge behandeling.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn gehuwd op 8 augustus 2018 bij de consulaire vertegenwoordiging van de [locatie] .
2.2.
Uit het huwelijk is geboren:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019.
2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.
2.4.
De minderjarige verblijft sinds 28 mei 2025 bij de vader.
2.5.
De vader heeft op 23 september 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij deze rechtbank. Hij verzoekt tevens het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
2.6.
De vader heeft de Egyptische nationaliteit. De moeder heeft de Portugese nationaliteit. [minderjarige] heeft zowel de Egyptische als de Portugese nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
De vader verzoekt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarheid bij voorraad,
Primair:
een verklaring voor recht dat het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige is geschorst;
deze verklaring voor recht aan te tekenen in het gezagsregister;
Subsidiair:
vervangende toestemming in de plaats van die van de moeder om een Portugees paspoort voor de minderjarige aan te vragen;
vervangende toestemming in de plaats van de moeder om verbetering van de gegevens in de geboorteakte en de basisregistratie personen van de minderjarige te verzoeken onder toepassing van het Portugese namenrecht zodat de minderjarige dan de voornamen [minderjarige] zal krijgen en de geslachtsnaam [geslachtsnaam moeder + vader] ;
vervangende toestemming in de plaats van de moeder om met [minderjarige] naar het buitenland te mogen reizen.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over hem.
Wettelijk kader
4.2.
Uit de artikelen 1:253q en 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat gedurende de tijd waarin een of beide ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van een of beide ouders onbekend is, het gezag van die ouder van rechtswege geschorst is.
4.3.
Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat de moeder in het buitenland verblijft, vermoedelijk op [plaats] . De vader heeft tijdens de zitting meegedeeld dat er vrijwel dagelijks contact is via Facebook (Messenger) waarbij de moeder [minderjarige] ziet en spreekt en er ook contact met de man is. De moeder weigert in die gesprekken echter om mee te delen waar zij verblijft en om gezagszaken met de vader te bespreken. Als de vader haar toestemming vraagt, bijvoorbeeld om een paspoort aan te vragen voor [minderjarige] , zegt de moeder dat zij daar over na zal denken, maar zij komt vervolgens, ondanks herhaaldelijk vragen door de vader, niet met een antwoord. Ook de advocaat van de vader heeft geprobeerd contact met de moeder te krijgen, maar zij wil de advocaat niet te woord staan. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat de moeder geen uitvoering geeft aan haar gezag over [minderjarige] . Waarom de moeder weigert met de vader te overleggen over gezagszaken, is onduidelijk. Dat zij daarbij ook nog op een voor de vader onbekende plek in het buitenland verblijft, maakt het gezamenlijk uitvoering geven aan het gezag onmogelijk. De rechtbank moet het er, gelet op deze feiten en omstandigheden, dan ook voor houden dat de moeder ten minste tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om beslissingen over [minderjarige] te nemen en daarmee het gezag over hem uit te oefenen.
4.4.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het primaire verzoek van de vader om een verklaring voor recht te geven dat het gezag van de moeder is geschorst en dat de vader het gezag over [minderjarige] alleen uitoefent toewijzen.
4.5.
De vader heeft ook verzocht de schorsing in het gezag te laten aantekenen in het gezagsregister. De vaststelling dat de vader – gedurende de schorsing van het gezag van de moeder – alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent, wordt ingevolge artikel 1:244 BW Pro in verbinding met artikel 2, onder a. van het Besluit gezagsregisters, door de rechtbank ambtshalve aangetekend in het gezagsregister. In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de rechtbank de griffier verzoeken een afschrift van deze beschikking te sturen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie.
4.6.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet meer toe aan de behandeling van de subsidiaire verzoeken van de vader.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verklaart voor recht dat het gezag van de moeder, [de moeder] , over de minderjarige
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019, van rechtswege is geschorst;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. C.C.M. Oude Hengel, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. T.M.M.P. Westbroek, griffier, op 13 maart 2026. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).