ECLI:NL:RBAMS:2026:266
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen crisismaatregel burgemeester Amsterdam ongegrond verklaard
Verzoeker stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam op 22 september 2025, met het argument dat de hoorplicht niet was nageleefd en dat de medische gronden onjuist waren. Hij voerde aan dat hij niet adequaat was gehoord en dat er geen sprake was van een psychiatrische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakte.
De burgemeester en GGD Amsterdam stelden dat verzoeker niet kon worden gehoord omdat hij sliep in een separeerruimte en dat het herstelproces belangrijker was dan het uitvoeren van de hoorplicht op dat moment. Een onafhankelijke psychiater bevestigde dat verzoeker wel degelijk was gehoord en dat de crisismaatregel was gebaseerd op een vermoeden van psychiatrische stoornis en verzet tegen zorg.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester niet in strijd met de Wvggz had gehandeld, dat de hoorplicht onder de gegeven omstandigheden niet kon worden nageleefd zonder het herstelproces te schaden, en dat de crisismaatregel rechtmatig was opgelegd. Het verzoek tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.