Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 juni 2025, met producties 1 tot en met 12,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 42,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 13 tot en met 28,
- het tussenvonnis van 15 oktober 2025 waarin een mondelinge behandeling is gelast,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 en de daarin opgenomen processtukken en proceshandelingen, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten in conventie en in reconventie
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Zodra de advocaat voorziet dat de declaratie aanmerkelijk hoger zal worden dan de aanvankelijk aan de cliënt opgegeven schatting stelt hij zijn cliënt daarvan op de hoogte.”
Uurtarief advocaatheeft over de mogelijke complexiteit van de te verlenen juridische bijstand overwogen dat ook indien het moeilijk of zelfs onmogelijk is het aantal uren te voorspellen [4] , de informatie van de handelaar aanwijzingen moet bevatten die de consument in staat stelt bij benadering de totale kosten van de aangeboden diensten te ramen. Daarbij kan gedacht worden aan informatie over het voorzienbare of minimaal aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen, of een afspraak tussen partijen om periodiek tussentijdse facturen of overzichten op te maken waarin het totaal van de gewerkte uren wordt vermeld, aldus het HvJ EU in het arrest
Uurtarief advocaat [5] . De complexiteit van het geschil waarvoor juridische bijstand is ingeroepen is op zich dus onvoldoende om [eiser] te ontslaan van haar informatieverplichting jegens [gedaagde] bij de totstandkoming van hun overeenkomst.
“ [gedaagde] heel goed wist waar zij aan begon en dat dat geld zou kosten”treft hier geen doel.