Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2683

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11970139 \ EA VERZ 25-1343
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 9 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens detentie en ernstig verwijtbaar handelen werknemer

De werknemer is sinds 2013 in dienst bij Vanderlande Industries B.V. en werkzaam als Maintenance Technician. Op 6 februari 2025 is hij in België gearresteerd en heeft sindsdien geen werkzaamheden meer verricht. Vanderlande stopte de salarisbetaling per 29 mei 2025 en blokkeerde de toegangspassen van de werknemer.

Ondanks meerdere oproepen heeft de werknemer geen contact opgenomen met de werkgever en is hij niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter verleent verstek en beoordeelt het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de h-grond, omdat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten.

De ontbinding wordt vastgesteld met ingang van 1 april 2026, waarbij de werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen. Tevens wordt de werknemer veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2026 zonder recht op transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11970139 \ EA VERZ 25-1343
Beschikking van23maart 2026 verstek
in de zaak van
VANDERLANDE INDUSTRIES B.V.,
te Veghel,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Vanderlande,
gemachtigde: mr. M.O. de Bont,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 14 november 2025 is ingekomen een verzoekschrift met producties.
1.2.
De eerste mondelinge behandeling was bepaald op 9 februari 2026. In overleg met de kantonrechter heeft de gerechtsdeurwaarder op verzoek van Vanderlande bij exploten van 3 februari 2026 respectievelijk 6 februari 2026 het verzoekschrift aan [verweerder] betekend op zijn woonadres respectievelijk zijn detentieadres en hem opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. Op de mondelinge behandeling van 9 februari 2026 is niemand verschenen.
1.3.
De mondelinge behandeling is op 2 maart 2026 voortgezet. Voor Vanderlande zijn verschenen [naam 1] , teamleider Schiphol Airport en Brussel Airport, [naam 2] , HR-adviseur, vergezeld door de gemachtigde. Vanderlande heeft de betekende exploten overgelegd. [verweerder] is ondanks deze oproeping wederom niet verschenen. De namens Vanderlande aanwezige personen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1984, is sinds 1 september 2013 in dienst bij Vanderlande Industries B.V. De functie van [verweerder] is Maintenance Technician met een loon van € 3.924,87 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Hij was per 1 maart 2024 werkzaam op de luchthaven van Brussel.
2.2.
Op 6 februari 2025 is [verweerder] in België gearresteerd. Sindsdien heeft hij geen werkzaamheden meer verricht voor Vanderlande.
2.3.
Met ingang van 29 mei 2025 heeft Vanderlande de salarisbetaling van [verweerder] stopgezet.
2.4.
De Schipholpas van [verweerder] is geblokkeerd. Voor de luchthaven Brussel is een negatieve veiligheidsverificatie afgegeven.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Vanderlande verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege andere omstandigheden die zodanig zijn dat van Vanderlande redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren (h-grond), subsidiair vanwege ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] (e-grond) en meer subsidiair op grond van een combinatie van omstandigheden uit voornoemde gronden (i-grond), met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.
3.2.
Vanderlande heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerder] , ondanks meerdere verzoeken daartoe, na zijn aanhouding geen contact met haar heeft opgenomen. Er is onduidelijkheid over de reden en de duur van de detentie. [verweerder] kan door de detentie, de blokkade van de Schipholpas en de afgegeven negatieve veiligheidsverificatie voor de luchthaven Brussel de overeengekomen arbeid niet verrichten. Bovendien is het onzeker of [verweerder] nog een Verklaring Van Geen Bezwaar (VGB) krijgt. Er is geen opzegverbod en herplaatsing is niet mogelijk, aldus Vanderlande. Verzocht wordt om de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden en te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding.
3.3.
[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op de mondelinge behandeling verschenen.

4.De beoordeling

verstekverlening
4.1.
De kantonrechter stelt vast dat [verweerder] bij (gewone) brief van 10 december 2025 door de griffier is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarin tevens is vermeld dat hij tot tien kalenderdagen vóór de mondelinge behandeling een verweerschrift kan indienen.
4.2.
Omdat [verweerder] niet is verschenen is het verzoekschrift vervolgens op verzoek van Vanderlande op 3 februari 2026 door de gerechtsdeurwaarder in Brussel (België) (niet in persoon) aan [verweerder] betekend aan het adres van de gevangenis van [plaats] (België). Daarbij is [verweerder] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. De deurwaarder heeft echter nadien bericht ontvangen dat [verweerder] in september 2025 de gevangenis in België heeft verlaten.
4.3.
Tevens is het verzoekschrift bij deurwaardersexploot van 6 februari 2026 (niet in persoon) aan [verweerder] betekend op het woonadres aan de [adres] . Daarbij is [verweerder] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. Blijkens de brief van 11 februari 2026 van de gerechtsdeurwaarder is dit het adres waar [verweerder] volgens de Basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven.
4.4.
Vanderlande heeft de twee exploten van betekening en oproeping overgelegd.
Bij het uitbrengen van deze exploten zijn alle wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [verweerder] verstek wordt verleend.
ontbinding arbeidsovereenkomst
4.5.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.6.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is op grond van artikel 7:669 lid 1 BW Pro voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
4.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.8.
De zogeheten h-grond geldt als een ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar die wel van dien aard zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de parlementaire geschiedenis wordt  onder meer  detentie als voorbeeld genoemd (
Kamerstukken II2013/14, 33818, nr. 3, p. 46).
4.9.
Als onweersproken staat vast dat [verweerder] op 6 februari 2025 door de Belgische politie is aangehouden. Daarbij zijn een werktelefoon, laptop en een testkoffer in beslag genomen. [verweerder] heeft niet gereageerd op verzoeken van Vanderlande om contact met haar op te nemen. Uit informatie die Vanderlande heeft bereikt houdt de aanhouding mogelijk verband met gedragingen die zich op of rond de werkvloer hebben voorgedaan. [verweerder] heeft van 6 februari 2025 tot september 2025 in België in detentie verbleven. Ook nadat hij de gevangenis heeft verlaten heeft [verweerder] geen contact met Vanderlande opgenomen. De Schipholpas van [verweerder] is geblokkeerd en er is een negatieve veiligheidsverificatie voor de luchthaven Brussel afgegeven. Daardoor heeft [verweerder] geen toegang meer tot beveiligde en gevoelige gebieden van Schiphol en Brussel Airport en is hij niet langer in staat de overeengekomen werkzaamheden te verrichten..
4.10.
[verweerder] heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens Vanderlande moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onweersproken gelaten. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden. Gezien deze feiten en omstandigheden wordt geoordeeld dat sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van Vanderlande niet kan worden gevergd te arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren. Niet gebleken is dat er sprake is van een opzegverbod. Voorts is niet betwist dat [verweerder] niet kan worden herplaatst. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden op de primair verzochte h-grond.
ontbindingsdatum
4.11.
Vanderlande heeft verzocht in afwijking van artikel 7:671b lid 9, onderdeel a BW en overeenkomstig artikel 7:671b lid 9, onderdeel b BW het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op een eerder tijdstip dan het moment waarop deze bij opzegging zou zijn geëindigd, aangezien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van verweerster. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.12.
Gelet op de onder 4.9 vermelde feiten en omstandigheden is er sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [verweerder] .
4.13.
De arbeidsovereenkomst wordt daarom met toepassing van artikel 7:671b lid 9 sub b BW ontbonden met ingang van 1 april 2026.
geen transitievergoeding
4.14.
Het verzoek om te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding zal worden toegewezen, nu [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
4.15.
Vanderlande hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.
proceskosten
4.16.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Vanderlande worden begroot op € 1.036,03 (€ 252,03 aan explootkosten, € 135,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 72,00 aan nakosten), vermeerderd met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2026,
5.2.
bepaalt dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding,
5.3.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.036,03, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026, in aanwezigheid van mr. B.A. Terwee, griffier.
452