ECLI:NL:RBAMS:2026:2708
Rechtbank Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Betaling huurachterstand en afwijzing tegenvorderingen in huurzaken
Huurder huurde vanaf oktober 2020 een woning via een onderverhuurder en sloot in februari 2023 een nieuwe huurovereenkomst met verhuurder. Verhuurder vordert betaling van huurachterstand, bestaande uit geïndexeerde huur en twee onbetaalde termijnen. Huurder betwist de huurverhoging, stelt dat de overeenkomst onder dwaling en druk is gesloten en vordert splitsing van de huurprijs, huurprijsvermindering en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat huurder gebonden is aan de nieuwe huurovereenkomst en dat de huurprijs niet all-in is. De huurverhoging is rechtsgeldig omdat het een geliberaliseerde huur betreft en de overeenkomst jaarlijkse indexatie toestaat. Huurder heeft onvoldoende bewijs geleverd voor haar stellingen over dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden, huurprijsvermindering en schadevergoeding.
Het incassobeding in de algemene voorwaarden wordt vernietigd, waardoor buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €4.555,92 huurachterstand met rente en proceskosten. De tegenvorderingen worden afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand inclusief geïndexeerde huur en proceskosten, terwijl haar tegenvorderingen worden afgewezen.