ECLI:NL:RBAMS:2026:2725

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/13/780489 / FA RK 25-9726
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming voor vakantie met kinderen naar Marokko

De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met zijn twee minderjarige kinderen naar Marokko in juli 2026. Hij stelde dat de omgang met de kinderen stabiel en probleemloos verloopt en dat de reis in het belang van de kinderen is om hun achtergrond te leren kennen. De vrouw voerde verweer en stelde dat zij en de kinderen slachtoffer zijn geweest van huiselijk geweld door de man, dat er meerdere incidenten zijn geweest waarbij de man grensoverschrijdend gedrag vertoonde, en dat de kinderen niet veilig zijn bij hem. Zij vreest ontvoering en wil alleen toestemming geven voor een vakantie naar een veilig Europees land.

De Raad voor de Kinderbescherming kon geen advies geven vanwege het ontbreken van recente informatie en stelde voor nader onderzoek te doen in een toekomstige procedure. De rechtbank overwoog dat sinds de eerdere afwijzing in 2024 niets wezenlijk is veranderd, dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de veiligheid en het welzijn van de kinderen, en dat de ondertoezichtstelling in 2024 niet is ingevuld. De rechtbank achtte het niet in het belang van de kinderen om de vervangende toestemming te verlenen.

De rechtbank wees het verzoek van de man af en zag geen aanleiding om het zelfstandig verzoek van de vrouw te behandelen. De kinderen kunnen contact houden met de familie van de man die in Nederland verblijft. De vrouw kan een verzoek tot wijziging van de zorgregeling indienen, waarna nader onderzoek kan plaatsvinden.

Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vervangende toestemming voor een vakantie met de kinderen naar Marokko is afgewezen omdat dit niet in het belang van de kinderen is.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780489 / FA RK 25-9726 (AS/WvL)
Beschikking van 17 maart 2026 betreffende geschil gezamenlijke gezagsuitoefening als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. L. Scheffer te Amsterdam,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. S. Toughza te Amsterdam.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen van de man van 16 december 2025;
- het verweerschrift met bijlagen met zelfstandig verzoek van de vrouw van 21 januari 2026;
- een F-9 formulier met bijlagen van de vrouw van 26 januari 2026;
- een F-9 formulier met bijlagen van de man van 9 februari 2026;
1.2.
De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 17 februari 2026.
Verschenen zijn:
-de man bijgestaan door zijn advocaten mr. M.B. Akcay en mr. Scheffer,
-de vrouw bijgestaan door haar advocaat mr S. Toughza en een tolk in de Arabisch-Marokkaanse taal,
-mevrouw [medewerker Raad van Kinderbescherming] namens de Raad, via een telefonische verbinding.
Mr. Scheffer heeft pleitaantekeningen overgelegd.
1.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn na afloop van de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Zij hebben op 24 februari 2026 met de kinderrechter gesproken. De kinderen hebben verklaard dat zij niet willen dat er iets met anderen wordt gedeeld van wat zij met de kinderrechter hebben besproken.

2.De feiten

2.1.
Het huwelijk van partijen is door inschrijving op 4 januari 2019 in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van 29 augustus 2018 ontbonden. Uit het huwelijk zijn geboren:
[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2016,
[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedag 2] 2017.
2.2.
In het bij de echtscheidingsbeschikking behorende ouderschapsplan is door partijen overeengekomen dat partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag behouden en dat de paspoorten en identiteitskaarten worden beheerd door de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 6 juni 2024 van deze rechtbank is een eerder verzoek van de man tot vervangende toestemming voor een reis met de kinderen naar Marokko afgewezen omdat er onvoldoende waarborgen waren de omgang in Marokko veilig vorm te geven. Voorts is overwogen dat de vrouw haar vrees voor ontvoering voldoende had geconcretiseerd en aannemelijk heeft gemaakt.

3.Het verzoek en het verweer met zelfstandig verzoek

3.1.
De man verzoekt- na wijziging van de verzoeken - hem vervangende toestemming te verlenen voor het reizen naar Marokko van 6 juli tot en met 20 juli 2026 met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vrouw te gelasten de geldige paspoorten van de kinderen minimaal twee weken voor de reis aan de man over te dragen bij gebreke waarvan de vrouw een dwangsom van € 100,- per dag aan hem dient te betalen.
3.2.
De vrouw heeft verweer gevoerd. Bij zelfstandig verzoek verzoekt de vrouw voor het geval aan de man vervangende toestemming wordt verleend tot het reizen voor de duur van één week naar een Europees land met de kinderen, te bepalen dat de kinderen dagelijks de mogelijkheid krijgen om telefonisch of via beeldbellen contact met de vrouw te hebben en te bepalen dat het tijdstip van dit contact in onderling overleg zal worden vastgesteld.

4.De standpunten

De man
4.1.
De man stelt dat de omgang al geruime tijd zonder problemen verloopt. Met toestemming van de vrouw is hij in oktober 2025 met de kinderen naar een bruiloft in Lille geweest. Er is geen hulpverlening meer bij het gezin betrokken. Sinds het huwelijk met de vrouw is de man niet met de kinderen naar Marokko geweest. De kinderen zijn nog nooit bij de familie van de man thuis in Marokko geweest. De vrouw weigert echter akkoord te gaan met de reis naar het buitenland omdat de omgang dan niet goed zou gaan.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man naar voren gebracht dat de kinderen plezier hebben in het contact met hun vader en zich bij hem veilig voelen. De man heeft ook laten zien dat hij verantwoord met de kinderen kan reizen. Ook eerdere vakanties in Nederland zijn goed verlopen. De kinderen zijn al eerder twee weken bij de man geweest in de vakanties en zijn dus gewend om langere tijd bij hem te zijn. De situatie is daardoor nu wezenlijk anders dan ten tijde van de beschikking van 2024, omdat de omgang stabiel en probleemloos verloopt, er geen incidenten zijn geweest, de kinderen met de vrouw in Marokko zijn geweest en dus gewend zijn aan een verblijf aldaar. De kinderen zijn inmiddels ook zelfstandiger geworden. De voorgenomen reis is in het belang van de kinderen, omdat deze de kans biedt hun achtergrond te leren kennen en van belang is voor hun ontwikkeling. De bezwaren van de vrouw zijn gebaseerd op oude verdachtmakingen. De door de vrouw aangehaalde gebeurtenissen dateren van voor de huidige zorgregeling en worden grotendeels door de man ontkend. Er is geen enkele aanwijzing dat de man de kinderen zou ontvoeren. Hij heeft de kinderen na de vakanties altijd tijdig teruggebracht en heeft daarbij ook geen enkel belang de band met zijn kinderen en zijn leven in Nederland op het spel te zetten. Ook elders zou een ontvoering kunnen plaatsvinden. Marokko is net als Nederland en Frankrijk aangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag en biedt dezelfde waarborgen en is ook in Marokko afdwingbaar. Het argument dat een vakantie naar een Europese bestemming wel veilig zou zijn en in Marokko niet, is daarom onjuist. De man heeft indien toestemming wordt verleend, ook geen bezwaar dat de vrouw in die periode telefonisch of via beeldbellen contact heeft met de kinderen. De man heeft zijn retourtickets al gekocht en getoond. Hij zal verblijven op het adres van zijn ouders en zijn zus. De vrouw kent dat adres ook en heeft het telefoonnummer van die zus. De vrouw mag altijd bellen. In het ouderschapsplan is bepaald dat de kinderen bij de vrouw wonen. De vrouw is dus de verzorgende partij en volgens Marokkaans recht horen de kinderen dan bij de moeder te wonen. De vrouw kan in het geval van kinderontvoering direct naar de politie in Marokko gaan. De man is ooit zonder paspoort gaan reizen, maar met toestemmingsformulier. De man had de kinderen al lang kunnen ontvoeren als hij dat had gewild. Hij heeft de vrouw en kinderen ook nooit bedreigd. Het is prima als de Raad nader onderzoek wil doen. In 2024 had hij de kinderen maar één week tijdens de vakantie en is de vrouw drie weken met de kinderen naar Marokko gegaan. Daarna waren ze weer één week bij hem.
De vrouw
4.2.
De voert aan dat zij gedurende het huwelijk jarenlang slachtoffer is geweest van huiselijk geweld en de kinderen hier getuige van zijn geweest. Ook de kinderen waren niet veilig voor de man. De vrouw heeft met de kinderen gedurende 1,5 jaar in een blijf-van-mijn-lijfhuis verbleven, daarna op een geheim adres en het oudste kind heeft EMDR gehad om de trauma’s enigszins te verwerken. Er is in 2019 een straat- en contactverbod opgelegd en hulpverlening is nadien betrokken geweest. De man is niet in staat de hele dag voor de kinderen te zorgen. Hij is zijn emoties nog steeds niet de baas. Met Unalzorg zijn in 2024 veiligheidsafspraken gemaakt. Nadien heeft de man echter opnieuw en meermaals grensoverschrijdend gedrag naar de kinderen vertoond. De man kan zijn emoties nog steeds niet reguleren. Er wordt geschreeuwd en er wordt onvoldoende op de kinderen gelet. Eén kind viel zelfs een gat in het hoofd waarna hij dat kind niet heeft laten controleren door de dokter. Vorige week heeft hij een van de kinderen in de moskee nog bij de keel gegrepen omdat ze te druk waren of te hard schreeuwden. Tegen de jongste heeft hij geschreeuwd: ik ga je vermoorden. Iemand anders moest tussenbeide komen. Bij begeleiding door Unalzorg is al gezegd dat de man niet begeleidbaar was. De kinderen hebben na het laatste incident aangegeven niet meer naar de vader te willen. De huidige zorgregeling moet opnieuw beoordeeld worden in een nieuwe procedure. De vrouw zou een vakantie van de man met de kinderen nu niet meer toestaan. Ook vorig jaar was er een incident. De vrouw zal nog een separaat verzoek tot wijziging van de zorgregeling indienen. Zij heeft het gevoel dat de overnachtingen van de kinderen bij de man te veel zijn voor de kinderen. De kinderen zijn nooit langer dan een week bij hem geweest. Er is nu geen hulpverlenende instantie betrokken. Wie monitort de kinderen dan? Voor de kinderen is een reis naar Marokko ook niet veilig. De vrouw heeft er geen vertrouwen in dat de kinderen weer zullen terugkeren na de vakantie. De kinderen hebben ook de Marokkaanse nationaliteit en de man wordt daar gezien als gezagsdrager en de vrouw als verzorger. De vrouw vreest ontvoering. Zij is wel bereid toestemming te geven voor een vakantie naar een veilig Europees land. Mocht het misgaan dan zijn de kinderen beschermd door het verdrag. De man heeft altijd gedreigd met ontvoering. Hij heeft de kinderen toen zij nog klein waren, ooit uit haar armen gerukt en in de auto van zijn broer gestopt. Met veel moeite zijn de kinderen toen teruggekomen. In Marokko heeft een vader de beslissende stem. Als hij besluit de kinderen te houden, is dat beslissend. De vrouw vertrouwt de politie in Marokko niet. Zelfs met afspraken vertrouwt de vrouw de man geen reis met de kinderen naar Marokko toe. De man heeft zich eerder ook niet aan afspraken gehouden. Een teruggeleidingsprocedure zou voor de vrouw heel pijnlijk zijn. De man kan zijn moeder en zus ook in Nederland ontmoeten. De gronden waarop het eerdere verzoek van de man is afgewezen, gelden nog steeds. Er is geen nieuwe situatie. Jeugdbescherming is laks geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Er is nooit contact opgenomen met de vrouw, alleen tegen het einde van de ondertoezichtstelling. Jeugdbescherming heeft in overleg met de Raad besloten niet te verlengen. Er is de afgelopen jaren totaal geen zicht geweest op de kinderen en evenmin op de opvoedsituatie bij de man.
De Raad
De Raad kan de rechtbank geen advies verlenen ten aanzien van de verzochte toestemming voor de vakantie naar Marokko. De Raad mist recente informatie. De afgelopen tijd is geen hulpverlening betrokken. In het dossier zitten alleen oude stukken, behalve de laatste zorgen over de vakantie in Frankrijk. De Raad ziet dat de kinderen niet bevraagd zijn over dit verzoek. De Raad vraagt zich af wat het met de kinderen doet als zij naar Marokko gaan terwijl zij weten dat hun moeder daar angst over heeft. Aan de andere kant is er wel een vakantieregeling bepaald. De ouders verdienen ook wel complimenten omdat de kinderen de ouders kunnen zien en zij zich aan afspraken houden. Er is geen tussenoplossing mogelijk want de moeder wil ook voor een Europese bestemming geen toestemming geven. De Raad biedt een nader onderzoek aan in de door de vrouw aangekondigde procedure tot wijziging van de zorgregeling. Er zijn bij de Raad immers wel zorgen over de gezinsproblematiek. Kennelijk is de eerdere ondertoezichtstelling niet ingevuld omdat de gezinsmanager uitviel. Een onderzoek kan ook in de onderhavige procedure, maar in verband met de lange wachttijden - 5 tot 6 maanden - heeft de man daar niets aan voor zijn verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
Bij beschikking van 6 juni 2024 van deze rechtbank bij de behandeling van het vorige gelijkluidende verzoek van de man is door de rechtbank overwogen dat geen vervangende toestemming werd verleend omdat de voorgenomen vakantie van de man met de kinderen naar Marokko met onvoldoende waarborgen was omkleed. Voorts is overwogen dat de vrouw haar vrees voor ontvoering voldoende had geconcretiseerd en aannemelijk heeft gemaakt.
5.2.
In die situatie is thans naar het oordeel van de rechtbank niets veranderd. De Raad heeft niet kunnen adviseren maar er zijn wel zorgen bij de Raad over de gezinsproblematiek. Gebleken is dat op 12 november 2024 een ondertoezichtstelling is opgelegd en voordien in het vrijwillig kader betrokkenheid is geweest van Unalzorg en de Blauwe Beer. De op 12 november 2024 opgelegde ondertoezichtstelling is niet ingevuld en eind 2025 beëindigd omdat er geen gezinsmanager beschikbaar was. Beide partijen reppen over nachtmerries bij de kinderen en vorig jaar is er nog een incident geweest waarbij de man tegen de kinderen heeft geschreeuwd en/of ze heeft geslagen. Ook recent heeft zich een incident voorgedaan. De rechtbank vindt dat alles zorgwekkend. De rechtbank acht het gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet in het belang van de kinderen dat aan de man vervangende toestemming wordt verleend. De zus en de moeder van de man verblijven overigens nu voor langere tijd in Nederland zodat de kinderen in Nederland contact kunnen hebben met de familie van de man.
5.3.
Nu het verzoek van de man wordt afgewezen behoeft het zelfstandig verzoek van de vrouw geen bespreking meer. Als de vrouw een verzoek tot wijziging van de zorgregeling indient zoals zij kennelijk voornemens is te gaan doen, kan in die procedure de Raad zoals aangeboden, nader onderzoek doen.

6.De beslissing

De rechtbank:
- wijst de verzoeken van de man af.
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.B. Sluijs, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren, griffier, op 17 maart 2025. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).