Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2742

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
24/6607
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij inschrijving in BRP

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar in de Basisregistratie Personen (BRP) te registreren op een bepaald adres, terwijl zij was uitgeschreven op een ander adres. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar.

Tijdens de zitting op 16 maart 2026 heeft eiseres toegelicht dat de twee betrokken woningen zijn samengevoegd middels een notariële akte, waardoor zij niet langer apart op het tweede adres kan worden ingeschreven. Hierdoor is het procesbelang van eiseres komen te vervallen, omdat een uitspraak op het beroep haar niet meer kan helpen.

De rechtbank oordeelt dat procesbelang een vereiste is voor ontvankelijkheid en dat het enkele feit dat eiseres een principiële uitspraak wenst, onvoldoende is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Het griffierecht wordt niet vergoed. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6607
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. S. de Ruijter).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college om eiseres in de Basisregistratie Personen (BRP) te registeren als wonend op het adres [adres 1] . Eiseres is uitgeschreven op het adres [adres 2] .
1.1.
Met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij dat besluit gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 1 oktober 2024 op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank overweegt dat procesbelang inhoudt dat iemand een belang bij de uitkomst van de procedure nastreeft met zijn of haar bezwaar of beroep, en daarmee ook daadwerkelijk kan verwezenlijken. Dit belang moet reëel en actueel zijn. Procesbelang is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep en dit is een ambtshalve toets voor de bestuursrechter. Volgens vaste bestuursrechtspraak [1] levert het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak wenst, geen rechtens te respecteren belang op.
4. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van procesbelang. Eiseres kan met een uitspraak op het beroep niet meer bereiken wat zij wil. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat de woningen op de adressen [adres 1] en [adres 2] zijn samengevoegd. Afgelopen december is een notariële akte hiertoe gepasseerd. Dit moet alleen nog worden opgenomen in het Kadaster. Dit betekent dat eiseres ook niet meer apart op [adres 2] ingeschreven kan worden. Verder is het de rechtbank niet gebleken van een ander belang bij het beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, wordt het griffierecht niet vergoed.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026 door
mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7768.