ECLI:NL:RBAMS:2026:2745

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
26/1191
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen inschrijving huwelijk in BRP wegens belangen kinderen

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 16 maart 2026 een voorlopige voorziening toegewezen in een bestuursrechtelijke zaak waarin verzoekers, vertegenwoordigd door een bijzondere curator, bezwaar maakten tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om het huwelijk tussen de moeder en de biologische vader van de kinderen in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP).

Het college had het huwelijk uit 2011 op 14 november 2025 ingeschreven en bleef bij dit besluit na bezwaar van de moeder. Verzoekers stelden dat de biologische vader de inschrijving kan gebruiken om informatie over hen te verkrijgen, wat onwenselijk is gezien de lopende complexe familierechtelijke procedures en het belang van de kinderen. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang aannemelijk en besloot het verzoek om schorsing toe te wijzen.

De voorlopige voorziening houdt in dat het bestreden besluit en het primaire besluit worden geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het besluit tot inschrijving van het huwelijk in de BRP is geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep vanwege het zwaarder wegen van de belangen van de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 26/1191
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 maart 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
mr. C.M.D. de Waele, in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de minderjarigen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,verzoekers
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. S. Lensink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het besluit van het college om het huwelijk tussen mevrouw [persoon 1] (moeder) en de heer [persoon 2] (biologische vader) in te schrijven in de Basisregistratie personen (BRP).
1.1.
Het college heeft met het besluit van 14 november 2025 het huwelijk uit 2011 ingeschreven in de BRP. De moeder van verzoekers heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 23 februari 2026 is het college bij de registratie van het huwelijk gebleven.
1.2.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer: AMS 26/1193) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist.
1.3.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
Verzoekers zijn wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de bijzondere curator namens verzoekers en de gemachtigde van het college.
1.6.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De voorzieningenrechter kan alleen een voorlopige voorziening treffen als “onverwijlde spoed” dat vereist. [1] De bijzondere curator heeft op zitting toegelicht dat de biologische vader de huwelijksregistratie in de BRP kan gebruiken om verschillende instanties te benaderen om informatie over verzoekers te verkrijgen. Dit is volgens de bijzondere curator problematisch gelet op de zeer complexe familierechtelijke procedure die nog loopt. Contact met de biologische vader is absoluut onwenselijk. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is gemaakt.
4. De voorzieningenrechter zal het beroep van verzoekers niet kortsluiten. [2] De beroepstermijn van het bestreden besluit is nog niet verstreken. De moeder van verzoekers kan nog in beroep gaan tegen het bestreden besluit en de bijzondere curator heeft op zitting verklaard dat zij dit ook gaat doen. De beroepen hangen samen en dienen gelijktijdig beslist te worden. De voorzieningenrechter zal daarom alleen op het verzoek om een voorlopige voorziening beslissen en zich beperken tot een belangenafweging.
5. Hoewel het college te volgen is dat niet betwist wordt dat het brondocument, te weten de huwelijksakte, rechtsgeldig is en dat het huwelijk ingeschreven moet worden in de BRP, wegen de belangen van verzoekers op dit moment zwaarder dan het algemene belang van het college bij de juiste registratie van rechtsfeiten in de BRP. Er lopen op dit moment complexe familierechtelijke procedures bij de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam waarin onder ander de geldigheid van het huwelijk tussen de moeder en biologische vader van verzoekers voorligt. Ook heeft de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een advies uit te brengen over onder andere de gezagsverhouding. Bovendien blijkt uit het dossier dat er sprake is van twee huwelijken. Hoe dit allemaal precies zit is voor de voorzieningenrechter op dit moment niet duidelijk. Wel voldoende aannemelijk is geworden dat de biologisch vader de BRP-inschrijving kan gebruiken, en ook lijkt te gebruiken, om instanties te benaderen om informatie over verzoekers te verkrijgen. De bijzondere curator is door de rechtbank Amsterdam benoemd om de belangen van verzoekers te behartigen in deze complexe situatie. [3] De bijzondere curator stelt dat het niet in het belang van de kinderen is dat de vader van verzoekers contact met hen heeft of informatie over hen kan opvragen. Hierover heeft de bijzondere curator ook reeds een rapportage opgemaakt en ingediend in de familierechtelijke procedure. In dat kader, en ook om aan de belangen van de kinderen tegemoet te komen, zal de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen die inhoudt dat de beslissing op bezwaar wordt opgeschort, wat feitelijk betekent dat de registratie van het huwelijk tussen de moeder en de biologische vader van verzoekers ongedaan gemaakt wordt tot zes weken nadat op het beroep is beslist.
6. In de beroepsprocedure (zaaknummer: AMS 26/1193) zal de rechtbank op de hoogte moeten worden gehouden door partijen over de voortgang van de familierechtelijke procedure en de beslissing over het huwelijk.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit en het primaire besluit van 14 november 2025 zijn geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep.
7.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst krijgen verzoekers een vergoeding van de proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de bijzondere curator krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De bijzondere curator heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt daarom in totaal € 1.868,-.
7.2.
Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit van 23 februari 2026 tot zes weken na de uitspraak op het beroep van verzoekers;
- schorst het besluit van 14 november 2025 tot zes weken na de uitspraak op het beroep;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026 door
mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.In de zin van artikel 8:86 van Pro de Awb.
3.Beschikking van 18 juni 2025 van de rechtbank Amsterdam, zaaknummer: C/l 3/766250/ FA RK 25-1991 (en C/l 3/765628/ FA RK 25/1 668).