De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 16 maart 2026 een voorlopige voorziening toegewezen in een bestuursrechtelijke zaak waarin verzoekers, vertegenwoordigd door een bijzondere curator, bezwaar maakten tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om het huwelijk tussen de moeder en de biologische vader van de kinderen in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Het college had het huwelijk uit 2011 op 14 november 2025 ingeschreven en bleef bij dit besluit na bezwaar van de moeder. Verzoekers stelden dat de biologische vader de inschrijving kan gebruiken om informatie over hen te verkrijgen, wat onwenselijk is gezien de lopende complexe familierechtelijke procedures en het belang van de kinderen. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang aannemelijk en besloot het verzoek om schorsing toe te wijzen.
De voorlopige voorziening houdt in dat het bestreden besluit en het primaire besluit worden geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.