Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift van 19 januari 2026, met producties 1 tot en met 8,
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 23,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 februari 2026 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.De beoordeling
- de omvang van de schuld en/of de achterstand,
- of een eventuele betalingsregeling goed is nagekomen,
- de houding van betrokkene ten aanzien van de schuld,
- de reden voor het ontstaan van de achterstand en de mate van verwijtbaarheid,
- de huidige financiële situatie van betrokkene en als deze stabiel is: hoe lang al,
- of betrokkene andere schulden heeft,
- of sprake is geweest van ernstige of structurele wanbetaling,
- of betrokkene met de gewenste lening (in dit geval een hypotheek) niet kan wachten tot de vijfjaarstermijn is verstreken (bijvoorbeeld vanwege gezins- en woonsituatie),
- het verstrijken van de tijd sinds het inlossen van de schuld.