Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2835

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/13/770253
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:92 lid 2 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming betalingsverplichting uit koopovereenkomst inventaris en goodwill cafetaria toegewezen

Op 27 februari 2024 sloten partijen een koopovereenkomst waarbij eiser de inventaris en goodwill van een cafetaria leverde aan Chef-Chaouan B.V. i.o. voor een koopsom van €80.000, waarvan €10.000 vooraf via makelaar en €70.000 op de leveringsdatum betaald moest worden. Kopers betaalden €70.000 contant, maar voldeden niet het restantbedrag van €80.000. De levering vond plaats op 1 maart 2024, de indeplaatsstelling in de huurovereenkomst op 8 mei 2024.

Eiser vordert betaling van het restantbedrag, handelsrente, buitengerechtelijke kosten en een contractuele boete. Kopers betwisten de betalingsverplichting en beroepen zich op opschorting wegens vermeende tekortkoming van eiser en ontbinding. De rechtbank oordeelt dat de contante betaling niet ter voldoening van de betalingsverplichting uit de koopovereenkomst was en dat kopers onvoldoende hebben onderbouwd dat zij aan hun verplichtingen voldeden.

De rechtbank wijst de vordering toe, veroordeelt kopers hoofdelijk tot betaling van €80.000 plus wettelijke handelsrente vanaf 5 juli 2024, €1.575 aan buitengerechtelijke kosten, en proceskosten van €5.428,01. De contractuele boete wordt gematigd tot de hoogte van de wettelijke rente wegens billijkheid. De voorwaardelijke reconventionele vordering wordt niet beoordeeld omdat de voorwaarde niet is vervuld.

Uitkomst: Rechtbank veroordeelt kopers hoofdelijk tot betaling van €80.000 plus rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, en wijst opschorting en ontbinding af.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/770253 / HA ZA 25-1120
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[eiser], handelend onder de naam [handelsnaam] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. B. Santen,
tegen

1.CHEF-CHAOUAN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. B.P.C. Bijl.
Gedaagde onder 1 wordt hierna Chef-Chaouan genoemd, gedaagde onder 2 [gedaagde 2] en gedaagde onder 3 [gedaagde 3] . Samen worden zij Chef-Chaouan c.s. genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 november 2025,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 27 februari 2024 hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 3] namens Chef-Chaouan B.V. i.o. een schriftelijke koopovereenkomst gesloten met [eiser] . Overeengekomen is dat [eiser] de inventaris en goodwill van cafetaria [handelsnaam] levert aan Chef-Chaouan B.V. i.o. voor een koopsom van € 80.000. Op grond van de overeenkomst moet een bedrag van € 10.000 bij of voor ondertekening van de overeenkomst worden betaald aan de makelaar van [eiser] . In de overeenkomst is verder bepaald dat het restant van € 70.000 op de dag van levering moet worden overgemaakt op de bankrekening van [eiser] . De leveringsdatum is bepaald op uiterlijk 1 april 2024.
2.2.
Artikel 9 van Pro de overeenkomst luidt, voor zover relevant, als volgt:
Artikel 9 Huurovereenkomst Pro – In de plaatsstelling
9.1
Verkoper en koper zullen gezamenlijk verhuurder verzoeken koper per de overdrachtsdatum in de plaats te stellen van verkoper dan wel een nieuwe huurovereenkomst met koper te sluiten die ingaat op de dag van de levering tegen gelijksoortige voorwaarden als die zijn opgenomen in de huurovereenkomst die momenteel van kracht is tussen verkoper en verhuurder. Indien de verhuurder zijn medewerking niet (althans niet tijdig) verleent zal verkoper, op zijn kosten, een gerechtelijke procedure tot in de plaats stelling aanhangig maken. Deze gerechtelijke procedure staat aan de levering van het verkochte niet in de weg. Koper zal de verschuldigde huur gedurende de periode dat van een gerechtelijke in de plaatsstelling (nog) geen sprake is tijdig bij vooruitbetaling aan verkoper voldoen die garandeert dat hij voor omgaande doorbetaling aan verhuurder zal zorgdragen.
2.3.
Artikel 15 van Pro de overeenkomst luidt:
Artikel 15 Hoofdelijkheidsverklaring
15.1
Koper is gerechtigd deze overeenkomst te sluiten voor een nader te noemen besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Wanneer koper hiervan gebruik maakt blijft koper naast deze vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen uit deze overeenkomst.
2.4.
Chef-Chaouan c.s. hebben op 27 februari 2024 een bedrag van € 70.000 contant aan [eiser] betaald.
2.5.
Op 1 maart 2024 heeft [eiser] de sleutels van het pand aan Chef-Chaouan c.s. overhandigd. Chef-Chaouan c.s. hebben daarna de cafetaria verbouwd tot een Marokkaans restaurant. Op 4 maart 2024 is de besloten vennootschap Chef-Chouan B.V. opgericht.
2.6.
Chef-Chaouan is op 8 mei 2024 in de plaats gesteld van [eiser] in de huurovereenkomst.
2.7.
Bij e-mail van 5 juli 2024 heeft [eiser] [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in gebreke gesteld vanwege het niet voldoen van de koopsom en hen gesommeerd binnen zeven dagen een bedrag van € 80.000 aan hem over te maken.
2.8.
De verhuurder van het pand heeft op 9 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen het gebruik van het pand door Chef-Chaouan c.s. omdat het niet overeenkomstig de huurovereenkomst wordt geëxploiteerd als een ‘Cafetaria Hollandse stijl’.
2.9.
Chef-Chaouan c.s. hebben de vordering van [eiser] bij e-mail van 27 december 2024 betwist. Op 13 januari 2025 heeft [eiser] Chef-Chaouan c.s. opnieuw gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 80.000.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Chef-Chaouan c.s. tot betaling van € 80.000,00, vermeerderd met handelsrente en een bedrag van € 1.575 aan buitengerechtelijke kosten. Daarnaast vordert [eiser] een contractuele boete van € 160,00 per dag en veroordeling van Chef-Chaouan c.s. in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] is met Chef-Chaouan c.s. een koopsom van € 150.000 overeengekomen voor de overname van de inventaris en goodwill van cafetaria [handelsnaam] . Van dit bedrag hebben Chef-Chaouan c.s. € 70.000 contant vooruit betaald. Na deze betaling hebben partijen op
27 februari 2024 een schriftelijke koopovereenkomst ondertekend, waarin het restant van de koopprijs van € 80.000 is opgenomen. Chef-Chaouan c.s. hebben dit restant bedrag niet voldaan. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn op grond van artikel 15 van Pro de koopovereenkomst naast Chef-Chaouan hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van de restant koopsom.
3.3.
Chef-Chaouan c.s. voeren verweer. Chef-Chaouan c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Chef-Chaouan c.s. voeren aan dat er tussen [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [eiser] geen rechtsverhouding meer bestaat na bekrachtiging van de overeenkomst door Chef-Chaouan. Verder voeren zij aan dat de gevorderde € 80.000 niet verschuldigd is en dat een rechtsgrond ontbreekt voor de gevorderde boete, handelsrente en buitengerechtelijke kosten. Volgens Chef-Chaouan c.s. is [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zij willen de overeenkomst ontbinden en hun schade op [eiser] verhalen. Chef-Chaouan c.s. beroepen zich daarom op opschorting van hun verplichting tot betaling van het restant van de koopsom tot de ontbinding van de overeenkomst of verrekening is uitgesproken.
in voorwaardelijke reconventie
3.5.
Voor zover de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een koopprijs van € 150.000 vorderen Chef-Chaouan c.s. primair gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst wegens non-conformiteit.
3.6.
Chef-Chaouan c.s. leggen daaraan samengevat ten grondslag zij niet per
1 maart 2024, maar pas op 8 mei 2024 in de plaats zijn gesteld in de huurovereenkomst, dat de inventaris geen € 35.000 maar € 5.000 waard is, dat het niet zonder meer mogelijk is een Marokkaans restaurant in het pand te vestigen en dat er strenge duurzaamheidsvereisten gelden in geval van een verbouwing. De verbouwing die Chef-Chaouan heeft uitgevoerd is daardoor voor niets geweest.
3.7.
Subsidiair vorderen Chef-Chaouan c.s. een schadevergoeding van € 59.509,70 omdat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Dit bedrag bestaat uit het bedrag dat Chef-Chaouan c.s. te veel hebben betaald vanwege de werkelijke waarde van de inventaris, de verbouwingskosten, een contractuele boete en handelsrente.
in conventie en voorwaardelijke reconventie
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Vaststaat dat Chef-Chaouan c.s. zich in de koopovereenkomst hebben verplicht om een bedrag van € 80.000 te betalen aan [eiser] . Van dit bedrag moest € 10.000 bij of voor ondertekening van de overeenkomst worden betaald via de makelaar en het restant van € 70.000 op de dag van levering. Chef-Chaouan c.s. hebben op 1 maart 2024 de sleutels van het pand gekregen. Dit betekent dat Chef-Chaouan c.s. op dat moment, maar in ieder geval op de uiterste leverdatum uit de overeenkomst, 1 april 2024, een bedrag van € 70.000 moesten betalen.
Betalingsverplichting uit de overeenkomst is niet tenietgegaan
4.2.
Chef-Chaouan c.s. hebben ter zitting aangevoerd dat zij met de contante betaling van € 70.000 grotendeels aan hun betalingsverplichting op grond van de koopovereenkomst hebben voldaan en dat hun betalingsverplichting daarom tot dat gedeelte teniet is gegaan. Op Chef-Chaouan c.s. rust de stelplicht en bewijslast van hun bevrijdende verweer dat zij hebben betaald.
4.3.
Niet in geschil is dat Chef-Chaouan c.s. op de dag dat de koopovereenkomst werd ondertekend contant een bedrag van € 70.000 aan [eiser] hebben betaald. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of dit een betaling is ter uitvoering van de betalingsverplichting uit de overeenkomst.
4.4.
[eiser] heeft betwist dat de cash betaling van € 70.000 is verricht om te voldoen aan de betalingsverplichting van het bedrag van € 80.000 uit de overeenkomst. Hij heeft aangevoerd dat partijen een koopsom van in totaal € 150.000 zijn overeengekomen, waarvan € 70.000 vooraf contant zou worden betaald. Voor de resterende € 80.000 is de koopovereenkomst opgesteld. Ter onderbouwing van zijn stelling dat een koopsom van € 150.000 is afgesproken heeft [eiser] verwezen naar Whatsapp-berichten met zijn makelaar, waaruit blijkt dat [eiser] zijn onderneming aanvankelijk voor € 175.000 te koop wilde aanbieden. Daarnaast heeft [eiser] een aan Chef-Chaouan c.s. toegestuurd concept van de koopovereenkomst overgelegd, waarin een koopprijs van € 160.000 staat. [eiser] heeft voorts gewezen op een Whatsapp-bericht van 23 juni 2024 van [gedaagde 3] aan [eiser] , waarin [gedaagde 3] schrijft:
“(…) heb dus een snackbar overgenomen voor 150 waar van groot gedeelte cash denk niet dat je er slim aan doet maar mij de tijd geeft het goed te onderbouwen in papierwerk wat nu eenmaal tijd kost”.Dat van de koopsom nog € 80.000 verschuldigd is, volgt volgens [eiser] bovendien uit een Whatsapp-bericht van 17 juni 2024 van [gedaagde 3] aan [eiser] , waarin staat:
“die 80K ben ik mee bezig erdoorheen te krijgen ik verwacht deze vrijdag goed gekeurd te krijgen”.
4.5.
Tegenover deze gemotiveerde betwisting hebben Chef-Chaouan c.s. onvoldoende onderbouwd dat de cashbetaling van € 70.000 was bedoeld om te voldoen aan de betalingsverplichting van in totaal € 80.000 uit de overeenkomst. In dat kader zijn zij ook het antwoord schuldig gebleven op de vraag waarom niet per bankoverschrijving is betaald, zoals in de overeenkomst is bepaald. Het verweer dat de betalingsverplichting door betaling is tenietgegaan slaagt dus niet.
Het beroep op opschorting gaat niet op
4.6.
Ook het verweer van Chef-Chaouan c.s. dat zij hun betalingsverplichting mogen opschorten totdat de ontbinding van de overeenkomst is uitgesproken dan wel hun vordering tot schadevergoeding op [eiser] kan worden verrekend slaagt niet. Chef-Chaouan c.s. leggen aan dit verweer ten grondslag dat het geleverde niet voldoet aan wat zij op grond van de koopovereenkomst mochten verwachten en dat [eiser] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, maar daarvan is geen sprake. De rechtbank ligt dit hierna toe.
-
Indeplaatsstelling
4.7.
In de koopovereenkomst is niet bepaald dat Chef-Chaouan c.s. op de leveringsdatum per 1 maart 2024 in de rechten en verplichtingen van [eiser] op grond van de huurovereenkomst treden. De koopovereenkomst bepaalt dat partijen gezamenlijk de verhuurder zullen verzoeken Chef-Chaouan c.s. per de overdrachtsdatum in de plaats te stellen van [eiser] . Dit verzoek is gedaan en de indeplaatsstelling heeft plaatsgevonden op
8 mei 2024. [eiser] heeft verder in de periode voorafgaand aan de indeplaatsstelling conform de overeenkomst de huur die Chef-Chaouan c.s. aan hem voldeden doorbetaald aan de verhuurder.
-
Geen garanties - onderzoeksplicht
4.8.
De koopovereenkomst bevat geen garanties over het gebruik van het pand als Marokkaans restaurant, de staat van het verkochte en de waarde van de inventaris. In artikel 7.3 van de overeenkomst verklaren partijen dat zij volledig bekend zijn met het verkochte, de staat waarin het verkochte zich bevindt en de financieel-economische situatie van de onderneming. Artikel 7.6 van de overeenkomst bepaalt verder dat verkoper niet gehouden is tot enige garantie voor de staat van onderhoud of verborgen gebreken van de goederen. Dat [eiser] buiten de schriftelijke overeenkomst om (mondelinge) toezeggingen heeft gedaan over de waarde van de inventaris, de staat van het pand, de mogelijkheid om in het pand een Marokkaans restaurant te vestigen en de toelaatbaarheid van de verbouwing hebben Chef-Chaouan c.s. niet met feiten en stukken onderbouwd. Dit hadden zij gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] wel moeten doen.
4.9.
Bovendien blijken de beperkingen in het gebruik van het pand en de duurzaamheidsafspraken, waarover Chef-Chaouan c.s. zich beklagen, uit de huurovereenkomst. In de koopovereenkomst is vermeld dat de huurovereenkomst als bijlage aan de koopovereenkomst is gehecht. Indien dit feitelijk niet het geval was en Chef-Chaouan c.s. pas later kennis hebben genomen van de huurovereenkomst, komt het voor risico van Chef-Chaouan c.s. dat zij zonder onderzoek het gebruik van het pand hebben gewijzigd en daarvoor een ingrijpende verbouwing hebben uitgevoerd.
4.10.
Chef-Chaouan c.s. hebben aangevoerd dat het hen vooral te doen was om de huur van de locatie en dat zij de inventaris zouden doorverkopen. Gelet daarop lag het op de weg van Chef-Chaouan c.s. te onderzoeken wat de waarde van de inventaris was en zo nodig een lagere koopprijs af te spreken. Het feit dat de inventaris minder heeft opgeleverd dan Chef-Chaouan c.s. dachten levert dus evenmin een tekortkoming van [eiser] op.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
4.11.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer dat er tussen [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [eiser] geen rechtsverhouding meer bestaat. In artikel 15.1 van de overeenkomst is bepaald dat, als de overeenkomst voor een nader te noemen besloten vennootschap wordt gesloten, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst. Weliswaar hebben Chef-Chaouan c.s. aangevoerd dat het de bedoeling van partijen was om alleen Chef-Chaouan na haar oprichting te binden en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] als vertegenwoordigers van Chef-Chaouan i.o. uit hun hoofdelijkheid te ontslaan, maar van een dergelijke gezamenlijke bedoeling is op geen enkele manier gebleken. [eiser] mocht afgaan op wat er in de overeenkomst staat. Chef-Chaouan c.s. heeft de koopovereenkomst bekrachtigd. Op grond van artikel 15.1 van de overeenkomst zijn Chef-Chaouan, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] dan ook hoofdelijk aansprakelijk.
Contractuele boete en handelsrente
4.12.
Omdat Chef-Chaouan c.s. de betalingsverplichting niet zijn nagekomen zijn zij op grond van artikel 12.1 van de overeenkomst een contractuele boete verschuldigd van 2 promille van de koopsom van € 80.000, zijnde € 160, per dag dat zij - na ingebrekestelling – gedurende zeven dagen nalatig blijven te betalen. [eiser] heeft Chef-Chaouan c.s. op 5 juli 2024 in gebreke gesteld. De rechtbank gaat voorbij aan het feit dat de ingebrekestelling niet aangetekend, zoals bepaald in de overeenkomst, maar per e-mail is verstuurd. Aangetekende verzending heeft een bewijsfunctie en Chef-Chaouan c.s. hebben niet betwist dat zij de e-mail van 5 juli 2024 hebben ontvangen.
4.13.
De rechtbank ziet wel aanleiding om op grond van de billijkheid de hoogte van de gevorderde boete te matigen, omdat het boetebedrag de hoogte van de hoofdsom overstijgt. Indien de boete wordt berekend vanaf 12 juli 2024, zoals gevorderd, tot aan de dag van betaling komt dit immers neer op een bedrag van € 100.480 (628 dagen x € 160). Daarbij wordt er veronderstellenderwijs vanuit gegaan dat veertien dagen na vonnisdatum zou worden betaald. Hier komt bij dat de prikkel tot nakoming, die uitgaat van een boete, in dit geval ontbreekt omdat Chef-Chaouan c.s. ter zitting hebben verklaard niet in staat te zijn de hoofdsom te voldoen.
4.14.
De rechtbank acht het billijk de boete in dit geval te matigen tot het bedrag van de wettelijke handelsrente te rekenen vanaf 12 juli 2024 tot aan de dag van volledige betaling. De boete treedt in de plaats van schadevergoeding op grond van de wet, waaronder ook de wettelijke rente valt. [1] Dit betekent dat de gevorderde wettelijke handelsrente zal worden afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten
4.15.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.16.
Chef-Chaouan c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,01
- griffierecht
2.723,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
Totaal
5.428,01
4.17.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
4.18.
De nakosten worden hierna onder 4.24 begroot rekening houdend met de voorwaardelijke vordering in reconventie.
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in voorwaardelijke reconventie
4.20.
Chef-Chaouan c.s. hebben de vordering in reconventie ingesteld voor zover de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een koopprijs van € 150.000. Die voorwaarde treedt niet in vervulling. De rechtbank kan alleen vaststellen dat partijen een koopovereenkomst voor de activa en goodwill zijn aangegaan voor een koopsom van € 80.000 en dat Chef-Chaouan c.s. onvoldoende hebben onderbouwd dat zij deze koopsom (gedeeltelijk) hebben betaald met een cashbetaling van € 70.000. Wat de grondslag voor de contante betaling van € 70.000 is geweest, kan de rechtbank niet vaststellen. Omdat de voorwaarde dus niet is vervuld, hoeft de rechtbank de reconventionele vordering niet te beoordelen.
4.21.
Een inhoudelijke beoordeling zou overigens afstuiten op hetgeen de rechtbank in rechtsoverwegingen 4.6 tot en met 4.10 in conventie heeft overwogen. Van een tekortkoming van [eiser] is immers geen sprake. Hoewel de voorwaardelijke eis in reconventie niet wordt beoordeeld, ziet de rechtbank daarom aanleiding om Chef-Chaouan c.s. in de proceskosten van de voorwaardelijke reconventie te veroordelen. [2]
4.22.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- salaris advocaat
1.290,00
(2 punten × factor 0,5 × € 1.290,00)
Totaal
1.290,00
4.23.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
in conventie en voorwaardelijke reconventie voorts
4.24.
Omdat Chef-Chaouan c.s. zowel in conventie als in voorwaardelijke reconventie in de proceskosten worden veroordeeld worden de door Chef-Chaouan c.s. verschuldigde nakosten begroot op € 296, te vermeerderen met de verhoging en de wettelijke rente zoals in de beslissing is bepaald.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 80.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.575,00 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 5.428,01, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de beslissingen onder 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in voorwaardelijke reconventie
5.7.
verstaat dat de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld, niet is vervuld,
5.8.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.290,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.9.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
in conventie en voorwaardelijke reconventie voorts
5.10.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk in de nakosten van EUR 296,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld artikel 6:119 BW Pro vanaf vijftien dagen na vandaag;
5.11.
veroordeelt Chef-Chaouan c.s. hoofdelijk voor het geval zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna moet worden betekend in de extra nakosten van EUR 98,00 plus de kosten van betekening;
5.12.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, bijgestaan door
mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:92 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673.