Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was op 25 februari 2026 opgelegd vanwege een crisissituatie waarin betrokkene katatonie vertoonde.
Tijdens de zitting bleek dat de situatie van betrokkene was verbeterd en dat zij bereid was vrijwillig mee te werken aan de behandeling. De psychiater bevestigde dat betrokkene goed reageerde op medicatie en dat er een goede samenwerking was met de familie, die aangaf dat betrokkene tijd nodig had om te herstellen zonder overhaaste beslissingen.
De advocaat van betrokkene verzocht de rechtbank het verzoek tot verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de behandeling in het vrijwillige kader kan worden voortgezet en dat de crisismaatregel niet verlengd hoeft te worden. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 2 maart 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 13 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de behandeling.