ECLI:NL:RBAMS:2026:2895

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11927885
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:681 BWArt. 7:686a lid 3 BWArt. 7:686a lid 4 sub a BWArt. 7:625 BWArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst wegens verstrijken vervaltermijn

De procedure betreft een verzoek van verzoeker om te verklaren dat haar samenwerking met Samy Benelux B.V. als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt en om de opzegging daarvan te vernietigen. Verzoeker stelde dat de opzegging onregelmatig was en dat zij recht had op herstel van het dienstverband en betaling van achterstallig salaris en andere vergoedingen.

Samy Benelux B.V. voerde verweer en stelde dat verzoeker niet ontvankelijk was omdat het verzoekschrift na het verstrijken van de vervaltermijn was ingediend. Daarnaast betwistte zij het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelde dat verzoeker als zelfstandige werkte. Voorwaardelijk verzocht Samy ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ontzegging van de transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat de opzegging plaatsvond op 14 juli 2025 met een opzegtermijn van 30 dagen, waardoor de arbeidsovereenkomst op 14 augustus 2025 eindigde. De wettelijke vervaltermijn voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van de opzegging is twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst, dus uiterlijk 13 oktober 2025. Het verzoekschrift werd na deze datum ingediend, waardoor verzoeker niet ontvankelijk is. Het beroep op redelijkheid en billijkheid en het recht op toegang tot de rechter werd verworpen. Het tegenverzoek werd niet inhoudelijk behandeld.

Verzoeker is veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 937,00, te voldoen binnen veertien dagen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de vervaltermijn en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Fno. 51306
Zaaknummer / rekestnummer: 11927885 \ EA VERZ 25-1194
Beschikking van 17 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij, verweerster in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. Y.A.E. Vlassenroot,
tegen
SAMY BENELUX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij, verzoekster in het (voorwaardelijk) tegenverzoek,
hierna te noemen: Samy,
gemachtigde: mr. C.C. Roza.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 14 oktober 2025, met producties 1 t/m 4;
- het verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek, met 16 producties;
- de akte wijziging verzoek, met producties 5 t/m 16, van [verzoeker] ;
- de brief van 31 januari 2026, met producties 17 t/m 26, van [verzoeker] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. [verzoeker] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Voor Samy is [naam] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde en mw. L. Mitzman, tolk Engels. Partijen hebben aan de hand van spreekaantekeningen hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. [verzoeker] heeft daarbij uitdrukkelijk te kennen gegeven dat zij kiest voor haar subsidiaire verzoek (vernietiging van de opzegging), zodat zij haar primaire verzoek (berusting in de opzegging met uitbetaling van vergoedingen) niet langer handhaaft. Vervolgens is beschikking gevraagd.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] is met ingang van 30 september 2022 werkzaamheden voor Samy gaan verrichten als Brand Strategy Teamleider. Beide partijen waren op dat moment in de veronderstelling dat zij werkte op basis van een freelance overeenkomst. Initieel zijn partijen een jaarlijkse vergoeding van € 70.000,- overeengekomen, die maandelijks zou worden uitbetaald.
2.2.
Bij brief van 14 juli 2025 heeft Samy de samenwerking met [verzoeker] opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 30 dagen. In deze brief is, voor zover hier relevant, als volgt vermeld:
“This letter shall serve as the official 30-day notice of termination. Therefore, this agreement will be considered terminated effective 30 days from the date of this letter, this is on the 14 August 2025.”
2.3.
Op 28 augustus 2025 heeft de operations director van Samy [verzoeker] de volgende e-mail gestuurd:
“We have received your invoices to the UK and Benelux finance teams which looks to cover the whole of August but should reflect up until 14th August – your last day with us.
Can you update your invoices accordingly please?”
2.4.
In een brief van 9 september 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] Samy bericht dat de samenwerking als arbeidsovereenkomst moest worden gekwalificeerd en dat de opzegging daarvan onregelmatig was.
2.5.
[verzoeker] heeft bij e-mail van 10 september 2025 aan Samy bericht dat zij als zij kiest voor vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, zij in dat geval beschikbaar is voor het verrichten van werkzaamheden, maar dat zij zich helaas op dit moment ziekmeldt.
2.6.
In een e-mail van 12 september 2025 heeft de gemachtigde van Samy de gemachtigde van [verzoeker] als volgt bericht:
“I would also like to point out that, contrary to what was stated in your previous letter, the statutory deadline for submitting a petition to the court does not expire today. As the termination of the agreement is effective as of 14 August, the two-month period for filing a petition runs until 14 October. I mention this to avoid any unnecessary urgency or procedural steps based on an incorrect assumption regarding the applicable deadline.”

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt, in een beschikking uitvoerbaar bij voorraad, na wijziging van het verzoek:
I. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [verzoeker] en Samy heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst;
II. de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en te bepalen dat daarmee het dienstverband is hersteld;
III. Samy te verplichten (zodra [verzoeker] is hersteld van haar ziekte) om [verzoeker] in staat te stellen haar gebruikelijke werkzaamheden te hervatten op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat Samy hiermee binnen 48 uur na de uitspraak in gebreke blijft.
IV. Samy te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris vanaf 1 augustus 2025 tot en met december 2025, zijnde een bedrag van € 31.500,- netto (althans het bruto bedrag hiervan, althans dit bedrag als bruto bedrag vermeerderd met loonheffingen), een en ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid, te vermeerderen met de wettelijke verhogingen van 50% ex artikel 7:625 BW Pro alsmede te vermeerderen met de kosten bij het Soho House & Co zijnde een bedrag van € 149,17 per maand (totaal € 745,85) en eventuele andere door Samy gebruikelijk te vergoeden (en door [verzoeker] nog nader aan te geven) reiskosten en ziektekosten van € 115,00 per maand (totaal
€ 575,00) te voldoen binnen 14 dagen na de in deze te wijzen beschikking;
V. Samy vanaf 1 januari 2026 te veroordelen tot betaling van het maandelijkse overeengekomen salaris totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, een en ander onder overlegging van een deugdelijke bruto/netto specificatie die sluit op een maandelijks salaris van € 6.300,- netto (althans, het bruto bedrag hiervan, althans het bruto bedrag vermeerderd met loonheffingen), te vermeerderen met de nog door [verzoeker] te maken kosten bij het Soho House & Co zijnde een bedrag van € 149,17 per maand en eventuele andere door Samy gebruikelijk te vergoeden reiskosten en ziektekosten van
€ 115,00 per maand.
VI. Samy te veroordelen tot betaling van het onbetaald gelaten vakantiegeld, zijde een bedrag van € 18.199,92 netto, vermeerderd met het vakantiegeld vanaf 1 januari 2026 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, althans, het brutobedrag hiervan, althans dit bedrag bruto vermeerderd met loonheffingen, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhogingen van 50% ex artikel 7:625 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
VII. Samy te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten over de te vorderen bedragen conform de staffel WIK welke nog nader zullen worden berekend.
VIII. Samy te veroordelen in de feitelijke en daadwerkelijke advocaatkosten zoals door [verzoeker] gemaakt tot en met 30 januari 2026, te vermeerderen met de advocaatkosten die namens [verzoeker] moeten worden gemaakt na 30 januari 2026 tot en met 10 februari 2026.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] in de kern ten grondslag gelegd dat haar samenwerking met Samy moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Volgens [verzoeker] heeft Samy deze arbeidsovereenkomst op onrechtmatige wijze opgezegd, zodat deze opzegging op grond van artikel 7:681 BW Pro vernietigbaar is.
3.3.
Samy heeft daartegen allereerst aangevoerd dat [verzoeker] niet ontvankelijk is in haar vernietigingsverzoek, omdat dat na het verstrijken van de vervaltermijn is ingediend. Daarnaast voldoet het verzoekschrift volgens Samy niet aan de minimale eisen die daaraan in de wet worden gesteld. Indien de kantonrechter van oordeel is dat [verzoeker] wel ontvankelijk is in haar verzoeken, moeten deze volgens Samy worden afgewezen. Zij meent dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst en voert aan dat [verzoeker] als zelfstandige voor Samy werkte.
3.4.
Voorwaardelijk, in geval de kantonrechter oordeelt dat wel sprake is van een arbeidsovereenkomst, doet Samy (samengevat en verkort weergegeven) het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op de e-grond, op de kortst mogelijke termijn. Samy verzoekt dat in dat geval ook wordt bepaald dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] en dat zij daarom geen recht heeft op een transitievergoeding.
3.5.
[verzoeker] voert verweer tegen het voorwaardelijk tegenverzoek.
3.6.
Bij de beoordeling wordt, voor zover van belang, nader ingegaan op de inhoudelijke standpunten van partijen.

4.De beoordeling

4.1.
De eerste vraag die voorligt, is of [verzoeker] ontvankelijk is in haar verzoeken. De kantonrechter stelt voorop dat het verzoekschrift gegrond is op het verzoek tot vernietiging van de opzegging van een arbeidsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7:681 BW Pro. De overige verzoeken worden aangemerkt als nevenverzoeken, die op grond van artikel 7:686a lid 3 BW bij het vernietigingsverzoek zijn ingediend.
4.2.
Uit artikel 7:686a lid 4 sub a BW volgt dat de bevoegdheid om een verzoekschrift op grond van artikel 7:681 BW Pro in te dienen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd vervalt. Partijen twisten over de vraag of die termijn eindigde op 13 of op 14 oktober 2025.
4.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Samy heeft de overeenkomst (waarvan [verzoeker] stelt dat dat een arbeidsovereenkomst is) met [verzoeker] opgezegd op 14 juli 2025, met een opzegtermijn van 30 dagen. Dat betekent dat de laatste werkdag 13 augustus 2025 was. In de opzeggingsbrief staat bovendien uitdrukkelijk:
Therefore, this agreement will be considered terminated effective 30 days from the date of this letter, this is on the 14 August 2025.”Met andere woorden: De arbeidsovereenkomst zal op 14 augustus 2025 als beëindigd worden beschouwd. Voorgaande leidt ertoe dat het verzoekschrift uiterlijk op 13 oktober 2025 ingediend had moeten worden.
4.4.
[verzoeker] heeft gesteld dat een beroep op de vervaltermijn door Samy naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, waarbij het in artikel 6 EVRM Pro verankerde recht op toegang tot de rechter in aanmerking moet worden genomen. De kantonrechter deelt die zienswijze niet. [verzoeker] heeft gesteld dat zij er vanuit is gegaan dat haar laatste werkdag 14 augustus 2025 was, maar daarvoor heeft Samy haar geen aanleiding gegeven. Zij heeft die dag ook niet gewerkt. De opzeggingsbrief is voldoende ondubbelzinnig. Samy heeft weliswaar na de laatste werkdag, op 28 augustus 2025, een e-mail gestuurd waarin ten onrechte was vermeld dat de laatste werkdag is geweest op 14 augustus 2025, maar dat heeft de gemachtigde in de e-mail van 12 september 2025 (zie overweging 2.6) voldoende rechtgezet. Daarin heeft zij immers geschreven dat de termijn voor het indienen van een verzoekschrift liep tot (en niet tot en met) 14 oktober 2025. Gelet op die laatste, zeer uitdrukkelijke e-mail over de vervaltermijn kon [verzoeker] er niet redelijkerwijs vanuit gaan dat het verzoekschrift nog op 14 oktober 2025 kon worden ingediend. Het verzoek is dus te laat gedaan.
4.5.
Nu de bevoegdheid om het verzoekschrift in te dienen vanwege het verstrijken van de vervaltermijn is komen te vervallen, is [verzoeker] niet ontvankelijk in haar verzoeken.
4.6.
Aan de beoordeling van het (voorwaardelijk) tegenverzoek wordt niet toegekomen.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal [verzoeker] worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Samy tot op heden begroot op € 937,00 in totaal
(€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 72,00 aan nakosten), te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe en, indien niet binnen die termijn aan de veroordelingen is voldaan en de beschikking wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke kosten van betekening.

5.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in haar verzoeken;
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van Samy tot op heden begroot op € 937,00 in totaal, voor zover van toepassing inclusief btw, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en, indien niet binnen deze termijn aan de veroordeling is voldaan en de beschikking moet worden betekend, te vermeerderen met de wettelijke kosten van betekening;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.