Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- Op 18 april 2018 zag een begeleider dat er in de keuken van [eiser] veel rook was omdat er pannen op een ingeschakelde kookplaat stonden. [eiser] was zelf niet thuis.
- Op 28 mei 2019 ging bij [eiser] het brandalarm af. [eiser] gaf aan dat zij een pan op het vuur was vergeten.
- Op 14 augustus 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. [eiser] gaf aan dat ze vlees is de oven was vergeten.
- Op 21 augustus 2019 is met [eiser] afgesproken dat zij niet meer mag koken in de woning en elke dag eten kan ophalen op de woonvorm.
- Op 13 december 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. Bij aankomst kwam er een brandlucht uit de woning en zagen de begeleiders dat een pan met pasta op het vuur stond en dat [eiser] is slaap was gevallen. Het fornuis van [eiser] is later ontkoppeld.
- Op 12 februari 2020 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte kookplaat in de woning heeft.
- Op 15 september 2021 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte frituurpan in de woning heeft.