ECLI:NL:RBAMS:2026:2920
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- C.M. Mellema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlaging voorlopige partneralimentatie na wijziging omstandigheden
Partijen zijn gehuwd sinds 2000 en de man is op grond van een beschikking van 3 december 2025 verplicht tot betaling van voorlopige partneralimentatie aan de vrouw. De man verzoekt de rechtbank om deze alimentatie te verlagen wegens gewijzigde omstandigheden en onjuiste gegevens bij de eerdere beschikking.
De man voert aan dat grievend gedrag van de vrouw, een strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling, de verkoop van de echtelijke woning met overwaarde, en schulden die hij draagt, aanleiding geven tot verlaging. De vrouw betwist deze gronden en stelt dat de rechtbank reeds op de hoogte was van het strafrechtelijk vonnis en dat de verkoop van de woning en schulden geen wijziging van omstandigheden vormen die een verlaging rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de strafrechtelijke veroordeling geen nieuwe wijziging van omstandigheden inhoudt, de overwaarde woning niet mag worden aangewend voor levensonderhoud omdat de vrouw deze nodig heeft voor een nieuwe woning, en de schulden van de man beperkt en vermijdbaar zijn. Ook de woonlasten van de vrouw worden in aanmerking genomen. Ten aanzien van de kosten van de jongmeerderjarige zoon van partijen concludeert de rechtbank dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat onjuiste gegevens tot een wijziging leiden.
Gelet op deze overwegingen wijst de rechtbank het verzoek van de man af en blijft de voorlopige partneralimentatie ongewijzigd.
Uitkomst: Het verzoek tot verlaging van de voorlopige partneralimentatie wordt afgewezen en de oorspronkelijke beschikking blijft van kracht.