Op 3 juli 2025 vond een ontploffing plaats bij de voordeur van een woning in Amsterdam, waarbij [benadeelde partij 1] ernstig letsel opliep. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het veroorzaken van deze ontploffing, poging tot zware mishandeling en het voorhanden hebben van een explosief.
De officier van justitie baseerde de beschuldigingen vooral op het telefoononderzoek van verdachte, waaronder deelname aan een Snapchatgroep waarin de opdracht voor de explosie zou zijn gegeven, en berichten met het adres en een bom-emoticon. Verdachte ontkende betrokkenheid en stelde dat zijn telefoon zich op het moment van de ontploffing in Diemen bevond en dat hij niet actief deelnam aan de groepsgesprekken.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte betrokken was bij de ontploffing of mishandeling. Hoewel de telefoon van verdachte kort voor de ontploffing verbinding maakte met een zendmast nabij de plaats delict, was deze tijdens de ontploffing verbonden met een zendmast in Diemen. Er was geen bewijs van actieve deelname aan de groepsgesprekken of aanwezigheid bij de explosie.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven. De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.