ECLI:NL:RBAMS:2026:2921

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
13-311693-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte van medeplegen ontploffing en mishandeling in Amsterdam

Op 3 juli 2025 vond een ontploffing plaats bij de voordeur van een woning in Amsterdam, waarbij [benadeelde partij 1] ernstig letsel opliep. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het veroorzaken van deze ontploffing, poging tot zware mishandeling en het voorhanden hebben van een explosief.

De officier van justitie baseerde de beschuldigingen vooral op het telefoononderzoek van verdachte, waaronder deelname aan een Snapchatgroep waarin de opdracht voor de explosie zou zijn gegeven, en berichten met het adres en een bom-emoticon. Verdachte ontkende betrokkenheid en stelde dat zijn telefoon zich op het moment van de ontploffing in Diemen bevond en dat hij niet actief deelnam aan de groepsgesprekken.

De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte betrokken was bij de ontploffing of mishandeling. Hoewel de telefoon van verdachte kort voor de ontploffing verbinding maakte met een zendmast nabij de plaats delict, was deze tijdens de ontploffing verbonden met een zendmast in Diemen. Er was geen bewijs van actieve deelname aan de groepsgesprekken of aanwezigheid bij de explosie.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven. De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de ontploffing en mishandeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/311693-25
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] .

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.W.M. van der Linde en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.J. Bouwman naar voren hebben gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] en van wat de advocaat mr. K. el Mhamdi namens de benadeelde partijen hierover ter terechtzitting naar voren heeft gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 3 juli 2025 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan
feit 1
medeplegen van het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing bij de voordeur van het pand aan de [adres] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
feit 2
medeplegen van een poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij 1] , subsidiair ten laste gelegd als het medeplegen van mishandeling van [benadeelde partij 1] ;
feit 3
medeplegen van het voorhanden hebben van een explosief.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in de
bijlagebij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1
Inleiding
Op 3 juli 2025 heeft bij de voordeur van de woning aan de [adres] een ontploffing plaatsgevonden. Het dossier wekt de indruk dat de explosie het gevolg is van een conflict tussen [naam] (hierna: [naam] ) en [benadeelde partij 3] (hierna: [benadeelde partij 3] ). [benadeelde partij 3] zou het beoogde doelwit van de ontploffing zijn, maar zij was op dat moment niet in de woning aanwezig. Wel was haar vriend, [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1] ), op dat moment thuis met zijn zoontje en zijn moeder [benadeelde partij 4] (hierna: [benadeelde partij 4] ). [benadeelde partij 1] heeft verklaard dat hij de voordeur opende omdat hij naar de supermarkt wilde gaan en dat hij vervolgens een sissend geluid hoorde. Hij zag een voorwerp op de grond liggen dat leek op een cobra met een flesje eraan vast. Uit reflex wilde hij het wegschoppen, maar het voorwerp ontplofte meteen. Hij had gelijk pijn en zag daarna dat zijn benen open lagen. Ter plaatse zien verbalisanten dat [benadeelde partij 1] bebloede benen heeft met diepe wonden en dat zijn kleding aan flarden is gescheurd. Hij is vervolgens met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Verbalisanten zien verder dat het raam naast de voordeur aan de buitenzijde is gebarsten en aan de binnenzijde is gebroken. Ook zien zij glasscherven op de grond.
Door de ontploffing heeft [benadeelde partij 1] letsel opgelopen aan beide onderbenen. In de eerste weken kon hij nauwelijks lopen en had hij hulp nodig bij de dagelijkse verzorging. Ook nu ervaart hij nog veel zenuwpijn, en onderzoek bij de neuroloog loopt nog. Daarbij slaapt hij slecht en heeft hij psychische klachten, waarvoor hij is doorverwezen naar een psycholoog. Voor de minderjarige zoon van [benadeelde partij 1] heeft de ontploffing eveneens een enorme impact gehad. Ook moeder [benadeelde partij 4] kampt met psychische klachten door de ontploffing en zij voelt zich thuis niet meer veilig. Ter terechtzitting heeft zij dit in haar slachtofferverklaring onderstreept. Hieruit blijkt eens te meer hoeveel impact de ontploffing op haar en op haar omgeving heeft gehad.
Duidelijk is dus dat sprake is geweest van een ernstig incident met grote gevolgen voor de directbetrokkenen. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten.
3.2
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 als medepleger heeft begaan en vordert een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De officier van justitie baseert de bewezenverklaring overwegend op de bevindingen uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte. Uit dit onderzoek volgt dat verdachte deelneemt aan de snapchatgroep waarin volgens de officier van justitie de opdracht voor de explosie wordt gegeven. Daarnaast stuurt [naam] op 2 juli 2025 twee berichten naar verdachte; een bericht met het adres [adres] en een bericht met de tekst ‘
Yo vanavond 03:30 vergeet niet he’gevolgd door een bom-emoticon. Verder bevindt de telefoon van verdachte zich kort voor de explosie op zeer korte afstand van het adres [adres] . Kort na de ontploffing doet verdachte een verzoek om geld voor een Bolt-taxi aan [naam] .
3.3
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte volledig moet worden vrijgesproken. In de eerste plaats omdat de telefoon van verdachte zich op het moment van de ontploffing juist in Diemen bevond. Verder kan niet worden vastgesteld dat verdachte deelneemt aan de gesprekken op sociale media. In ieder geval wordt er door verdachte niet op de berichten gereageerd.
3.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het teweegbrengen van de ontploffing, het (mede)plegen van een poging tot zware mishandeling, dan wel mishandeling van [benadeelde partij 1] en het (mede)plegen van het voorhanden hebben van het explosief. De rechtbank licht dit oordeel hieronder verder toe.
Hoewel het dossier daarvoor enkele aanwijzingen bevat, kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat de explosie het gevolg is geweest van de ruzie tussen [naam] en [benadeelde partij 3] . Ook los daarvan kan de rechtbank niet vaststellen of verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de ontploffing en wat zijn rol daarbij is geweest. De telefoon van verdachte heeft rond het tijdstip van de ontploffing weliswaar verbinding gemaakt met een zendmast in de omgeving van de plaats delict, maar op het moment van de ontploffing zelf maakt de telefoon verbinding met een zendmast in Diemen. Verder volgen uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte geen berichten waaruit zijn betrokkenheid blijkt. Verdachte neemt namelijk niet actief deel aan de groepsgesprekken op Snapchat. Er is ook geen bewijs dat verdachte een van de twee personen is die te zien is op de beelden van de ontploffing. Ook kan niet worden vastgesteld of hij dan een andere rol voor, tijdens of na de ontploffing heeft gehad op grond waarvan hij als medepleger kan worden aangemerkt.
Dat verdachte voor verschillende opvallende omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank geen duidelijke verklaring heeft gegeven, maakt niet dat uit deze omstandigheden alsnog een bewezenverklaring kan volgen. De rechtbank acht het ten laste gelegde daarom niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
4. Vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]
De benadeelde partijen worden in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard, omdat verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

5.Voorlopige hechtenis

Nadat de rechtbank in raadkamer tot de conclusie kwam dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, heeft de rechtbank besloten dat de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven. Deze beslissing is eerder al schriftelijk vastgelegd.

6.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Vrijspraak
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
De vordering van de benadeelde partijen
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] :
Verklaart [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] :
Verklaart [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] :
Verklaart [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] :
Verklaart [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.H.J. Zevenhuijzen, voorzitter,
mrs. E. Biçer en A.M. Timorason, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.T. de Hertog, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 maart 2026.
[--]