ECLI:NL:RBAMS:2026:2987
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag (VOG). Hij stelt dat hij als taxichauffeur en ondernemer zonder geldige chauffeurskaart zijn werkzaamheden niet kan voortzetten, waardoor hij geen inkomen heeft en zijn vaste lasten niet kan betalen. Tevens volgt hij een HBO-studie en heeft hij behoefte aan flexibele werktijden.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Uit de aangevoerde omstandigheden blijkt volgens de rechter geen acute financiële noodsituatie. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het voor hem onmogelijk is om ander werk te vinden met flexibele uren, bijvoorbeeld in een andere branche.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het zonder zitting afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.