Op 4 februari 2026 is erflaatster overleden. In haar testament van 15 juli 2020 heeft zij haar zoon tot enig erfgenaam benoemd, haar vader tot executeur en testamentair bewindvoerder over het erfdeel van de zoon tot diens 21e verjaardag, en verzoekster tot voogd.
De vader, benoemd als executeur en bewindvoerder, is echter in 2021 overleden, waardoor er geen executeur meer is. Verzoekster verzoekt daarom om benoeming als vervangend executeur en als testamentair bewindvoerder. De belanghebbende, die de zoon verzorgt, stemt in met de benoeming van verzoekster als executeur, maar verzet zich tegen haar benoeming als bewindvoerder, stellende dat hij als vader het beheer over het vermogen van zijn zoon moet voeren.
De kantonrechter wijst op de wettelijke bevoegdheid om een vervangend executeur te benoemen en gaat akkoord met de benoeming van verzoekster als vervangend executeur. Ten aanzien van het testamentair bewind wordt een mondelinge behandeling bevolen om partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten nader toe te lichten en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. De verdere beslissing wordt aangehouden.