Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2995

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
11855319
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 onder d BWArt. 6:230l BWArt. 6:203 lid 3 BWArt. 6:210 lid 2 BWArt. 6:212 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging overeenkomst wegens oneerlijk prijsbeding in geneeskundige behandelingsovereenkomst

In deze zaak stond centraal of de consument de facturen van het ziekenhuis, het OLVG, moest betalen. De consument had een naturapolis, maar het ziekenhuis had geen contract met diens verzekeraar, waardoor een deel van de kosten niet werd vergoed. De consument wist vooraf niet dat hij deze kosten zelf moest dragen.

De rechtbank stelde vast dat er een geneeskundige behandelingsovereenkomst was gesloten en dat de consument een consument in de zin van het consumentenrecht was. De kantonrechter voerde een ambtshalve toetsing uit op het prijsbeding in de overeenkomst aan de hand van Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen. Het ziekenhuis had de consument niet voorafgaand aan de behandeling geïnformeerd over de prijs, waardoor het prijsbeding niet transparant was en het evenwicht tussen rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoorde.

De rechtbank oordeelde dat het ziekenhuis had moeten informeren over de tarieven en de mate van vergoeding, conform de Wet marktordening gezondheidszorg en de Regeling transparantie zorgaanbieders. Omdat het prijsbeding oneerlijk was, was de consument hieraan niet gebonden en kon de overeenkomst niet voortbestaan. De consument had daardoor geen betalingsverplichting en het verstekvonnis werd vernietigd.

De vordering van het ziekenhuis werd afgewezen en het ziekenhuis werd veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure. De consument hoefde de proceskosten uit het verstekvonnis niet te betalen. De uitspraak werd mondeling gedaan door de kantonrechter in aanwezigheid van partijen en griffier.

Uitkomst: De overeenkomst wordt vernietigd wegens een oneerlijk prijsbeding en de consument is niet verplicht tot betaling van de facturen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11855319 \ CV EXPL 25-11712
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser in verzet],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: [eiser in verzet] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
STICHTING OLVG,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: het OLVG,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.I. Hoestra als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser in verzet] , bijgestaan door de gemachtigde;
- [naam] namens de gemachtigde van het OLVG.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
De vraag waar het om gaat in deze zaak is of [eiser in verzet] de facturen van het OLVG moet betalen. Een deel van die facturen is vergoed door de verzekeraar van [eiser in verzet] . Het resterende deel heeft het OLVG in rekening gebracht bij [eiser in verzet] . [eiser in verzet] is het niet eens dat hij dat moet betalen. [eiser in verzet] had op het moment van behandelen een verzekering, maar dit was een naturapolis. Het OLVG had toen geen contract met de verzekeraar van [eiser in verzet] voor deze polis. Daarom is een deel van de facturen niet vergoed. [eiser in verzet] wist op voorhand niet dat hij een deel van de kosten van de behandeling moest betalen.
1.2.
Vaststaat is dat [eiser in verzet] een behandelovereenkomst met het OLVG heeft gesloten. [eiser in verzet] is een consument. Nu deze overeenkomst een geneeskundige behandelingsovereenkomst betreft, hoeft niet te worden getoetst of is voldaan aan de informatieverplichtingen van artikel 6:230l Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en verder (zie artikel 6:230h lid 2 onder d BW). De kantonrechter moet wel ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen partijen gesloten overeenkomst staan, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
1.3.
Het OLVG heeft een standaardprijs voor de behandeling bij [eiser in verzet] in rekening gebracht. Over deze prijs is niet afzonderlijk onderhandeld en [eiser in verzet] kon hierop geen invloed hebben. Dit prijsbeding moet daarom ambtshalve worden getoetst aan de Richtlijn. De beoordeling van het oneerlijke karakter van een prijsbeding is alleen aan de orde als het prijsbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd (artikel 4 lid 2 van Pro de richtlijn). In dit kader is het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 januari 2023 van belang (ECLI:EU:C:2023:14).
1.4.
Vaststaat is dat het OLVG [eiser in verzet] niet voorafgaand aan de behandeling over de prijs heeft geïnformeerd. De uitzondering van artikel 4 lid 2 van Pro de richtlijn gaat daarom niet op, zodat het prijsbeding op oneerlijkheid moet worden getoetst.
1.5.
Dat een prijsbeding niet transparant is, leidt nog niet direct tot het oordeel dat het beding ook oneerlijk is, maar het is wel een (belangrijk) element binnen die toets. Volgens artikel 3 lid 1 van Pro de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst (waarover niet afzonderlijk is onderhandeld), als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort of kan verstoren. Dat is hier het geval. Door de prijs van de behandeling van te voren niet aan [eiser in verzet] mee te delen, heeft OLVG hem de mogelijkheid ontnomen om te beslissen of hij de behandeling op dat moment wel wilde ondergaan tegen die prijs. Sterker, [eiser in verzet] heeft zelf aangevoerd dat als hij de prijs had geweten, hij de behandeling niet had ondergaan en naar het AMC was geweest waar de behandeling wel volledig zou zijn vergoed. Daarbij geldt dat ingevolge artikel 38 lid 1 van Pro de Wet marktordening gezondheidszorg het OLVG verplicht is om [eiser in verzet] tijdig en zorgvuldig te informeren over het voor de prestatie in rekening te brengen tarief. Dit artikel is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nader uitgewerkt in artikel 4 en Pro 5 van de Regeling transparantie zorgaanbieders TH/NR-018, waaruit volgt dat het OLVG [eiser in verzet] had moeten informeren over datgene dat voor hem van belang was om een weloverwogen keuze te maken om zorg te vergelijken en te ontvangen, over tarieven die voor hem van belang waren, of de te leveren prestaties of diensten verzekerd waren en of [eiser in verzet] zelf een bedrag moest betalen. Die informatieplicht ligt niet bij de patiënt, zoals OLVG heeft betoogd, maar bij OLVG.
1.6.
Gelet op artikel 6 lid 1 van Pro de richtlijn is [eiser in verzet] niet aan het oneerlijke prijsbeding gebonden. Als gevolg daarvan kan de overeenkomst niet blijven voortbestaan. Nu het, vanwege het oneerlijke prijsbeding, niet redelijk is om op grond van ongedaanmaking (artikel 6:203 lid 3 jo Pro. 6:210 lid 2) dan wel ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 lid 1 BW Pro) alsnog een (schade)vergoeding te vragen, wordt vastgesteld dat [eiser in verzet] van het vervallen van de overeenkomst geen uiterst nadelige gevolgen ondervindt. Daarbij wordt opgemerkt dat de lange termijn doelstelling van artikel 7 lid 2 van Pro de richtlijn oneerlijke bedingen – een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen – in het gedrang komt wanneer het OLVG alsnog een vergoeding voor haar diensten zou kunnen krijgen terwijl zij een oneerlijk prijsbeding hanteert. Voorgaande houdt in dat het niet noodzakelijk is de overeenkomst aan te vullen om ervoor te zorgen dat deze kan voortbestaan (zie onder andere ECLI:EU:C:2020:954).
1.7.
Nu de overeenkomst is vervallen, heeft [eiser in verzet] geen betalingsverplichting tegenover OLVG. Het verstekvonnis wordt vernietigd, de vordering zoals die door het OLVG was ingesteld wordt afgewezen.
1.8.
Omdat het verzet van [eiser in verzet] gegrond wordt verklaard, hoeft hij de proceskosten waartoe hij in het verstekvonnis is veroordeeld niet te betalen. Om die reden komen ook de kosten van deze verzetprocedure voor rekening van het OLVG, met uitzondering van het verzetexploot. De kosten van [eiser in verzet] worden begroot nihil, behoudens een bedrag van € 90,00 aan griffierecht en € 144,00 aan nakosten.

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
vernietigt het door deze rechtbank op 8 juni 2023 onder zaaknummer en rolnummer 10508374 CV EXPL 23-7068 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend,
2.2.
wijst de vorderingen van het OLVG af,
2.3.
veroordeelt het OLVG in de proceskosten van € 234,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als het OLVG niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.