Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
Samenvatting
.Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 ingetrokken.
€ 8.614,01 terug van eiseres.
Totstandkoming van het bestreden besluit
20 juni 2024. Met dit besluit is eiseres nog een keer opgeroepen voor een gesprek op
24 juni 2024. Eiseres heeft ook aan deze oproep geen gehoor gegeven.
16 juli 2024, maar zij is wederom niet verschenen. Vervolgens is telefonisch contact met eiseres opgenomen om een nieuwe afspraak in te plannen voor 19 juli 2024. Eiseres is verschenen bij deze afspraak en zij heeft verklaard over haar activiteiten op haar instagrampagina, waarbij zij wimperbehandelingen tegen contante betalingen aanbiedt bij een kapsalon in [plaats] . Doordat deze activiteiten inmiddels zijn gestopt heeft het college eiseres weer een bijstandsuitkering toegekend vanaf 11 juli 2024.
1 augustus 2024 heeft het college gedeeltelijk gegrond verklaard. Het college heeft de bijstandsuitkering van eiseres herzien over de periode vanaf 1 oktober 2022 tot en met
31 mei 2023 en over die periode ingetrokken. Na verrekening van de proceskostenvergoeding vordert het college nog een bedrag van € 8.614,01 terug van eiseres omdat zij te veel bijstand heeft ontvangen.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.