Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als taxichauffeur te kunnen werken. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege meerdere justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn van vijf jaar, waaronder een forse geldboete van € 3720,- voor gevaarlijk rijgedrag.
Eiser voerde aan dat het subjectieve criterium ten onrechte werd toegepast en dat de belangenafweging in zijn voordeel moest uitvallen, omdat hij de enige kostwinner is en het werk als taxichauffeur essentieel is voor zijn gezin. De rechtbank oordeelde echter dat de ernst en herhaling van de feiten, waaronder meerdere boetes voor het niet correct gebruiken van de boordcomputer en het aanbieden van taxivervoer zonder vergunning, een belemmering vormen voor de uitoefening van de functie.
De rechtbank vond dat verweerder terecht het belang van de samenleving zwaarder heeft gewogen dan het belang van eiser. Hoewel eiser spijt betuigde en aangaf op het goede pad te zijn, was het tijdsverloop sinds de laatste veroordeling te kort om het risico voor de samenleving te verwaarlozen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de VOG bevestigd.