ECLI:NL:RBAMS:2026:3037

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
013091-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWKaderbesluit 2002/584/JBZKaderbesluit 2008/909/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding vervolging overgeleverde persoon met Nederlandse banden

De rechtbank Amsterdam heeft op 6 maart 2026 een beslissing genomen op een verzoek van de officier van justitie tot toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon uit Duitsland. Het verzoek is gebaseerd op artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, van de Overleveringswet (OLW).

De overgeleverde persoon, geboren in 1999 en met de Nederlandse nationaliteit, is momenteel gedetineerd in Duitsland. De rechtbank stelde vast dat de persoon zodanige banden met Nederland heeft dat sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in Duitsland. De Duitse autoriteiten hebben een garantie afgegeven dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgevoerd.

Na beoordeling van de stukken en de garantie van de Duitse hoofdofficier van justitie, concludeerde de rechtbank dat aan de voorwaarden voor toestemming is voldaan. De rechtbank verleent daarom de gevraagde toestemming voor uitbreiding van de vervolging, met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van vervolging onder garantie van strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-103459-25 / 013091-25
Datum beslissing: 6 maart 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 18 februari 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
LandgerichtKeulen, Duitsland, op 16 januari 2026 en betreft:
[de overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
nu gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De overgeleverde persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel voor de feiten waarop het verzoek betrekking heeft opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De rechtbank kan daarom toestemming verlenen voor uitbreiding van de vervolging, wanneer is gewaarborgd dat de overgeleverde persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De leidinggevende hoofdofficier van justitie in Keulen heeft op 21 januari 2026 de volgende garantie gegeven:
“(…) Er wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op basis van de geldende versie van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5-12-2008, pag. 27) voor de verdere tenuitvoerlegging van de sanctie naar Nederland zal worden teruggezonden. (…)”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[de overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 6 maart 2026 door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.