Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
wonende te [woonplaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Op 5 maart 2026 vond een terechtzitting plaats waarbij verzoeker, als klager, een klaagschrift had ingediend. Tijdens deze zitting heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.A.E. Somsen, de behandelende rechter. De rechter berustte niet in de wraking.
Het wrakingsverzoek werd op 19 maart 2026 bij de Wrakingskamer ingediend en geregistreerd onder zaaknummer C/13/785114 / HA RK 26-92. Uit het proces-verbaal blijkt dat het verzoek werd gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechter was begonnen met het doen van de uitspraak.
Volgens artikel 1, vijfde lid van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam moet een wrakingsverzoek worden ingediend voordat de rechter aanvangt met de einduitspraak. Omdat dit niet het geval was, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank besloot dat een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege kon blijven en dat tegen deze beslissing geen voorziening openstaat.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na aanvang van de uitspraak is ingediend.