Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,verzoekers,
Verloop van de procedure
- het wrakingsverzoek van 3 maart 2026;
- de schriftelijke reactie van de rechter ingekomen op 3 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. M.E.M. James-Pater, handelsrechter, naar aanleiding van uitlatingen en gedragingen tijdens een mondelinge behandeling op 18 februari 2026. Het verzoek werd ingediend op 3 maart 2026, bijna twee weken na de zitting.
De Wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, omdat volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de feiten moet worden gedaan, met slechts een korte beraadtermijn toegestaan. Verzoekers gaven geen reden voor de vertraging.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.