Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
VDL NEDERLAND BEHEER B.V.,
5.
VDL GROEP B.V.,
6.
[gedaagde 6],
1.Waar gaat de zaak over
scrubbers- apparaten die uitlaatgassen kunnen reinigen - besteld voor haar schepen. Starbulk heeft over de geleverde scrubbers geklaagd en is vervolgens tegen VDL AEC een arbitrageprocedure gestart. VDL AEC is bij tussenbeslissing veroordeeld tot een aanbetaling op een schadevergoeding. Op dat moment was VDL AEC al op eigen verzoek failliet verklaard.
2.De procedure
3.De feiten
Global area’sgenoemd), tot 0,1% in speciale
Emission Control area’s (‘ECA’ genoemd), die zich onder meer rondom de Europese en Amerikaanse kustlijnen bevinden.
low sulphur marine gasoil, in feite hetzelfde als diesel) kunnen tanken, een olie die nagenoeg geen zwavel bevat. Dergelijke olie is een stuk duurder dan gebruikelijke ‘zware olie’, HFO (
heavy fuel oil), die veel meer zwavel bevat.
nozzles) met een uit buizen bestaande grote plaat onderaan de schoorsteen (
diffuser plate). Die sproeiers spuiten het zeewater direct op de uitlaatgassen, waardoor de gassen ontzwavelen (zwavel lost op in de waternevel) en afkoelen. Hierdoor komen de zwaveloxiden in het water terecht, waarna dit water - afhankelijk van het type systeem - kan worden geloosd (
open loop), of kan worden gerecirculeerd, gezuiverd en opgeslagen (
closed loop).
Project Agreement). Met de installatie van de scrubbersystemen, beoogde Starbulk te voldoen aan de IMO 2020.
4.Het geschil
Project Initiation Documentdat is gedateerd op 22 mei 2019 (hierna:
Thesis), opgesteld door een student van de Hogeschool Utrecht. Uit deze Thesis blijkt duidelijk dat VDL AEC ongeteste scrubbers op de markt heeft gebracht, als gevolg waarvan aanvankelijk slechts 5 van de 150 door VDL geproduceerde scrubbers werkten.
diffuser plate.
5.De beoordeling
Ontvanger/ [partij])) erkende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid spelen in het onderhavige geschil geen rol. De rechtbank volgt Starbulk dan ook niet in haar (ter zitting voor het eerst ingenomen) standpunt dat haar verwijten ook een beroep op de restcategorie uit genoemd arrest inhouden. Starbulk heeft immers geen andere feiten aan het persoonlijk ernstig verwijt ten grondslag gelegd dan door haar is aangevoerd in het kader van haar beroep op de Beklamel-aansprakelijkheid. Dat had echter wel op haar weg gelegen nu het persoonlijk ernstig verwijt voor die restcategorie (anders dan bij de Beklamel-aansprakelijkheid) niet voortvloeit uit het enkele feit dat bij het aangaan van de verplichting door de vennootschap bij de bestuurder bekend had moeten zijn dat de vennootschap tekort zou schieten en voor de schade geen verhaal zou bieden. Het beroep op de restcategorie behoeft daarom bij gebreke van feitelijke onderbouwing geen verdere bespreking.
please note that the insurance terms cannot be negotiated”. Aldus is sprake van een geschil over de uitleg van de overeenkomst tussen Starbulk en VDL AEC en niet van het aangaan van een verplichting waarvan bekend had moeten zijn dat deze niet zou kunnen worden nagekomen door VDL AEC. Verder ontbreekt iedere onderbouwing voor de stelling dat gedaagden op 19 maart 2018 (bij het aangaan van de overeenkomst) hadden moeten weten dat VDL AEC geen verhaal zou bieden voor de schade die zich uiteindelijk heeft geopenbaard en die kennelijk heeft geleid tot het faillissement van VDL AEC op 8 oktober 2024.