Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- a) € 62.500 aan schadevergoeding (exclusief btw),
- b) € 12.259,50 aan deskundigenkosten,
- c) € 1.400 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.De beoordeling
(...) De grond waar de woning op staat bestaat in de eerste lagen uit veen en klei. Het straat niveau ligt hoger dan het souterrain niveau (de grond loopt af richting de dijkwoningen).
(...) Gegeven de omstandigheid dat geen enkele van de bewoners [locatie] aangeeft in het verleden last had van (te) ernstige vochtproblematiek, moet het zo zijn dat categorie I (vanuit de grond optrekkend/doorslaand vocht, toevoeging rechtbank) is veroorzaakt door een verandering in de grondwaterhuishouding, meer in het bijzonder een verhoging van de grondwaterstanden dan wel grondwaterdrukken nabij de voorgevel.
Verlies van constructief verband.
Verlies aan draagkracht fundering belendende muur [adres 2] / [adres 1] .
Verhoging belasting in het pand [adres 2] .Als door de verbouwingswerkzaamheden het totale gewicht van het pand [adres 2] toeneemt, dan zal ook de belasting op de belenden muur [adres 2] / [adres 1] toenemen. Door deze verhoogde belasting op de belendende muur, kan dit leiden tot (extra) zettingen van de belenden muur met (mogelijk) (zettings)schade aan het pand [adres 1] tot gevolg.
(Tijdelijke) verlaging van de grondwaterstand. Als tijdens de verbouwingswerkzaamheden een tijdelijke bemaling is toegepast (ten behoeve van het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand), dan kan dit leiden tot de volgende (mogelijke) effecten: (...)
Onvoldoende draagkracht van de fundering door een gebrek. Tenslotte kan er ook sprake zijn van een schade-mechanisme dat al aanwezig was voordat de verbouwingswerkzaamheden in het pand [adres 2] begonnen. Met andere woorden: een schade-mechanisme dat al aanwezig was dat geheel los staat van de verbouwwerkzaamheden. Op basis van de door Fugro uitgevoerde herhalingsmetingen, is namelijk niet uit te sluiten dat de funderingen van de panden van het woonblok al voor de start van de verbouwingswerkzaamheden één of meer gebreken vertoonden (en nog steeds vertonen). Daarbij kan gedacht worden aan aantasting van het funderingshout, een niet juiste plaatsing van houten palen onder dragende muren, etc. E.e.a. resulteert in zettingen en met name zettingsverschillen in de woningen cq. In het woonblok.
(...)
- De zakkingsmetingen geven ook aan dat de (veruit) grootste zakkingen zich voordoen bij meetbouten 6 t/m 8, d.w.z. in de voorgevels van de panden [adres 2] en [adres 1] . Bij de overige meetbouten zijn de zakkingen en het bijbehorende tempo relatief gering. (...)
- De indruk van Allnamics en CRUX is dan ook dat het waargenomen zakkingsgedrag samenhangt met een wijziging van de verhouding tussen de belasting op de fundering (die is gewijzigd) en het draagvermogen (die lijkt ongewijzigd)(onderstreping rechtbank). De ervaring heeft geleerd dat een dergelijke wijziging na verloop van tijd een nieuw evenwicht zal vinden (d.w.z. tot rust zal komen), maar dat het bijbehorende proces vaak een lange periode (> 1 jaar) in beslag kan nemen. (...)
- De verbouwing op no. [adres 2] behelsde een dergelijke wijziging tussen belasting en draagvermogen, met name door:
het bijplaatsen van een extra verdieping op de woning;
het toevoegen van gewicht in de woning (nieuwe betonvloeren of verdikking van bestaande);
het opvullen van de inrit voor de woning met grond;
wijziging van de zgn. draagweg van de constructie, waardoor de belasting van het gebouwgewicht op een andere wijze wordt verdeeld over de funderingspalen.
De indruk van Allnamics en CRUX is dat aspecten [a] en [c] in dit geval de grootste bijdrage hebben geleverd aan die wijziging. (...)”
aanmerkelijke risicoop schade als gevolg van de werkzaamheden (ook bij een correcte voorbereiding en uitvoering) uit bleek en evenmin dat [gedaagde] bekend had kunnen of moeten zijn met dergelijke risico’s.
daardoorlijdt te vergoeden. Van anderszins onrechtmatig handelen door [gedaagde] tijdens de verbouwingswerkzaamheden heeft de rechtbank hiervoor geoordeeld dat daarvan geen sprake is (zie 4.13 tot en met4.17).
5.De beslissing
29 april 2026voor de akte aan de zijde van [eiser] , zoals bedoeld onder 4.23,