ECLI:NL:RBAMS:2026:3075

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
25/886
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onduidelijke afbakening blauwe zone parkeergebied

Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 4 januari 2025 parkeerde zonder te betalen in een zogenoemde blauwe zone. De heffingsambtenaar stelde dat de blauwe zone per 31 juli 2024 was vastgesteld en door bebording en blauwe markeringen was afgebakend.

Eiser voerde aan dat ten tijde van zijn parkeeractie de blauwe markeringen nog ontbraken en dat het bord leidend was voor de afbakening van de blauwe zone. De rechtbank oordeelde dat eiser op basis van het bord en het ontbreken van de blauwe omlijningen mocht aannemen dat de blauwe zone ook het deel van de parkeergelegenheid omvatte waar hij stond.

De rechtbank stelde vast dat het vertrouwen van eiser gerechtvaardigd was, mede omdat het bord nog steeds aanwezig is en de blauwe markeringen pas later zijn aangebracht. Hierdoor was de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en het griffierecht werd aan eiser teruggegeven.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/886
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen.

Inleiding

1. Met een besluit van 10 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd.
2. Met de uitspraak op bezwaar (de bestreden uitspraak van 21 mei 2025) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar eiser ongegrond verklaard.
3. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. De heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen is zonder afmelding niet verschenen.

Feiten en omstandigheden

5. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag aan eiser opgelegd omdat de auto met kenteken [kenteken] op 4 januari 2025 om 14:04 uur geparkeerd stond op de [locatie] , terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was voldaan.

Beoordeling door de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
7. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de parkeersituatie is veranderd. Eiser heeft geparkeerd met de blauwe parkeerschijf, wat tot verkort mocht gezien het parkeerbord P zone 2h met blauwe parkeerschijf.
9. De rechtbank overweegt als volgt.
10. Volgens de heffingsambtenaar is bij de [locatie] per 31 juli 2024 sprake van een blauwe zone. Door bebording wordt aangegeven welke parkeerplekken blauwe zone zijn en welke niet, evenals door de blauwe omlijning van de blauwe zone plekken.
11. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat het middenstuk waar zijn auto geparkeerd stond op basis van het bord ook viel onder de blauwe zone. Uit de foto’s overgelegd door de heffingsambtenaar blijkt ook dat daar een blauwe zone bord staat. Ten tijde van de parkeeractie van eiser, was er echter nog geen sprake van de blauwe lijnen, waar de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift naar verwijst. Dit betekent dat eiser op basis van het bord en het ontbreken van de aanvullende markeringen ervan uit mocht gaan dat de blauwe zone ook gold voor het betreffende deel van de parkeergelegenheid waar hij geparkeerd stond.
12. Dat dit vertrouwen gerechtvaardigd was, wordt bevestigd door de huidige situatie. Hetzelfde bord is nog steeds aanwezig, maar inmiddels zijn wel blauwe strepen aangebracht in specifieke parkeervakken. Hierdoor is nu wel duidelijk dat de blauwe zone slechts ziet op de vakken met blauwe markering. Deze nadere aanduiding ontbrak echter ten tijde van het parkeren door eiser, waardoor voor hem niet kenbaar was dat het bord een beperktere reikwijdte had. Dit betekent dat het bord leidend is geweest of eiser wel of niet in de blauwe zone heeft geparkeerd. Eiser heeft dit voldoende onderbouwd. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht terug. Voor een proceskostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 25 maart 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.