Een ex-werknemer van eiseres heeft een WIA-uitkering toegekend gekregen, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) met een urenbeperking van 30 uur per week en 6 uur per dag. Eiseres maakte bezwaar tegen deze toekenning, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 maart 2026, waarbij partijen zich afgemeld hadden voor de zitting. De ex-werknemer wenste niet als procespartij deel te nemen en gaf geen toestemming voor het delen van medische gegevens met eiseres. De rechtbank beperkte daarom de kennisneming van medische stukken tot gemachtigden met specifieke bevoegdheden.
Eiseres betoogde dat het onderzoek naar de noodzaak van de urenbeperking onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd en onvoldoende was gemotiveerd, met name ten aanzien van de extra recuperatieperiodes. De rechtbank oordeelde echter dat de rapportages van de verzekeringsartsen, gebaseerd op anamnese, dagverhaal, onderzoek en medische informatie, consistent en samenhangend waren en voldoende onderbouwing boden voor de urenbeperking.
De rechtbank zag geen aanleiding om het besluit van het UWV te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.