Uitspraak
- [naam 1] , vennoot van [Eiser] ,
- [naam 2] ,
- mr. Sijmons voornoemd,
- [naam 3] , [functie] van Furniture Brothers,
- mr. T.R. Oude Veldhuis, kantoorgenoot van mr. Van Gurp voornoemd.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak staat centraal wie de contractspartij is geworden van Furniture Brothers met betrekking tot de levering van een partij hout. Eiser heeft een factuur gestuurd voor deze levering, maar Furniture Brothers betaalde het bedrag aan Everdina Trading, een in Polen gevestigde vennootschap. Eiser stelt dat dit een fout is en dat Furniture Brothers alsnog aan haar moet betalen.
De rechtbank beoordeelt dat de overeenkomst met eiser is gesloten, mede gelet op eerdere factureringen en betalingen door Furniture Brothers aan eiser na een wijziging in de facturatiepraktijk. Furniture Brothers kon niet aannemen dat zij een overeenkomst had met Everdina Trading voor de levering waarop de factuur van 23 april 2025 betrekking heeft.
Daarom wordt Furniture Brothers veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, vermeerderd met handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de proceskosten. De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Furniture Brothers wordt veroordeeld tot betaling van de factuur aan eiser, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten.