Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[minderjarige veroordeelde] ,
De procedure
- het op 4 december 2025 uitgebrachte verlengingsadvies van de pedagogisch directeur en een gedragsdeskundige van [detentieadres] ;
- een bericht van 7 januari 2026 van de gedragsdeskundige van [detentieadres] betreffende een wijziging van het advies uitgebrachte aanpassing van het verlengingsadvies;
- het twaalfde perspectiefplan van 22 oktober 2025;
- het op 15 oktober 2025 uitgebrachte voortgangsverslag STP van Reclassering Nederland;
- het op 20 februari 2026 uitgebrachte voortgangsverslag/eindverslag van Reclassering Nederland.
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C.E. Timmermans;
- de moeder van veroordeelde;
- de gedragsdeskundige, mevrouw [naam 1] verbonden aan [detentieadres] ;
- mevrouw [naam 2] , toezichthouder van Reclassering Nederland.
De adviezen
De standpunten
on holdwordt gezet is niet in het belang van [minderjarige veroordeelde] . De raadsman meent dat een nieuw PO de risicofactoren niet zal veranderen, omdat de risicofactoren die aan de maatregel ten grondslag liggen al langere tijd bekend zijn en voortkomen uit zijn verleden. De vordering tot verlenging dient volgens de raadsman ook te worden afgewezen, omdat de veiligheid van personen en goederen niet meer in gevaar is. Hij benadrukt dat het recidiverisico als matig wordt beoordeeld en dat er geen recente geweldsincidenten zijn geweest. Eerdere problematiek zoals impulsiviteit en gebrekkige emotieregulatie is inmiddels afgenomen dankzij afgeronde behandelingen. De raadsman is van mening dat [minderjarige veroordeelde] nu de kans moet krijgen om zich in het kader van een voorwaardelijk beëindiging buiten de JJI te bewijzen en te ontwikkelen.
De beoordeling
De beslissing
gedeeltelijk toeen
verlengt de termijnvan de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
van [minderjarige veroordeelde]