Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3161

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
13/291758-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 2:18 Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met 21 maanden wegens voortgezet middelengebruik en resocialisatietraject

De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 februari 2026 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die sinds februari 2024 in een inrichting verblijft. De officier van justitie vorderde een verlenging van 24 maanden, terwijl de verdediging pleitte voor een kortere termijn van 18 maanden.

De gedragswetenschapper en behandelcoördinator van de inrichting adviseerden eveneens een verlenging van 24 maanden, vanwege het aanhoudende middelengebruik van de jeugdige en het ontbreken van een verlofstatus. Hoewel de jeugdige zich begeleidbaar opstelt en positieve ontwikkelingen toont, lukt het hem niet om zijn middelengebruik onder controle te krijgen, wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van verlof.

De rechtbank overwoog dat een verlenging van 21 maanden passend is, omdat het resocialisatietraject met begeleid en onbegeleid verlof en het STP zorgvuldig moet worden doorlopen. De rechtbank complimenteerde de jeugdige met zijn inzet en benadrukte het belang van het blijven aanleveren van negatieve urinecontroles. Tevens werd geadviseerd om opnieuw te overwegen deel te nemen aan het programma Brains4Use om duurzaam te stoppen met middelengebruik.

De maatregel zal, rekening houdend met wettelijke bepalingen, voorwaardelijk eindigen op 14 november 2027 en onvoorwaardelijk op 14 november 2028. De rechtbank wees de vordering gedeeltelijk toe en verlengde de PIJ-maatregel met 21 maanden.

Uitkomst: De PIJ-maatregel wordt verlengd met 21 maanden vanwege voortgezet middelengebruik en het noodzakelijke resocialisatietraject.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.291785.22
Beslissing op de vordering van 30 december 2025 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

hierna te noemen: [veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
thans verblijvende te [naam P.I.] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 25 januari 2024 is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel).
De maatregel is ingegaan op 24 februari 2024.
De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie strekt tot een verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met 24 (vierentwintig) maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • de termijnbrief van 1 oktober 2025;
  • het op grond van artikel 2:18 van Pro het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van 17 december 2025 van de [naam P.I.] (hierna: [naam P.I.] ) om de PIJ-maatregel te verlengen voor de duur van 24 maanden, alsmede de overgelegde Perspectiefplannen.
De rechtbank heeft op 13 februari 2026 de vordering in de openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
  • de officier van justitie, mr. B. Grünfeld;
  • [veroordeelde] , bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.H.W. van der Lee, advocaat te Amsterdam;
  • mw. [persoon 1] als gedragswetenschapper en mw. [persoon 2] als behandelcoördinator namens [naam P.I.] .
De standpunten
Het advies van de [naam P.I.]
adviseert een verlenging van de PIJ-maatregel met 24 maanden. Hoewel er sprake is van enige behandelmotivatie, [veroordeelde] zich begeleidbaar opstelt richting het behandelteam en er geen sprake is van (fysieke) agressieve incidenten, lukt het [veroordeelde] onvoldoende om zijn middelengebruik onder controle te krijgen. Om die reden is er nog geen sprake van een verlofstatus. Er zijn afspraken gemaakt met [veroordeelde] omtrent de aanvraag van een begeleide verlofstatus, inhoudende dat [veroordeelde] minimaal twee maanden schone urinecontroles moet af leveren. Dit houdt in dat [veroordeelde] op zijn vroegst deze maand, in februari 2026, in aanmerking komt voor het aanvragen van een begeleid verlofstatus. Om het traject van [veroordeelde] goed vorm te geven met een gedegen risicomanagement, in combinatie met de te doorlopen stappen van verlofgang en STP richting een uitstroom, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat er een verlenging van 24 maanden nodig is.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de PIJ-maatregel van [veroordeelde] dient te worden verlengd met 24 maanden. Het is in het belang van de veiligheid maar ook in het belang van [veroordeelde] om de maatregel te verlengen. Hoewel [veroordeelde] stappen zet in de goede richting, zijn deze maanden nog nodig om tot een afronding van zijn traject te komen. Als alles goed verloopt, kan [veroordeelde] pas vanaf mei 2026 op verlof. Dit verlof moet opgebouwd worden, om uiteindelijk toe te werken naar het STP.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw verzoekt de maatregel te verlengen voor een kortere periode. In de afgelopen periode is [veroordeelde] ’s geduld en doorzettingsvermogen op de proef gesteld. Hij heeft meerdere keren lang moeten wachten tot behandelingen van start gingen, terwijl hij daarvoor erg gemotiveerd is. Daarnaast zijn er aan [veroordeelde] bepaalde dingen beloofd, terwijl deze beloftes niet werden nagekomen. Zo is hem eerder verteld dat hij maar voor één maand in plaats van twee maanden negatieve urinecontroles hoefde in te leveren voor zijn verlofstatus kon worden aangevraagd. Ook gaat [veroordeelde] er al lange tijd vanuit dat hij op een laag beveiligde afdeling geplaatst kon worden, terwijl hij pas zeer recent gehoord heeft dat dit zonder een verlofstatus niet mogelijk is. [veroordeelde] heeft ondanks dat de afgelopen periode een enorme positieve ontwikkeling doorgemaakt. [veroordeelde] stelt zich begeleidbaar op, doet het goed op de groep en neemt zijn behandelingen serieus. Hij heeft heel veel geleerd en staat te popelen om met verlof te gaan. [veroordeelde] begrijpt dat een verlenging van de maatregel nog nodig is, maar hij heeft voor het behouden van zijn motivatie een stip op de horizon nodig. Hoewel [veroordeelde] het liefst een verlenging met 12 maanden zou willen, denkt de raadsvrouw dat een verlenging met 18 maanden passend is. Door met een kortere periode te verlengen kan de rechtbank een vinger aan de pols houden. Tot slot denkt de raadsvrouw dat het goed is als de [naam P.I.] nogmaals met [veroordeelde] in gesprek gaat over Brains4Use, nu zij verwacht dat dit [veroordeelde] hier wel voor open staat als hij goed uitgelegd krijgt wat dit inhoudt.
De beoordeling
Gelet op het advies, het verhandelde in de raadkamer en artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [veroordeelde] vereisen dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met 21 (eenentwintig) maanden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
[veroordeelde] heeft in de afgelopen periode hard gewerkt en een zeer positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij is gemotiveerd voor zijn behandelingen en stelt zich begeleidbaar op. Ook hebben er geen (agressie-) incidenten plaatsgevonden waarbij [veroordeelde] betrokken is geweest. [veroordeelde] heeft laten zien dat hij geduld, flexibiliteit en doorzettingsvermogen heeft. De rechtbank maakt [veroordeelde] hiervoor een compliment.
Ondanks deze positieve ontwikkelingen heeft [veroordeelde] momenteel nog geen verlofstatus. Daarvoor is het van belang dat hij eerst zijn middelengebruik weet te stoppen en moet hij twee maanden negatieve urinecontroles overleggen. Hoewel dit traject enige tijd in beslag heeft genomen, lijkt het erop dat – indien ook de uitslag van aankomende week negatief is – de verlofstatus kan worden aangevraagd. Nu deze aanvraag vervolgens nog door DIZ en het Openbaar Ministerie moet worden beoordeeld, kan [veroordeelde] bij een goedgekeurde aanvraag – en zolang hij negatieve urinecontroles blijft houden - op zijn vroegst vanaf mei 2026 met begeleid verlof.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat [veroordeelde] graag wil dat PIJ-maatregel voor een kortere periode verlengd wordt, is het niet realistisch om ervan uit te gaan dat een verlenging van 18 maanden voldoende is. Zodra [veroordeelde] een verlofstatus heeft, zal hij immers eerst zes maanden begeleid verlof moeten doorlopen, gevolgd door zes maanden onbegeleid verlof, om tot slot nog het STP van zes maanden te voltooien. Het doorlopen van al deze stappen van het resocialisatietraject is noodzakelijk om een zorgvuldige overgang van binnen de [naam P.I.] naar buiten vorm te geven, zodat vrijheden gefaseerd uitgebreid kunnen worden en de aangeleerde vaardigheden verder bestendigd kunnen worden. De rechtbank concludeert gelet op het voorgaande dat [veroordeelde] , indien alles vanaf dit moment goed verloopt, zeker nog 21 (eenentwintig) maanden nodig heeft om tot een succesvolle afronding van zijn traject te komen.
De rechtbank hoopt dat [veroordeelde] , met een verlenging die iets korter is dan gevorderd, zal motiveren om de positieve lijn voort te zetten en dat hij zich maximaal zal blijven inzetten voor zijn behandeling. Belangrijk is in ieder geval dat [veroordeelde] wat betreft de rest van zijn traject moet onthouden dat hij geen verdovende middelen mag gebruiken en negatieve urinecontroles moet blijven aanleveren. De rechtbank wil [veroordeelde] daarom meegeven dat het verstandig is om, zoals door zijn raadsvrouw ter zitting naar voren gebracht, nogmaals na te denken over een deelname aan Brains4Use. Op die manier kan [veroordeelde] handvatten verkrijgen om duurzaam te stoppen met het gebruik van middelen, ook in situaties waarin hij onverhoopt met tegenslagen wordt geconfronteerd.
De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 16 oktober 2025 vanuit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 14 november 2027 en onvoorwaardelijk eindigt op 14 november 2028.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe en
verlengtde termijn van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde]
met 21 (eenentwintig) maanden;
- wijst de vordering voor het overige
af.
Deze beschikking is gegeven op de openbare terechtzitting van deze rechtbank door
mr. M.J. van Aalderen, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. E.M. Devis en E. Diepraam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2026.