Uitspraak
1.De procedure
- het bericht van 12 februari 2026 met één productie van [eiser] ;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
2.De feiten
3.De beoordeling in conventie en in reconventie
4.De beslissing
donderdag 9 april 2026te 10:00 uur,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De verhuurder ([eiser]) en twee huurders ([naam 2] en [gedaagde]) zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een woning voor bepaalde tijd. De huurders hebben de woning tot 30 september 2024 gehuurd. De huurcommissie heeft de overeengekomen huurprijs van €1.830,00 als onredelijk hoog beoordeeld en een maximale huurprijs van €747,06 vastgesteld.
De verhuurder heeft vervolgens een procedure bij de rechtbank gestart tegen één huurder ([gedaagde]) om de uitspraak van de huurcommissie te laten vervallen. Tijdens de mondelinge behandeling stelde de kantonrechter vast dat het hier gaat om een processueel ondeelbare rechtsverhouding, waarbij alle betrokken partijen in het geding moeten worden betrokken.
Omdat de medehuurder ([naam 2]) niet was opgeroepen, heeft de kantonrechter de verhuurder toegestaan om deze medehuurder alsnog op te roepen op grond van artikel 118 Rv Pro. De zaak is verwezen naar de rol voor deze oproeping en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter staat toe dat de verhuurder de medehuurder oproept en houdt verdere beslissing aan.