Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3189

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
12127243 / CV26-3283
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:266 BWArt. 96 RvArt. 826 lid 1 onder a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurrecht echtelijke woning aan man na inschrijving echtscheiding

Partijen zijn gehuwd sinds 8 augustus 2007 en hebben de Nederlandse nationaliteit. De echtscheiding is door een Turkse rechter uitgesproken op 15 februari 2024, maar is nog niet onherroepelijk vanwege hoger beroep van de vrouw.

De vrouw heeft haar verzoek tot toewijzing van het huurrecht en tot echtscheiding ingetrokken. De man verzoekt het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen, primair per direct en subsidiair met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in Nederland.

De rechtbank oordeelt dat het primaire verzoek in strijd is met artikel 7:266 BW Pro, omdat zolang de echtscheiding niet definitief is, de echtgenote medehuurder blijft. Daarom wijst de rechtbank het subsidiaire verzoek toe en bepaalt dat de man huurder wordt vanaf de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.

De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de kosten van het geding, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegewezen met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civielrecht
Kantonrechter
zaaknummer / rolnummer: 12127243 / CV26-3283
Vonnis van 26 maart 2026
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam,
tegen
[de man]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. H. Tülü te Haarlem.

1.Het verder verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 13 maart 2024.
1.2.
De rechtbank heeft nadien kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het F9-formulier met bijlage van de vrouw, ingekomen op 19 maart 2024;
  • de akte uitlating van de man, ingekomen op 21 maart 2024;
  • het F9-formulier van de man, ingekomen op 17 juni 2025;
  • het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 1 juli 2025;
  • het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 16 juli 2025;
  • het F9-formulier met bijlage van de man, ingekomen op 8 februari 2026;
  • het F9-formulier van de man, ingekomen op 12 februari 2026;
  • de e-mail van de man met bijlage, ingekomen op 16 februari 2026;
  • de e-mail van de vrouw, ingekomen op 17 februari 2026.
1.3.
Er heeft, met instemming van partijen, geen mondelinge behandeling plaatsgevonden. Conform het voorstel in de hiervoor vermelde beschikking hebben partijen gezamenlijk verzocht aan de onderhavige rechter om op de voet van artikel 96 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) in hoedanigheid van kantonrechter uitspraak te doen.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 8 augustus 2007 te [plaats] , Turkije.
2.2.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.3.
Op 16 juli 2025 heeft de rechtbank de vertaling van de Turkse echtscheidingsbeschikking ontvangen. Deze beschikking dateert van 15 februari 2024, en de gemotiveerde beschikking van 29 februari 2024. Uit de beschikking blijkt, voor zover hier van belang, dat de echtscheiding tussen partijen door de Turkse rechter is uitgesproken.
2.4.
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking van 15 februari 2024. De echtscheiding is dan ook niet onherroepelijk.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De vrouw heeft het verzoek om het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen, en het verzoek om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, ingetrokken.
in reconventie
3.2.
De man verzoekt – na wijziging van zijn vordering – :
primair:
I. het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen aan de man;
subsidiair:
II. het huurrecht van de echtelijke woning aan de man toe te wijzen met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding, uitgesproken in Turkije, in de registers van de burgerlijke stand;
meer subsidiair:
III. de zaak, voor zover nodig, zelfstandig af te doen ten aanzien van de vordering van de man inzake het huurrecht van de echtelijke woning, zo nodig optredend als kantonrechter.
3.3.
De vrouw voert geen verweer.

4.De beoordeling

Huurrecht
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek van de man tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan hem. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
4.2.
Hetgeen is overwogen in voornoemde beschikking wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd en gehandhaafd. De vrouw heeft het verzoek voorafgaand aan de geplande mondelinge behandeling ingetrokken, zodat de rechtbank dit verzoek buiten beschouwing laat.
4.3.
De rechtbank zal conform het subsidiaire verzoek van de man beslissen, nu dit niet weersproken en op de wet is gegrond. Toewijzing van het primaire verzoek is in strijd met de wet, te weten het bepaalde in artikel 7:266 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Daaruit volgt dat zolang de echtscheiding nog niet definitief is, de echtgenote van rechtswege medehuurder blijft. Dit geldt zolang de woonruimte de echtgenote tot hoofdverblijf strekt, ongeacht of de huurovereenkomst voor dan wel na het aangaan van het huwelijk is gesloten.
Indien de echtgenote hetzij ingevolge een beschikking als bedoeld in artikel 826, lid 1 onder a Rv, hetzij ingevolge onderlinge overeenstemming in verband met een verzoek tot echtscheiding niet het gebruik heeft van de echtelijke woning, brengt dit voor de toepassing van dit artikel geen verandering in het hoofdverblijf.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter:
in reconventie
5.1.
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres] , met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding, uitgesproken in Turkije, in de registers van de burgerlijke stand;
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in conventie en reconventie
5.4.
compenseert de kosten van het geding, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. Terwee, optredend als kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.F. Hulskes op 26 maart 2026.