Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3193

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
13-015458-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift teruggave motor gestolen motorblok en vervalst VIN-nummer

Klager heeft in 2018 een motor van het merk Piaggio Beverly Sport Touring te goeder trouw gekocht bij een motorwebshop. Twee jaar geleden liet hij het motorblok vervangen, waarvan hij aannam dat het niet van diefstal afkomstig was. Bij een keuring in 2025 door de RDW bleek het motorblok echter afkomstig van een gestolen motor en was het VIN-nummer op de motor vervalst.

De motor is op 5 november 2025 in beslag genomen. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek om teruggave van de motor. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave omdat de motor in zijn geheel van diefstal afkomstig is en klager niet aannemelijk kon maken dat hij te goeder trouw de beschikking over de motor had gekregen.

De rechtbank oordeelt dat het klaagschrift ontvankelijk is, maar dat de motor niet aan klager kan worden teruggegeven omdat het motorblok en het vervalste VIN-nummer aantonen dat de motor in zijn geheel gestolen is. Klager kon geen bewijs leveren van een geldige overdracht van het motorblok. De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond en wijst teruggave af.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de motor wordt niet aan klager teruggegeven omdat deze in zijn geheel van diefstal afkomstig is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-015458-26
raadkamernummer : 26-000133
datum : 12 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro, blijkt dat op 5 november 2025 onder klager een motor, merk Piaggio Beverly Sport Touring, voorzien van kenteken [kenteken 1], in beslag is genomen.

Procedure

Het klaagschrift is op 2 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 12 maart 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager en de officier van justitie in raadkamer gehoord.
Namens de belanghebbende [belanghebbende] N.V. is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niemand in raadkamer verschenen.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: een motor, merk Piaggio Beverly Sport Touring, voorzien van kenteken [kenteken 1].
Door klager is aangevoerd dat hij de motor in 2018 heeft gekocht bij een motorwebshop/groothandel en voorafgaande heeft gecontroleerd of de motor van diefstal afkomstig was of niet. Dat was niet het geval. Klager heeft de motor dan ook te goeder trouw aangeschaft. Twee jaar geleden was de krukas gebroken. Klager heeft toen via een kennis iemand gevonden die een nieuw motorblok in de motor kon plaatsen. Ook hierbij heeft klager eerst op stopheling.nl gekeken om te bekijken of dit motorblok van diefstal afkomstig was. Het op het motorblok vermelde nummer stond niet vermeld op de website.
Klager kon geen nadere informatie verstrekken ten aanzien van deze reparatie noch van degene van wie hij het motorblok heeft gekocht of van degene het motorblok heeft geplaatst.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Het in de motor aangetroffen motorblok bleek bij keuring door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) afkomstig te zijn van diefstal. Het motorblok zou horen bij een gestolen motor met kenteken [kenteken 2]. Tevens bleek dat het op de motor aanwezige VIN-nummer was vervalst. Het – na bewerking – op de motor aangetroffen oorspronkelijke VIN-nummer zou eveneens behoren bij de gestolen motor met kenteken [kenteken 2]. Dit betekent dat de motor in zijn geheel van diefstal afkomstig is.
Klager heeft aangevoerd het motorblok twee jaar geleden te hebben laten vervangen, maar heeft hiervan geen onderbouwing kunnen geven. Daarom kan niet worden vastgesteld dat aan een geldige overdracht is voldaan.
Hoewel niet duidelijk is geworden door wie de motor is vervalst dan wel is omgeruild, staat wel vast dat de ter beoordeling aangeboden motor van diefstal afkomstig is. Nu niet kan worden vastgesteld dat klager te goeder trouw de beschikking over deze motor heeft gekregen, dient deze dan ook te worden teruggegeven aan de verzekeraar.
Verzocht is daarom het klaagschrift ongegrond te verklaren.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Dat is het geval en als belanghebbende is aangemerkt [belanghebbende] B.V., zijnde de verzekeringsmaatschappij die na aangifte van diefstal door de oorspronkelijke eigenaar in rechte is getreden van die oorspronkelijke eigenaar.
[belanghebbende] B.V. is – zoals hiervoor weergegeven - opgeroepen voor de behandeling in raadkamer. Namens [belanghebbende] is niet alleen niemand in raadkamer verschenen, maar is ook geen standpunt ingebracht.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Klager heeft in 2018 een motor van het merk Piaggio Beverly Sport Touring gekocht, voorzien van kenteken [kenteken 1]. Hij heeft deze gekocht bij een motorwebshop/groothandel, handelend in de verkoop van motoren, en heeft van deze aankoop een nota overgelegd. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat klager deze motor te goeder trouw heeft aangekocht.
Op 5 november 2025 is door klager een motor, voorzien van kenteken [kenteken 1], ter keuring aangeboden bij de RDW.
Uit onderzoek aan de motor is gebleken dat het zich in de motor bevindende motorblok van diefstal afkomstig is. Het aangetroffen nummer op het motorblok is [nummer]. Dit nummer/motorblok is oorspronkelijk geplaatst bij een motorfiets met het VIN-nummer [nummer]. Voor de motorfiets met dit VIN-nummer is kenteken [kenteken 2] afgegeven. Dit kenteken staat sinds 11 juni 2022 als gestolen geregistreerd.
Voorts bleek dat het VIN-nummer op het frame ([nummer]) niet door de fabrikant was aangebracht. Na onderzoek/bewerking van dit VIN-nummer kwam het oorspronkelijke VIN-nummer in beeld: [nummer].
Het voorgaande betekent dat de motor die klager in 2018 heeft gekocht, niet dezelfde motor is als de motor die in 2025 ter keuring bij de RDW heeft aangeboden, aangezien de motor en het motorblok één geheel vormen en de ter keuring aangeboden motor in zijn geheel van diefstal afkomstig is.
De rechtbank is van oordeel dat klager bij deze stand van zaken niet redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd. Het beklag zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is op 26 maart 2026 gegeven door
mr. I. Timmermans, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, griffier.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.