Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3227

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
C/13/782354 / HA ZA 26-72
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 RvArt. 6:159 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen opzegging intentieovereenkomst bouwproject perceel

Townspace en de Gemeente sloten in 2023 een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van een bouwproject op een perceel. De Gemeente zegde deze overeenkomst op omdat zij meent dat Townspace niet langer over het perceel kan beschikken, mede door de ontbinding van een eerdere koopovereenkomst tussen Aqua en Amog.

Townspace vordert in de hoofdzaak dat de opzegging onrechtmatig is en dat de Gemeente gehouden is de overeenkomst na te komen. In het incident vraagt Townspace een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de Gemeente met derden overeenkomsten sluit of vergunningen verleent voor het perceel.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat Townspace in de hoofdzaak zal winnen, mede omdat Aqua eigenaar blijft en de contractsovername door Townspace betwist wordt. Ook weegt de rechtbank mee dat toewijzing de Gemeente en Aqua ernstig zou belemmeren in hun publiekrechtelijke bevoegdheden en belangen.

Daarom wijst de rechtbank de voorlopige voorziening af en veroordeelt Townspace in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling in de hoofdzaak.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af en veroordeelt Townspace in de proceskosten van het incident.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/782354 / HA ZA 26-72
Vonnis in incident van 25 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOWNSPACE PROPERTY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Townspace,
advocaat: mr. J.J. van de Vijver,
tegen
GEMEENTE UITHOORN,
gevestigd te Uithoorn,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. C.T. Boekema.

1.De kern van de zaak

1.1.
Townspace en de Gemeente hebben in 2023 een intentieovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling en realisatie van een bouwproject op het perceel aan de [locatie] (hierna: het perceel). De Gemeente heeft deze intentieovereenkomst opgezegd, omdat het volgens haar niet langer aannemelijk is dat Townspace over het perceel zal kunnen beschikken.
1.2.
Townspace is het hier niet mee eens en vordert daarom in deze procedure in de hoofdzaak dat voor recht wordt verklaard dat de Gemeente niet gerechtigd was om de intentieovereenkomst op te zeggen en alsnog wordt verplicht om hieraan uitvoering te geven. Daarnaast vordert Townspace in incident bij wijze van een voorlopige voorziening dat het de Gemeente verboden wordt om gedurende de procedure met een derde een overeenkomst te sluiten of aan een derde een omgevingsvergunning te verstrekken voor de ontwikkeling en realisatie van een bouwproject op het perceel, op verbeurte van een dwangsom, vermeerderd met de proceskosten in het incident.
1.3.
De Gemeente voert aan dat zij gerechtigd was om de intentieovereenkomst op te zeggen. Daarnaast betoogt zij dat de gevorderde voorlopige voorziening haar zal blokkeren in de mogelijkheid om mee te werken aan een alternatieve ontwikkeling van het perceel en dat dit een inbreuk oplevert op haar publiekrechtelijke bevoegdheden.
1.4.
De rechtbank wijst de gevorderde voorlopige voorziening af en legt hierna uit waarom.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening, met producties,
  • de conclusie van antwoord in het incident, met producties.

3.De feiten voor zover van belang in het incident

3.1.
Aqua Uithoorn B.V. (hierna: Aqua) is eigenaar van het perceel. Op 9 juni 2008 heeft Aqua met VGH Vastgoed B.V. (hierna: VGH) een koopovereenkomst gesloten voor de aankoop van het perceel (hierna: de koopovereenkomst), met Aqua als verkoper en VGH als koper. In de koopovereenkomst staat dat VGH handelt voor zich of nader te noemen meester voor wie hij zich sterk maakt. In de koopovereenkomst is onder meer bepaald dat de levering zal plaatsvinden binnen twaalf maanden nadat de bouwvergunning van de Gemeente onherroepelijk is geworden.
3.2.
Op dit moment is nog geen sprake van een onherroepelijke bouwvergunning en is Aqua nog steeds eigenaar van het perceel.
3.3.
VGH heeft bij akte van 11 juni 2009 Beheer- en Exploitatiemaatschappij Amog B.V. (hierna: Amog) aangewezen als meester als bedoeld in de koopovereenkomst. Amog heeft bij akte alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de koopovereenkomst van VGH overgenomen.
3.4.
Amog heeft bij akte van 13 november 2012 getiteld ‘contractsovername’ haar rechten uit de koopovereenkomst aan Townspace verkocht.
3.5.
Amog heeft bij brief van 5 december 2012 aan Aqua medegedeeld dat Townspace op 13 november 2012 de rechten van Amog heeft verworven en haar op korte termijn zal informeren over de vervolgstappen om tot een succesvolle ontwikkeling te komen.
3.6.
Aqua heeft bij brief van 10 december 2012 aan Amog laten weten dat zij weigert haar medewerking te verlenen aan de contractsovername door Townspace.
3.7.
Amog en Townspace zijn samen gaan optrekken en hebben eind 2014 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Omdat zij geen eigenaar zijn van het perceel en het niet duidelijk is wie over welke rechten beschikt, heeft de Gemeente toen laten weten voorlopig niet verder in gesprek te gaan.
3.8.
Aqua heeft in augustus 2015 een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank tegen Amog en Townspace. De inzet van deze procedure was dat Aqua van de koopovereenkomst af wilde, omdat de herontwikkeling zo lang duurde. De daarop gerichte vorderingen zijn bij vonnis van 1 maart 2017 afgewezen. Een tegenvordering van Amog is in hetzelfde vonnis toegewezen: Aqua moest de Gemeente schriftelijk bevestigen dat Amog (en/of Townspace) gerechtigd is (en/of zijn) om het perceel te herontwikkelen.
3.9.
Het door Aqua ingestelde hoger beroep is afgewezen.
3.10.
Townspace en de Gemeente hebben op 19 februari 2018 een intentieovereenkomst gesloten voor de (her)ontwikkeling van het perceel. Daarin staat dat Townspace de beschikkingsmacht heeft verkregen over het perceel. Verder zijn partijen overeengekomen dat zij beogen te komen tot (het realiseren van) een financieel, ruimtelijk en maatschappelijk haalbaar plan, waartoe zij de voorwaarden hiervoor nader wensen te onderzoeken binnen de kaders en uitgangspunten zoals opgenomen in de intentieovereenkomst.
3.11.
Vervolgens heeft de ontwikkeling enige tijd stilgelegen. Daarna zijn partijen opnieuw met elkaar in overleg getreden en hebben zij een nieuwe intentieovereenkomst gesloten. Deze intentieovereenkomst is van 21 december 2023 en door Townspace in januari 2024 voor akkoord getekend.
3.12.
Bij brief van 18 maart 2025 heeft Amog aan Aqua laten weten dat zij de koopovereenkomst uit 2008 tussen hen ontbindt, in verband met de voorgenomen ontbinding van Amog.
3.13.
Bij brief van 9 september 2025 aan Townspace heeft de Gemeente de intentieovereenkomst opgezegd, omdat zij – kort gezegd – vindt dat de juridische positie van Townspace fundamenteel is gewijzigd doordat Amog de koopovereenkomst met Aqua heeft ontbonden en het daarom niet langer aannemelijk is dat Townspace over het perceel zal kunnen beschikken.

4.De beoordeling in het incident

Toetsingskader

4.1.
Townspace vordert een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Op grond van dit artikel kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Een dergelijke vordering kan alleen worden toegewezen wanneer daarbij voldoende belang bestaat. Daarmee wordt bedoeld dat niet kan worden verlangd dat de afloop van de procedure in de hoofdzaak wordt afgewacht. Bij een beslissing op de vordering moet het belang van de eiser bij toewijzing van de vordering worden afgewogen tegen het belang van de verweerder om de afloop van de procedure af te wachten. Bij deze belangenafweging moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken, waaronder de te verwachten resterende duur van de bodemzaak, het eventuele restitutierisico en de mate van aannemelijkheid van een toewijzing van de vordering in de hoofdzaak.
De gevorderde voorlopige voorziening wordt afgewezen
4.2.
De rechtbank wijst de gevorderde voorlopige voorziening af omdat op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat de vordering van Townspace in de hoofdzaak zal worden toegewezen. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de Gemeente gerechtigd was om de intentieovereenkomst op te zeggen, waarbij het met name draait om de beantwoording van de vraag of Townspace over het perceel zal kunnen beschikken. Niet in geschil is dat Aqua eigenaar is van het perceel, dat tussen Aqua en Amog een koopovereenkomst bestond voor de aankoop van het perceel (doordat Amog als meester door VGH is aangewezen) en dat Amog haar rechten uit de koopovereenkomst aan Townspace heeft verkocht. Ook staat tussen partijen vast dat Aqua niet akkoord is gegaan met contractsovername door Townspace en dat Amog in 2025 de koopovereenkomst met Aqua heeft ontbonden.
4.3.
De Gemeente heeft hieruit afgeleid dat het niet langer aannemelijk is dat Townspace op enig moment over het perceel zal kunnen beschikken en heeft daarom de intentieovereenkomst met Townspace opgezegd. Volgens Townspace is dit oordeel van de Gemeente onjuist. Zij meent dat Amog ten onrechte een beroep heeft gedaan op ontbinding, aangezien Amog de rechten uit de koopovereenkomst eerder al aan Townspace had overgedragen. De Gemeente heeft dit gemotiveerd betwist door aan te voeren dat Aqua hieraan niet heeft meegewerkt, zodat van een contractsovername als bedoeld in artikel 6:159 van Pro het Burgerlijk Wetboek geen sprake is. Daarbij heeft zij verwezen naar de brief van Aqua van 10 december 2012, waarin Aqua heeft medegedeeld dat zij weigert haar medewerking te verlenen aan de contractsovername door Townspace.
4.4.
Gelet op deze gemotiveerde betwisting, is in dit stadium van de procedure niet voldoende aannemelijk dat het standpunt van Townspace dat de Gemeente de intentieovereenkomst ten onrechte heeft opgezegd de juiste is en dat haar vordering in de hoofdzaak – waarop de voorlopige voorziening vooruitloopt – zal worden toegewezen. Daarvoor is nader onderzoek nodig aan de hand van het debat tussen partijen in de hoofdzaak. Op de uitkomst daarvan kan op dit moment niet met voldoende mate van zekerheid vooruit worden gelopen. Het argument van Townspace dat de contractsovername (ook) te duiden is als een cessie – waarvoor dan geen akkoord van Aqua nodig is – maakt dat nu niet anders. Dit argument lijkt op voorhand niet op te gaan, aangezien de akte getiteld is ‘contractsovername’ en in de akte staat dat het gaat om de overname van de positie als koper van het perceel, wat ook duidt op contractsovername.
4.5.
Daar komt bij dat toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening ertoe zou leiden dat de Gemeente de ruimtelijke ontwikkeling van het perceel niet op een alternatieve wijze kan voortzetten en zij beperkt wordt in haar publiekrechtelijke bevoegdheden. Ook zou toewijzing ertoe leiden dat de huidige eigenaar van het perceel, Aqua, geen omgevingsvergunning voor haar eigen perceel zou kunnen krijgen. Gelet op de grote gevolgen voor zowel Aqua als de Gemeente bij toewijzing van de voorlopige voorziening, valt de belangenafweging niet in het voordeel van Townspace uit, zodat de gevorderde voorlopige voorziening vooruitlopend op de beslissing in de hoofdzaak niet kan worden toegewezen.
4.6.
De conclusie is dan ook dat de incidentele vordering van Townspace wordt afgewezen.
Proceskosten
4.7.
Townspace is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- salaris advocaat
653,00
(1 punt × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
842,00
Uitvoerbaar bij voorraad
4.8.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordeling ook moet worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst de incidentele vordering af,
5.2.
veroordeelt Townspace in de proceskosten van dit incident van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Townspace niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
5.4.
verwijst de zaak naar de rol van
6 mei 2026voor conclusie van antwoord,
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.