Townspace en de Gemeente sloten in 2023 een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van een bouwproject op een perceel. De Gemeente zegde deze overeenkomst op omdat zij meent dat Townspace niet langer over het perceel kan beschikken, mede door de ontbinding van een eerdere koopovereenkomst tussen Aqua en Amog.
Townspace vordert in de hoofdzaak dat de opzegging onrechtmatig is en dat de Gemeente gehouden is de overeenkomst na te komen. In het incident vraagt Townspace een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de Gemeente met derden overeenkomsten sluit of vergunningen verleent voor het perceel.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat Townspace in de hoofdzaak zal winnen, mede omdat Aqua eigenaar blijft en de contractsovername door Townspace betwist wordt. Ook weegt de rechtbank mee dat toewijzing de Gemeente en Aqua ernstig zou belemmeren in hun publiekrechtelijke bevoegdheden en belangen.
Daarom wijst de rechtbank de voorlopige voorziening af en veroordeelt Townspace in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling in de hoofdzaak.