Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3240

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
C/13/764335 / FA RK 25-1102
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 811 RvArt. 5.1 Wet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking inzagerecht vader in raadsrapport ter bescherming van kinderen en moeder

In deze zaak heeft de Raad voor de Kinderbescherming twee versies van een raadsrapport ingediend: een volledige versie voor de moeder en een aangepaste versie voor de vader zonder informatie over de kinderen.

De vader verzocht om inzage in het volledige rapport, maar de Raad stelde dat dit de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de kinderen en moeder zou schenden. De rechtbank weegt het belang van de vader af tegen dat van de kinderen en moeder.

De rechtbank constateert dat de vader recent is aangehouden na een aangifte van bedreiging door de moeder en dat er lopend politieonderzoek is naar mishandeling, stalking en belaging. De vader verblijft sinds januari 2026 in een tbs-kliniek en heeft een verleden van huiselijk geweld. De kinderen hebben angst voor de vader en hebben mishandeling ervaren en gezien.

Gezien deze omstandigheden en de diagnose van de vader met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en aanwijzingen voor psychopathie, acht de rechtbank het verstrekken van het volledige rapport aan de vader een veiligheidsrisico. De aangepaste versie van het rapport bevat een samenvattende weergave van de kinderen hun verklaringen, waardoor het belang van de vader beperkt wordt geschaad.

De rechtbank besluit daarom de vader geen inzage en afschrift te geven van het volledige raadsrapport, maar alleen van de aangepaste versie.

Uitkomst: De vader wordt geen inzage en afschrift van het volledige raadsrapport gegeven vanwege het zwaardere belang van de kinderen en moeder bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en veiligheid.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/764335 / FA RK 25-1102
Beschikking van 31 maart 2026 betreffende de beperking van het recht op inzage en/of afschrift van stukken
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad,
tegen
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. M. Amrani.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. A.J. van Ommeren te Amsterdam,
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen JBRA.
De zaak heeft betrekking op de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012;
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2017;
[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020;
[minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2023.

1.Het procesverloop

1.1.
Bij brief van 5 februari 2026, ontvangen door de rechtbank op 10 februari 2026, heeft de Raad in de onderhavige procedure twee versies van het rapport betreffende het raadsonderzoek ingediend. Eén versie voor de moeder en één versie voor de vader. De Raad heeft toegelicht dat de vader een eigen versie van het raadsrapport heeft gekregen waar geen informatie van en over de kinderen in staat vermeld. Dit rapport is ook met de advocaat van de vader gedeeld. De moeder heeft eveneens een eigen versie van het raadsrapport, zijnde het volledige raadsrapport, gekregen.
1.2.
De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van het op 11 maart 2026 ingekomen verzoek van de Raad waarin wordt verzocht om te bepalen dat de vader geen afschrift krijgt van het volledige raadsrapport en alleen een aangepast rapport van 4 februari 2026 ontvangt. De Raad stelt dat het niet delen van bepaalde passages van het raadsrapport met de vader noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van de kinderen en de moeder te eerbiedigen en hun veiligheid te waarborgen. Volgens de Raad weegt het belang van de kinderen tot geheimhouding van de informatie zwaarder dan het belang van de vader bij inzage in het volledige raadsrapport van 4 februari 2026.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank stelt voorop dat de informatie waar de rechter kennis van neemt in beginsel kenbaar moet zijn voor alle belanghebbenden in de procedure. De rechter kan inzage en afschrift van processtukken in uitzonderlijke gevallen weigeren (artikel 811, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) voor zover het verstrekken daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Wet open overheid) en/of indien het verstrekken onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang (artikel 5.1, vijfde lid, van de Wet open overheid).
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat het verstrekken van de volledige inhoud van het raadsrapport van 4 februari 2026 (de versie van het raadsrapport van de moeder) aan de vader achterwege moet blijven, nu het belang van de vader bij het verkrijgen daarvan niet opweegt tegen het belang van de kinderen en de moeder tot eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en veiligheid. Hiertoe overweegt de rechtbank dat zij uit de stukken afleidt dat de vader op 23 december 2025 is aangehouden nadat de moeder tegen hem aangifte heeft gedaan wegens bedreiging. Door de politie wordt thans nader onderzoek verricht naar de mogelijk door de vader gepleegde mishandelingen, stalking en belaging. De vader verblijft daardoor sinds 6 januari 2026 weer in de tbs-kliniek. In het verleden is de vader reeds veroordeeld wegens onder andere huiselijk geweld. Verder leidt de rechtbank uit de stukken af dat de Raad serieuze en grote zorgen heeft over de veiligheid van de kinderen en de moeder, welke zorgen door de politie worden ondersteund. Ook hebben de kinderen aan de Raad kenbaar gemaakt dat zij angst hebben voor de vader, dat zij te maken hebben gehad met mishandeling vanuit de vader jegens hen en dat zij getuige zijn geweest van mishandeling van de vader naar de moeder toe. Daarbij komt voorts dat de vader is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en trekken van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, waarbij er aanwijzingen zijn voor psychopathie. De rechtbank betrekt verder bij haar belangenafweging dat de Raad heeft toegelicht geen inschatting te kunnen maken hoe de vader zal/kan reageren op hetgeen de kinderen hebben verteld. Dit alles maakt dat het verstrekken van het volledige raadsrapport aan de vader naar het oordeel van de rechtbank veiligheidsrisico’s voor de kinderen en de moeder met zich brengt. De rechtbank neemt daarbij voorts in aanmerking dat de Raad in de versie van het rapport van de vader wel in samenvattende en overstijgende zin een weergave heeft gegeven van hetgeen de kinderen hebben verteld, waardoor de schending van het belang van de vader beperkt is ten opzichte van het zwaarder wegend belang van de kinderen en de moeder.
2.3.
Aldus zal de rechtbank het verzoek van de Raad toewijzen in die zin dat de vader inzage in en afschrift van het volledige raadsrapport (de versie van het raadsrapport van de moeder) van 4 februari 2026 zal worden onthouden. Dat betekent dat de vader geen afschrift krijgt van het volledige raadsrapport en alleen een (voor hem) aangepast rapport van 4 februari 2026 ontvangt.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
onthoudt de vader inzage in en afschrift van de versie van het raadsrapport van de moeder van 4 februari 2026.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E. Dinjens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.L. Mulder, griffier, op 31 maart 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze beschikking staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet (artikel 811, lid 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)