Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Łodź, 4th Criminal Division (Sąd Okręgowy w Łodźi, IV Wydział Karny), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court for Łodź-Widzew in Łodź (Sąd Rejonowy dia Łodźi-Widzewa w Łodźi)van 16 oktober 2018, dat onherroepelijk is geworden op 4 april 2019 met kenmerk IV K 121/18.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Circuit Court in Łodźop 4 april 2019 met kenmerk V Ka 194/19. Deze beslissing wordt door de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeduid als “
final decision”.
the Circuit Court in Łodźvan 4 april 2019 met kenmerk V Ka 194/19 zal toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
'notification was served on him in person’.De rechtbank kan hier echter niet uit afleiden dat de opgeëiste persoon ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom niet worden vastgesteld dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW.
5.Strafbaarheid
diefstal uit een woning waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en diefstal vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
6.2Gelijkstelling
en procedurevan Kaderbesluit 2008/909/JBZ in acht neemt met betrekking tot de erkenning van de strafrechtelijke veroordeling tot die straf en de overname van de tenuitvoerlegging van die straf.
C.J.van het HvJ EU de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om bij de uitvaardigende justitiële autoriteit het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het veroordelende vonnis op te vragen, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Polen opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW.
C.J.van het HvJ EU als een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW en daarom verlengt zij de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het certificaat en het onderliggende vonnis op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
eindigend op 26 mei 2026), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
binnen 30 dagen na 27 maart 2026opnieuw op zitting wordt aangebracht. Indien dat niet mogelijk is, dient de zaak uiterlijk 14 dagen vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn, dus
uiterlijk op 12 mei 2026, opnieuw op zitting te worden aangebracht.