3.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.
Naar aanleiding van het besluit in de stuur- en weegploeg van 31 maart 2021 is door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen [bedrijf 1] , medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] .[bedrijf 1] werd ervan verdacht opzettelijk de omzetbelasting over de tijdvakken januari tot en met december 2019 niet of grotendeels niet te hebben betaald.
[bedrijf 1] is opgericht op 3 augustus 2017. Tot 5 maart 2020 stond [bedrijf 2] ingeschreven als enig aandeelhouder en was [medeverdachte] bestuurder van de BV. Sinds 5 maart 2020 staat [naam] (hierna: [naam] ) ingeschreven in de Kamer van Koophandel als enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] . Op 29 juni 2022 is [bedrijf 1] failliet verklaard.
In de woning van verdachte is een Iphone 11 aangetroffen met het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer zou in gebruik zijn bij verdachte.[medeverdachte] heeft verklaard dat het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 2] van hem is.
Door [bedrijf 1] is op 6 juli 2020 een voorschot op grond van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (hierna: NOW) aangevraagd met dossiernummer 2000229. De NOW was een subsidieregeling waarbij het UWV een voorschot verleende aan werkgevers op basis van hun aangegeven verwachte omzetverlies tijdens de coronapandemie. Deze tegemoetkoming die door de overheid werd verstrekt was bedoeld zodat de werkgever de werknemers kon doorbetalen en in dienst kon houden.
In de aanvraag die op 6 juli 2020 door [bedrijf 1] is gedaan staat dat het verwachte omzetverlies 100 % bedraagt.Op de aanvraag is bij de contactgegevens van [bedrijf 1] het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 3] vermeld.Dit telefoonnummer kan worden gelinkt aan verdachte.De aanvraag is gedaan vanaf IP-adres [IP-adres] en dit adres wordt gelinkt aan verdachte.Naar aanleiding van deze aanvraag krijgt [bedrijf 1] een tegemoetkoming NOW van € 195.623,- en daarvan heeft het UWV een voorschot betaald van € 156.500,- voor een tegemoetkoming in de loonkosten, op basis van het verwachte omzetverlies over de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020.In de eerder genoemde iPhone 11 van verdachte is een chatgesprek te zien tussen verdachte en [medeverdachte] waarin verdachte op 6 juli 2020 vraagt om het wachtwoord. [medeverdachte] geeft het wachtwoord en verdacht zegt dan dat hij erin zit en zegt [medeverdachte] om akkoord te geven. [medeverdachte] zegt dat hij dit heeft gedaan en om 8.28 uur stuurt verdachte aan [medeverdachte] dat de aanvraag eruit is.
Naar aanleiding van deze aanvraag krijgt [bedrijf 1] een tegemoetkoming NOW van
€ 195.623,-. Het UWV heeft een voorschot betaald van € 156.500,- voor een tegemoetkoming in de loonkosten, op basis van het verwachte omzetverlies over de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020.Dit voorschot is (in twee deelbetalingen van € 78.250 op respectievelijk 9 juli 2020 en 10 september 2020) overgemaakt op het bankrekeningnummer van [bedrijf 1] .Op 9 juli 2020 stuurt [medeverdachte] dat het geld is gekomen.Op 11 september 2020 stuurt verdachte per WhatsApp aan [medeverdachte] een foto van een briefje waarop onder meer ‘78.250’ staat vermeld, alsmede de helft daarvan: ‘39.125’.
Op 12 maart 2020 begon de coronalockdown in Nederland. Onder meer de hotels die de inkomsten voor [bedrijf 1] genereerden werden gesloten. Medio juni 2020 mochten de hotels weer open. Vanaf eind maart 2020 tot en met eind juni 2020 zijn door [bedrijf 1] geen schoonmaakwerkzaamheden verricht.
Op 23 juli 2020 is [medeverdachte] een nieuw bedrijf gestart, genaamd [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ). Bij [bedrijf 3] werkte personeel dat eerder ook in dienst was van [bedrijf 1] . Uit het onderzoek van de controleambtenaar van de Belastingdienst is naar voren gekomen dat vanaf juni 2020 facturen op naam van [bedrijf 3] werden gestuurd aan hotels voor schoonmaakwerzkaamheden in juni en juli 2020, terwijl [bedrijf 3] nog niet was opgericht. Uit de bankgegevens volgt dat er na maart 2020 geen omzet meer was in [bedrijf 1] .Uit bankgegevens van [bedrijf 1] blijkt dat in het tweede en derde kwartaal van 2020 lonen zijn uitbetaald aan personeel voor werkzaamheden die zijn gefactureerd door [bedrijf 3] .
Managers van Hotel Hermitage en hotel ITC verklaren dat de schoonmaakwerkzaamheden in hun hotels tot en met maart 2020 zijn verricht door [bedrijf 1] en na de coronalockdown door [bedrijf 3] .Dit volgt ook uit de facturen die door de hotels zijn gestuurd, waaruit blijkt dat is gefactureerd voor werkzaamheden in juni en juli 2020 (Hermitage) en juli 2020 (ITC).
De manager van Hotel Titus BV heeft schriftelijk verklaard dat hij tot de coronalockdown in maart 2020 gebruik maakte van de diensten van [bedrijf 1] . Zijn aanspreekpunt was [medeverdachte] . De manager heeft geen contact gehad met [naam] en kent hem niet. Het aanspreekpunt van [bedrijf 3] was ook [medeverdachte] en de manager ontving van hem de facturen. De manager heeft verklaard dat hetzelfde personeel dat tot de eerste coronalockdown namens [bedrijf 1] de schoonmaakwerkzaamheden na de lockdown werkzaamheden verrichte namens [bedrijf 3] .De hotelmanager van Amadeus Hotel Amsterdam BV en IJburg Hotel BV heeft verklaard dat zijn aanspreekpunt voor zowel [bedrijf 1] als Professional verdachte [medeverdachte] was. Met [naam] heeft hij geen contact gehad. Er veranderde volgens de hotelmanager behalve de facturatie en het bankrekeningnummer eigenlijk helemaal niets. De prijsafspraken wijzigden niet en het personeel was grotendeels hetzelfde.
[naam] heeft verklaard dat hij [bedrijf 1] niet heeft overgekocht en nooit iets heeft getekend. In februari 2020 lag hij op de Intensive Care en daarna heeft [naam] 13 maanden gedetineerd gezeten. Uit onderzoek naar de bankrekeningen van [bedrijf 1] volgt dat [medeverdachte] ook na 5 maart 2020 de gemachtigde is gebleven van deze bankrekeningen.
Vrijspraak NOW-aanvraag met dossiernummer 1279849, DOC-021
De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de oplichting met de NOW-aanvraag met dossiernummer 1279849. Deze aanvraag is gedaan op 6 april 2020 namens [bedrijf 1] . Uit de aanvraag volgt dat wordt verwacht dat er vanaf 1 maart 2020 100 % omzetverlies wordt geleden. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat [bedrijf 1] in de maanden maart, april en mei omzet heeft gedraaid. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat er over deze maanden sprake was van een omzetverlies van 100%.
Voor zover de officier van justitie heeft betoogd dat de oplichting bestaat uit het feit dat het bedrijf [bedrijf 1] op een andere naam zou zijn gezet om met het specifieke doel coronasteun aan te vragen en dat dit een constructie was om het UWV op te lichten, dan geldt dat zoals verdachte terecht heeft aangevoerd ten tijde van het opzetten van de constructie de gevolgen van corona nog niet bekend waren. [bedrijf 1] zou op 5 maart 2020 zijn op naam van [naam] zijn gezet, terwijl de coronalockdown gold vanaf 12 maart 2020 en de vaststelling van de NOW-regeling op 31 maart 2020 plaatsvond.
De officier van justitie heeft nog aangevoerd dat de NOW-uitkering niet is besteed aan waar het voor bedoeld is, namelijk het uitbetalen van de lonen, maar dat wordt verdachte niet verweten in het onder feit 2 tenlastegelegde.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank is van oordeel dat de oplichting door middel van listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels met betrekking tot de NOW-aanvraag van 6 juli 2020 met dossiernummer 2000229 kan worden bewezen. Namens [bedrijf 1] is een NOW-aanvraag gedaan waarbij in strijd met waarheid is voorgedaan dat zij recht had op een geldbedrag op grond van de NOW-regeling en dat een omzetverlies van 100 % werd verwacht voor de periode van juni tot en met september 2020. [bedrijf 3] heeft immers werkzaamheden uitgevoerd voor hotels, heeft op haar naam facturen gestuurd terwijl zij nog niet was opgericht en heeft werkzaamheden laten uitvoeren door personeel dat (eerder) bij [bedrijf 1] in dienst was. Dat betekent dat in werkelijkheid wél omzet werd gedraaid, waarmee personeel van [bedrijf 1] werd betaald
Hierdoor is het UWV bewogen tot afgifte van een uitkering. Dat het oogmerk van de aanvraag was gericht op bevoordeling volgt uit onder meer de WhatsApp-gesprekken tussen [medeverdachte] en verdachte, direct rondom de uitkeringen.
Feitelijk leidinggeven door [medeverdachte] na 5 maart 2020
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een schijnconstructie waarbij [bedrijf 1] alleen op papier (in het register van de Kamer van Koophandel) op naam is gezet van katvanger [naam] . Uit het procesdossier volgt niet dat de onderneming daadwerkelijk is overgedragen. Nergens blijkt dat de aandelen daadwerkelijk zijn overgegaan. Er zijn geen bedragen door [naam] overgemaakt aan [medeverdachte] Holding dan wel verdachte en [naam] verklaart dat hij niets met [bedrijf 1] te maken heeft. Ook zat hij ten tijde van de zogenaamde overdracht in detentie. [medeverdachte] was na 5 maart 2020 op dezelfde manier als daarvoor betrokken bij het bedrijf. Hij bleef de bankrekeningen van [bedrijf 1] beheren en was nog steeds contactpersoon voor de hotels. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] ook na 5 maart 2020, in ieder geval de feitelijke leidinggever van [bedrijf 1] was. Uit de bewijsmiddelen volgt dat na de coronalockdown dezelfde schoonmaakwerkzaamheden zijn verricht bij dezelfde hotels als voor de coronalockdown maar dat vanaf juni 2020 werd gefactureerd onder de naam van [bedrijf 3] . Ook de managers van de hotels verklaren dat zij contact bleven houden met [medeverdachte] en dat enkel de naam van het bedrijf veranderde. Het personeel en de werkwijze veranderden niet. De baten van de werkzaamheden kwamen in het nieuwe bedrijf, [bedrijf 3] .
Oplichtingsmiddelen
Omdat werd voorgewend dat met het oude bedrijf, [bedrijf 1] , geen omzet meer werd gegenereerd, maar wel loon zou worden doorbetaald, ontving dat bedrijf de baten van de NOW-aanvraag, terwijl zij daar geen recht op had. Er was immers wel sprake van omzet maar dat kwam terecht in [bedrijf 3] . De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een listige kunstgreep en of een samenweefsel van verdichtsels, door de omzet weg te laten vloeien in een nieuw opgerichte onderneming [bedrijf 3] waardoor het leek dat er geen omzet in [bedrijf 1] was terwijl die er in werkelijkheid wel was. Bovendien was de aanvraag NOW gedaan door [bedrijf 1] , die inmiddels op naam stond van een katvanger, maar in werkelijkheid nog steeds in handen bleef van [medeverdachte] en in de aanvraag bewust onjuiste informatie is opgenomen.
Medeplegen
Uit de bewijsmiddelen volgt dat er sprake is geweest van medeplegen door [medeverdachte] en verdachte. [medeverdachte] is ook na 5 maart 2020 feitelijke leiding blijven geven aan [bedrijf 1] . Verdachte heeft met medeweten en instemming van [medeverdachte] de aanvraag NOW namens [bedrijf 1] ingediend vanaf zijn IP-adres. [medeverdachte] en verdachte hadden contact over de accordering, de NOW-aanvraag zelf en ook over de uitkering die werd overgemaakt op de rekening van [bedrijf 1] . De rechtbank is van oordeel dat hier dan ook sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] en verdachte.