Uitspraak
- [eiser] bijgestaan door de heer S. Kunimore, tolk in de Japanse taal,
- [gedaagde] bijgestaan door de heer W.M. Visser ’t Hooft, tolk in de Japanse taal.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak stond een geschil centraal over de totaalprijs van een behandeling in een beautysalon. De consument had gerekend op een bedrag van €49,00, terwijl de salon een totaalbedrag van €947,00 in rekening bracht. De consument vorderde restitutie van het te veel betaalde bedrag.
De kantonrechter toetste ambtshalve of de informatieplichten uit het consumentenrecht waren nageleefd en of het prijsbeding voldeed aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen. De salon stelde dat zij voldeed aan de informatieplicht via een prijslijst op haar website en Instagram, maar de rechter oordeelde dat dit slechts voor de intakekosten van €49,00 gold en niet voor de verdere behandeling. De prijs was niet transparant en duidelijk voor de consument.
Verder oordeelde de kantonrechter dat het prijsbeding niet alleen onduidelijk maar ook oneerlijk was, omdat de consument vooraf niet kon inschatten wat de totale kosten zouden zijn. Hierdoor kon zij geen weloverwogen keuze maken. Op grond van de richtlijn was de consument niet gebonden aan het oneerlijke beding, waardoor de overeenkomst niet kon voortbestaan en restitutie van het te veel betaalde bedrag moest plaatsvinden.
De salon had geen recht op vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking, omdat dit de doelstelling van de richtlijn zou ondermijnen. De kantonrechter veroordeelde de salon tot terugbetaling van €898,00 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot restitutie van €898,00 plus wettelijke rente en proceskosten wegens een oneerlijk en niet-transparant prijsbeding.