Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3277

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
12044814
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:119 BWArt. 6:212 lid 1 BWRichtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument krijgt restitutie wegens oneerlijk prijsbeding in beautysalon

In deze zaak stond een geschil centraal over de totaalprijs van een behandeling in een beautysalon. De consument had gerekend op een bedrag van €49,00, terwijl de salon een totaalbedrag van €947,00 in rekening bracht. De consument vorderde restitutie van het te veel betaalde bedrag.

De kantonrechter toetste ambtshalve of de informatieplichten uit het consumentenrecht waren nageleefd en of het prijsbeding voldeed aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen. De salon stelde dat zij voldeed aan de informatieplicht via een prijslijst op haar website en Instagram, maar de rechter oordeelde dat dit slechts voor de intakekosten van €49,00 gold en niet voor de verdere behandeling. De prijs was niet transparant en duidelijk voor de consument.

Verder oordeelde de kantonrechter dat het prijsbeding niet alleen onduidelijk maar ook oneerlijk was, omdat de consument vooraf niet kon inschatten wat de totale kosten zouden zijn. Hierdoor kon zij geen weloverwogen keuze maken. Op grond van de richtlijn was de consument niet gebonden aan het oneerlijke beding, waardoor de overeenkomst niet kon voortbestaan en restitutie van het te veel betaalde bedrag moest plaatsvinden.

De salon had geen recht op vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking, omdat dit de doelstelling van de richtlijn zou ondermijnen. De kantonrechter veroordeelde de salon tot terugbetaling van €898,00 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot restitutie van €898,00 plus wettelijke rente en proceskosten wegens een oneerlijk en niet-transparant prijsbeding.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12044814 \ CV EXPL 26-161
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 26 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida als griffier.
Aanwezig zijn:
  • [eiser] bijgestaan door de heer S. Kunimore, tolk in de Japanse taal,
  • [gedaagde] bijgestaan door de heer W.M. Visser ’t Hooft, tolk in de Japanse taal.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen de volgende mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
In deze zaak gaat het om de behandeling die [eiser] heeft ondergaan bij de beautysalon van [gedaagde] . Er is tussen partijen discussie ontstaan over de totaalprijs van € 947,00. Omdat [eiser] had gerekend op een bedrag van € 49,00 vordert zij in deze procedure restitutie van het te veel betaalde, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten. [gedaagde] voert aan dat de behandelingen zijn uitgevoerd, het totaalbedrag is betaald door [eiser] en dat er geen grond is voor het restitutieverzoek van [eiser] .
Ambtshalve toetsing
1.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen [gedaagde] als handelaar en [eiser] als consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
Niet voldaan aan informatieplichten
1.3.
Gelet op de gestelde wijze van totstandkoming van de overeenkomst zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. Hieruit volgt dat de prijs voor een behandeling duidelijk moet zijn. Van belang is dat een akkoord van de consument, bij voorkeur op schrift en met handtekening, kan worden overgelegd als bewijs dat is voldaan aan de informatieplichten. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij aan de informatieplichten heeft voldaan, doordat de prijslijst te raadplegen is via haar website en haar Instagrampagina. De kantonrechter is van oordeel dat hieraan is voldaan wat betreft de kosten van de intake van € 49,00 maar niet wat betreft de kosten van de verdere behandeling. Over die verdere kosten is niet voor de behandeling gesproken. Voorzover er al een prijslijst voor [eiser] toegankelijk was, hetgeen zij betwist, blijkt daaruit niet duidelijk op welke prijs [eiser] moest rekenen. Er is dus geen sprake van een transparant prijsbeding.
Oneerlijk prijsbeding
1.4.
Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst had [eiser] kennis moeten kunnen nemen van de kosten daarvan, in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14). Uit voornoemd arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt om bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Anders gezegd, voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst had [eiser] moeten kunnen voorzien hoeveel de vervolgbehandeling zouden gaan kosten. Omdat vooraf geen duidelijke prijs is afgesproken heeft [eiser] geen goede en afgewogen keuze kunnen maken. Dat maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat het prijsbeding niet alleen niet transparant, maar ook oneerlijk is in de zin van de richtlijn.
1.5.
Omdat het prijsbeding oneerlijk is, is conform artikel 6 lid 1 van Pro de richtlijn [eiser] daaraan niet gebonden. Als gevolg daarvan kan de overeenkomst niet blijven voortbestaan zodat wat over en weer is gedaan moet worden teruggedraaid, [eiser] heeft daarom recht op terugbetaling (behalve het tarief voor de intake). De behandeling ongedaan maken is niet mogelijk omdat de behandeling reeds is uitgevoerd. Voorzover [gedaagde] alsnog een (schade)vergoeding vraagt op grond van ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 lid 1 BW Pro) gaat dat beroep niet op. De lange termijn doelstelling van artikel 7 lid 2 van Pro de richtlijn – een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen – zou in het gedrang komen wanneer [gedaagde] alsnog een vergoeding voor haar diensten zou kunnen krijgen terwijl zij een oneerlijk prijsbeding hanteert. [gedaagde] heeft dus geen recht op een (schade)vergoeding.
1.6.
Gelet op bovenstaande zullen de vorderingen van [eiser] worden toegewezen.
Proceskosten
1.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,55
- griffierecht
233,00
Totaal
378,55
Uitvoerbaar bij voorraad
1.8.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis direct kan worden uitgevoerd, zelfs als er een hoger beroep wordt ingesteld.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 898,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 378,55, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter en de griffier.
61291