ECLI:NL:RBAMS:2026:3278
Rechtbank Amsterdam
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing mededelingsverbod en opening hoger beroep voor geheimhoudingsbeslissingen
In deze civiele procedure tussen meerdere stichtingen en Renault c.s. heeft de rechtbank Amsterdam op 18 maart 2026 een tussentijdse beslissing genomen over het mededelingsverbod dat was opgelegd in een tussenvonnis van 17 september 2025. De stichtingen verzochten om opheffing van het mededelingsverbod, omdat dit leidde tot een onwerkbare situatie voor hun deskundigen en omdat de vertrouwelijkheid van de gegevens volgens hen niet langer gerechtvaardigd was na een uitspraak van de High Court of Justice of England and Wales.
Renault c.s. verzette zich tegen opheffing van het mededelingsverbod en benadrukte het belang van vertrouwelijkheid en de bindende aard van de eerdere beslissing. De rechtbank oordeelde dat zij niet terugkomt op haar eerdere eindbeslissingen, omdat deze niet berusten op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. De recente ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk en andere procedures waren niet relevant voor deze zaak.
Wel erkende de rechtbank de onwerkbaarheid van het mededelingsverbod en stond zij daarom toe dat partijen tussentijds hoger beroep kunnen instellen tegen de geheimhoudingsbeslissingen uit het tussenvonnis. Tevens werd de verdere procedureplanning vastgesteld, waarbij de zaak op 15 april 2026 weer op de rol komt voor akte-uitwisseling en op 1 juli 2026 voor conclusie van antwoord van Renault c.s. Het verzoek tot verder uitstel van Renault c.s. werd afgewezen wegens het risico op onredelijke vertraging.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het mededelingsverbod wordt afgewezen, maar tussentijds hoger beroep wordt toegestaan tegen de geheimhoudingsbeslissingen.