Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3313

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
11797020 / CV EXPL 25-9618
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling energiekosten wegens ontbreken eigendom en ongerechtvaardigde verrijking

Stedin Netbeheer B.V. vordert betaling van energiekosten van €19.673,77 plus rente en kosten van Rebo Vastgoed Management West B.V. wegens geleverde energie zonder contract aan een adres.

Rebo Vastgoed betwist aansprakelijkheid en stelt dat zij geen eigenaar is van het pand, maar slechts bemiddelingshandelingen verricht. Dit wordt onderbouwd met een uittreksel van het Kadaster waaruit blijkt dat Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie eigenaar is.

De kantonrechter oordeelt dat Rebo Vastgoed niet aansprakelijk is omdat zij niet de eigenaar is en daardoor niet ongerechtvaardigd is verrijkt. De vordering wordt afgewezen en Stedin wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.298,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot betaling van energiekosten wordt afgewezen omdat de gedaagde niet de eigenaar is en niet ongerechtvaardigd is verrijkt.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11797020 \ CV EXPL 25-9618
Vonnis van 27 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: drs. [gemachtigde] ,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REBO VASTGOED MANAGEMENT WEST B.V. (H.O.D.N. REBO VASTGOED MANAGEMENT WEST B.V. EN REBO VASTGOED GROEP),
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rebo Vastgoed,
gemachtigde: mr. M.C. Willenborg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 juli 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 20 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.

2.De beoordeling

2.1.
Stedin vordert uit hoofde van geleverde energie aan het adres [adres] een bedrag van € 19.673,77 met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, in totaal € 22.564,27 met daarover wettelijke rente en proceskosten.
2.2.
Stedin legt aan deze vordering ten grondslag dat de energie is geleverd zonder een contract en dat Rebo Vastgoed daardoor ongerechtvaardigd is verrijkt.
2.3.
Rebo Vastgoed betwist dat zij aansprakelijk is voor de genoemde leveranties. Zij stelt dat niet zij, maar Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie eigenaar is van [adres] . Zij heeft dit onderbouwd met een uittreksel van het Kadaster. Rebo Vastgoed verricht slechts bemiddelingshandelingen.
2.4.
De kantonrechter wijst de vordering van Stedin af omdat Rebo Vastgoed geen eigenaar is van [adres] en dus niet ongerechtvaardigd verrijkt is door energieleveranties op dit adres.
Proceskosten
2.5.
Stedin is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rebo Vastgoed worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.298,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van Stedin af,
3.2.
veroordeelt Stedin in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Stedin niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de kosten van betekening betalen,
3.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.